Op twee kilometer van het strand van Oostduinkerke ligt een vijver waarin al zo’n duizend jaar alles verdwijnt wat erin terechtkomt. Volgens een legende slokte de "Duivelsput" zelfs ooit een rijke boer op, inclusief zijn paard en koets. Zou het echt? En waarom duurde het tot de jaren ’50 van de vorige eeuw voor de put eindelijk gedempt raakte? De mysteriejager van Radio2 trok op onderzoek.
Mysteries ontrafeld: Wat zit er verborgen in de Duivelsput van Oostduinkerke?
De Duivelsput in Oostduinkerke is een waterplas met een diameter van zo’n 40 meter. De put ligt er al sinds mensenheugenis en niemand lijkt de oorsprong ervan te kennen. Vandaag weten heel wat inwoners van de kustgemeente zelfs niet meer van het bestaan ervan af.
Wat men ook in de put gooide, hij raakte nooit gevuld
Yvonne, inwoner van Oostduinkerke
Dat was ooit anders. De put was eeuwenlang een mysterieuze, zelfs gevreesde plek. Sommige oudere inwoners van Oostduinkerke, zoals de moeder van Yvonne, herinneren zich dat nog. “Mijn mama is 105 jaar. Ze weet nog goed dat mijn broer ooit van school terugkwam met het verhaal over die Duivelsput”, vertelt Yvonne.
“De onderwijzer had de klas verteld over een soort bodemloze put waarin men vuilnis gooide. Maar wat men er ook in gooide, de put raakte maar niet vol. De klas is ook ooit naar die put gaan kijken.”
Mysteries: Kennen de inwoners van Oostduinkerke de Duivelsput?
Met koets en al de put in
Is de Duivelsput een zinkgat? Een bodemloze put? Niemand weet het. Omdat de vorige generaties inwoners van Oostduinkerke het fenomeen niet konden verklaren, gaven ze de plek al snel de naam ‘put van de Duivel’.
Het duurde niet lang voor er angstwekkende verhalen over de put opdoken. De precieze inhoud van de legendes loopt uiteen, maar de basis blijft telkens wel overeind: de put is een onheilspellende plek die hoogmoedige mensen met huid en haar opslokt.
"Dat de duivel mij kome halen!" riep de boer, net voor hij verzwolgen werd door het slijk
Jan Huyghe, inwoner van Oostduinkerke
Jan Huyghe uit Oostduinkerke is een gepensioneerde journalist en volkskundige uit de streek. Hij kent de legende als volgt:
“Een zelfingenomen boer wou per se met zijn paard en wagen door een moerassig gebied trekken. De mensen zeiden "Doe dat niet, dat is de Duivelsput! Iedereen die daarheen gaat, keert nooit terug." Maar de boer wou het niet horen. "Dat de duivel mij kome halen", zei de boer en hij reed door. Ook toen er een groot onweer uitbrak, wou hij niet van terugkeren weten. Integendeel, hij sprak zelfs godslasteringen uit. Net voor de boer met paard en wagen in het slijk verzonk, riep hij nog een laatste keer "Dat de duivel mij kome halen!”, en weg was hij. De boer, zijn paard en zijn koets werden nooit meer gezien.”
Andere versies van het verhaal laten een edelman of een gravin op hoogmoedige wijze sterven. Sommige verhalen hebben het zelfs over "ettelijke skeletten", die op de bodem van de put zouden liggen. Kortom, een onheilspellende plek waar je beter weg blijft. En wellicht was dat ook de bedoeling van de duistere verhalen: de mensen afschrikken, zodat ze er niet zouden verdrinken.
Golfen in een duizendjarige put
Tegenwoordig vind je de Duivelsput op het golfterrein Ter Hille in Oostduinkerke. Hole 18 staat daar bekend als "The Devil’s Hole", een knipoog naar de mysterieuze geschiedenis van de plek.
"De hole maakt z’n naam volledig waar", beamen enkele golfers die op de baan aan de slag zijn. “Het is geen makkelijke”, zegt een speler. “Je moet de bal deels over de plas slaan om de green te bereiken. Eén op de drie ballen die ik speel, eindigt in het water.”
Is een put met zo’n donkere geschiedenis dan geen vreselijke plek om te golfen? “Natuurlijk niet! Er wordt wel gezegd dat er talloze lijken op de bodem van de put liggen, maar die zijn al lang verrot en vergaan hoor”, lacht golfster Kaat.
Mysteries: Golfen in de Duivelsput van Oostduinkerke
Voor het ontstaan van de put moeten we duizend jaar terug in de tijd. “Het landschap zag er toen helemaal anders uit”, zegt Alexander Lehouck, de gemeentearcheoloog van Oostduinkerke. Hij slaagde er na uitgebreid onderzoek in te reconstrueren hoe de put ontstaan is.
“Vandaag ligt de Duivelsput zo’n 2 kilometer landinwaarts, maar 10 eeuwen geleden kwam de zee tot hier”, steekt hij van wal. “In het jaar 1000 besloot men een dijk aan te leggen om de boerderijen te beschermen tegen het zeewater. Niet veel later, vermoedelijk in 1042, was er aan de kust een zware stormvloed. Het water ging flink tekeer: het sloeg een bres in de dijk vlakbij het hof Ter Hille en nam ook een grote hap uit het land dat achter de dijk lag.”
De bewoners van Ter Hille wilden hun boerderij beschermen en probeerden zo snel ze konden de dijk te dichten. “Ze slaagden daar uiteindelijk ook in. Maar het gat in de grond was een ander paar mouwen, dat kregen ze met de beste wil van de wereld niet meer dicht.”
Dat zou nog heel lang zo blijven. “Men heeft de put 1.000 jaar lang proberen te dichten, maar dat lukte niet”, zegt archeoloog Alexander Lehouck. “Wat men er ook ingooide, het verdween. De put leek wel bodemloos.”
Daaraan kwam een einde in de jaren 1950. De boer van Hof Ter Hille was de put zo hartgrondig beu, dat hij alles op alles zette om hem te dempen. “Hij liet tonnen aarde aanvoeren en slaagde met veel moeite in zijn opzet. De put was dicht en de grond kon eindelijk dienen voor de landbouw.”
Toch bleven veel inwoners van Oostduinkerke de plek ook daarna nog mijden. “Ook al was de put dicht, men bleef de plek als gevaarlijk beschouwen”, weet Lehouck.
Mysteries: Gemeente-archeoloog Alexander Lehouck heeft informatie over de Duivelsput van Oostduinkerke
En toen legden ze hem weer open
Bijna een millennium lang probeerde men de Duivelsput dus te dempen en zo’n 70 jaar geleden lukte dat eindelijk. Maar in de jaren 2000 besliste de gemeente een golfterrein aan te leggen rond het Hof Ter Hille.
En wat wil de ironie? De put die na al die eeuwen eindelijk dicht was, werd opnieuw opengemaakt om te dienen als waterpartij op het golfterrein.
Men probeerde de put 1000 jaar vergeefs te dichten. En toen dat eindelijk gelukt was, besloot men hem opnieuw open te leggen
Alexander Lehouck, gemeente-archeoloog van Oostduinkerke-Koksijde
De werken zijn in 2009 gestart met een archeologisch onderzoek. “Daarbij werd ook een deel van de put opengelegd en er daalden zelfs archeologen in de put af in om de inhoud te onderzoeken”, zegt Lehouck.
Niemand weet dus beter wat er in de put te zien is dan de archeologen in kwestie. De opgravingen gebeurden door het bedrijf Group Monument uit Ingelmunster. Een telefoontje met de dienst archeologie daar leert dat een zekere Nele Eggermont de werken leidde. “Maar ze is intussen geen archeologe meer en werkt al jaren niet meer voor ons bedrijf”, vertelt Bart Bartholomieux van Monument.
"Opgraving waaraan ik liever niet was begonnen"
Na wat zoekwerk blijkt dat Nele Eggermont in Gent woont en het roer professioneel helemaal omgegooid heeft. “Ik werk tegenwoordig als coördinator voor de Kringwinkel. Maar ik herinner me die opgraving nog goed, al was het maar omdat ze zo gevaarlijk was.”
De ploeg van Nele groef een brede sleuf van vijf meter diep, dwars over de Duivelsput. “We moesten heel omzichtig tewerk gaan”, zegt Eggermont. “Om te beginnen moest het hele terrein ontmijnd worden, want er lagen nog veel bommen uit de wereldoorlogen.”
Maar de Duivelspuit deed zijn dodelijke reputatie ook op andere vlakken eer aan. “Het was een verre van evident onderzoek, want er konden op elk moment scheuren in de putwanden ontstaan. Wanneer je in een bodem van zand en klei een diepe put maakt, blijven de wanden niet noodzakelijk stabiel staan. Zeker niet wanneer er zoals aan de kust veel water in het spel is.”
De put dreigde voortdurend in te storten, herinnert Eggermont zich. “Heel gevaarlijk. Als je op de verkeerde plaats staat, kun je in een fractie van een seconde bedolven raken.”
Mysteries: Lost archeologe Nele Eggermont het mysterie op?
Bodem nooit gevonden
Het team kon de put uitgraven tot op een diepte van vijf meter. “Nog dieper kon niet, omdat de grond te drassig werd”, zegt Eggermont. “We hebben wel nog een diepere boring uitgevoerd. Maar toen we de boor uit het gat trokken, spoot het water eruit. We moesten in allerijl een fles uit een hoger gelegen laag afval grijpen en die in het boorgat duwen, anders konden we het onderzoek wel vergeten.”
De archeologen concludeerden dat de bodem van de put op een diepte van ongeveer zes meter moet liggen. “Maar daar zijn we dus nooit geraakt. We hebben nooit de onderste lagen van de put kunnen onderzoeken.”
Een kar of menselijke resten heeft Eggermont daar beneden niet aangetroffen. “Maar dat wil daarom niet zeggen dat het 100 procent zeker is dat die er niet zijn, hé. We hebben ook maar een sleuf van de put onderzocht, niet de volledige diameter van 40 meter.”
Eggermont durft daarom niet te zeggen dat de legende niet klopt. “Wat in zo’n bodem terechtkomt, bewaart heel slecht. Zeker als het met water in contact komt. Het zou best kunnen dat er ooit een koets in gezeten heeft, die intussen vergaan is. Ik sluit niks uit.”
Ik kan niet uitsluiten dat er ooit een koets in de put gezeten heeft, maar wij hebben ze niet gevonden
Nele Eggermont, de archeologe die het onderzoek in de Duivelspuit leidde
Wat zit er dan wel zeker in de put?
Dat wil niet zeggen dat er niets in de Duivelsput te vinden was. “In de bovenste lagen hebben we ontzettend veel gebruiksvoorwerpen gevonden”, zegt archeoloog Alexander Lehouck. “De plek werd honderden jaren lang gebruikt als stortplaats en veel van de spullen zijn goed bewaard gebleven.”
Vooral vanaf de Eerste Wereldoorlog kwam er veel in het water terecht. “Er verbleven op die plek Franse, Belgische en Britse soldaten”, zegt Lehouck. “Dat zie je duidelijk aan de voorwerpen die ze in de put gooiden. De Fransen lieten er bijvoorbeeld een jeneverfles uit Lille achter.”
Vooral de Britten waren volgens Lehouck echte sluikstorters. “Een greep uit het aanbod: een glazen fles van pickles, een potje paté, diverse pijpenkoppen, een fotokadertje…” Veel van die voorwerpen kun je tegenwoordig bekijken in de inkomhal van Golf Ter Hille.
Er liggen ook oudere voorwerpen. “Een uit de kluiten gewassen baksteen bijvoorbeeld, of potten en scherven en andere voorwerpen die dateren uit de tiende eeuw.”
500 jaar geleden werd er op deze plek al een soort golf gespeeld, vandaag is het een golfterrein. De cirkel is rond
Alexander Lehouck, gemeente-archeoloog van Oostduinkerke-Koksijde
De meest tot de verbeelding sprekende vondst is een kolfslof, een antieke soort golfstick. “Het kolfspel was een heel populair volksspel. Ook in de Lage Landen werd het beoefend als voorloper van het hedendaagse golfspel. Dat we een kolfslof uit de eerste helft van de zestiende eeuw gevonden hebben op deze plek, is achteraf gezien wel heel symbolisch”, zegt Lehouck.
Mysteries: Dít zat er in de Duivelsput van Oostduinkerke
Niet de enige Duivelsput
Oostduinkerke is trouwens niet de enige gemeente met een Duivelsput. ‘Satan’ blijkt onder andere ook filialen te hebben in het Vlaams-Brabantse Wezemaal, in Vinderhoute bij Gent en in Brussel.
Ook in West-Vlaanderen zijn er zeker nog twee Duivelsputten. Die in Poperinge staat ook bekend als de Carosseput. “De legende wil dat er drie keer per nacht uit de put een koets tevoorschijn kwam, een zogenaamde carosse. Ze werd voortgetrokken door paarden zonder hoofd. Van de plek is helaas niets meer te zien: de put ligt tegenwoordig begraven onder de parking van een grootwarenhuis.”
Ook in Knokke leeft het verhaal van de lokale Duivelsput nog steeds. “Er zou op die plek een kapel of kerk in de grond verzonken zijn”, vertelt Ina De Walsch, de directeur van natuurpark Het Zwin. “Minstens twee inwoners van Knokke zouden er onthoofde skeletten gezien hebben, die lijkkisten droegen. De mannen moesten er dagenlang van bekomen in bed, al lag dat misschien aan de zwaar beschonken toestand waarin ze verkeerden op het moment van de feiten”, lacht Ina. “Maar er wordt beweerd dat je op Kerstmis om middernacht nog steeds klokken hoort luiden uit de put aan de Duivelsputlaan.”
Ook Eddy Costenoble uit Brugge herinnert zich de plek nog. Hij heeft thuis nog deze postkaart liggen van "Le Duivelsput" in "Knocke-sur-mer". “Het was een waterkolk, een waal, gevormd door een dijkbreuk in de Graafjansdijk”, schrijft hij. “De diepte ervan bedroeg zestig jaar geleden minder dan een meter. In de winter kon je erop schaatsen, achteraan het hoevetje van Louis Bonte.”
Mysteries: Andere Duivelsputten in West-Vlaanderen
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen


