In Haïti krijgen hulporganisaties de hulp niet tot bij de mensen die het nodig hebben door bendegeweld. De hoofdstad Port-au-Prince is al wekenlang het toneel van bloedige confrontaties tussen rivaliserende bendes. Artsen zonder Grenzen meldt minstens 50 doden.
De laatste weken zijn door nieuwe opwellingen van bendegeweld al minstens 50 doden gevallen, aldus Jean Hislain Frederick, waarnemend burgemeester in Cité Soleil, een district in het noorden van Port-au-Prince. Het geweld begon op 8 juli, een dag na de eerste verjaardag van de moord op oud-president Jovenel Moïse.
Lokale autoriteiten vermoeden dat het gaat om confrontaties tussen twee rivaliserende bendes, de G9 en G-Pep, die sinds de dood van Moïse om controle over de buurt strijden. De G9 is een bende die geleid wordt door een voormalige politieofficier, Jimmy Cherizier. Cherizier, beter bekend als "Barbecue", en zijn G9 werden in het verleden al gelinkt aan verschillende bloedbaden en stonden aan de kant van Moïse's centrumrechtse partij. Zij noemden de moord op de president "laf en kwaadaardig". G-Pep is een bende die ontstond in de sloppenwijken van Cité Soleil, een wijk in het noorden van Port-au-Prince.
"Langs de weg naar Brooklyn (een buurt van het district Cité Soleil, nvdr.) zagen we lichamen die in staat van ontbinding of verbrand waren", getuigt Mumuza Muhindo, hoofd van Artsen zonder Grenzen in Haïti. Hij spreekt van "een waar slagveld" en smeekt de bendes om burgers te sparen.
Humanitaire hulp vertrekt uit Port-au-Prince
Het geweld heeft ook indirect drastische gevolgen voor de bevolking. Het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties (WFP) zag zich genoodzaakt om weg te trekken uit het gebied, aangezien de bendes de straten blokkeren en de veiligheid van de voedselkonvooien niet kan worden gegarandeerd.
Ongeveer 2.000 ton aan hulpgoederen zijn intussen van Port-au-Prince naar andere delen van het land vervoerd. Daarnaast heeft ook een deel van het VN-personeel de stad verlaten. Hierdoor zijn duizenden Haïtianen afgesneden van voedsel, water en gezondheidszorg.
Door de inflatie, de stijgende voedsel- en brandstofprijzen en het bendegeweld, luidt het WFP alle alarmbellen. Volgens Jean-Martin Bauer, de directeur van het WFP in Haïti, "is het land één stap verwijderd van de hongersnood".

