José Eduardo dos Santos, oud-president van Angola is in Barcelona overleden na een lange ziekte. Dos Santos regeerde het Centraal-Afrikaanse land bijna 40 jaar. Na decennia van burgeroorlog slaagde hij erin vrede te brengen, maar zijn bevolking leed onder de repressie en profiteerde niet van de economische olieboom die erop volgde. In 2017 droeg hij vrijwillig de macht over.
Oud-president van Angola Dos Santos overleden: de man die zijn land vrede (maar ook corruptie) bracht
Om 11.10 uur vanochtend is Dos Santos overleden in Teknonziekenhuis in Barcelona, waar hij al een hele tijd woonde. Hij was 79 en zou overleden zijn aan de gevolgen van een langdurige ziekte. Zijn opvolger president Lourenço heeft vijf dagen van nationale rouw aangekondigd.
Dos Santos kwam in 1979 op aan het hoofd van het piepjonge land (Angola was pas sinds 1975 onafhankelijk), dat een eenpartijstaat was onder leiding van de marxistische MPLA. Slechts weinigen onder zijn partijgenoten hadden toen kunnen weten dat hij die macht bijna veertig jaar lang zou behouden.
In tegendeel, ze hadden hem namelijk gekozen omdat ze dachten dat hij een zwakke figuur was. Een flinke misrekening, hij bleek geen enkele concurrentie te dulden. Dos Santos overleefde decennia van een bloedige burgeroorlog die een half miljoen doden eiste en het land in puin achterliet. Dos Santos, gesteund door de Sovjet-Unie en Cuba kwam uiteindelijk als winnaar uit de strijd met Unità, gesteund door de VS. Toen Unitàleider Savimbi in 2002 door troepen van dos Santos vermoord werd, kwam er een einde aan die oorlog. Zijn tegenstanders kregen amnestie.
Corrupt bestuur
Van zijn aanhang kreeg Dos Santos dan ook de bijnaam de vredesbrenger, al veranderde Angola in een dictatuur, waar kritiek met harde hand de kop werd ingedrukt. De vrede en stabiliteit die leverde naast economische ontwikkeling meteen ook een toenemende corruptie en cliëntelisme op. Tussen 2002 en 2014 vertienvoudigde de omvang van de Angolese economie, met de olieproductie als belangrijkste motor voor die economische boom.
Probleem daarbij was dat die groeiende welvaart niet bij de bevolking terechtkwam, maar bleef plakken aan een beperkte kring van loyale medestanders. Om niet te spreken over zijn eigen familie. Zakenblad Forbes omschreef oudste dochter Isabel, met een vermogen van drie miljard dollar, als "de rijkste vrouw van Afrika". Isabel was voorzitter van het staatsoliebedrijf Sonangol, terwijl zoon José Filomeno een fonds van 5 miljard dollar beheerde. (Lees voort onder de video.)
In 2017 verraste Dos Santos met een vrijwillige en vreedzame machtsoverdracht. Hij nam afscheid met de woorden dat er "geen menselijke activiteit is zonder fouten, ik heb er ook gemaakt".
Maar zijn zelfgekozen opvolger João Lourenço ging vol in de aanval tegen de corruptie, waarbij hij zich niet zozeer richtte tegen dos Santos zelf maar wel tegen diens familie. Dos Santos' zoon Zenu kreeg vijf jaar cel voor fraude. Zijn dochter is afgezet als voorzitter van Sonangol is formeel beschuldigd van verduistering en witwassen. Op een deel van haar bezittingen is beslag gelegd en Forbes heeft haar van de rijkenlijst gehaald. Dos Santos zelf heeft nooit openlijk op de beschuldigingen gereageerd.
In een zeldzaam interview uit 2013 zei Dos Santos dat hij herinnerd wilde worden als "een goede patriot", maar zijn lange periode aan de macht getekend door corruptie en repressie heeft die reputatie op zijn zachtst gezegd flink besmeurd.

