De overstromingen van vorige zomer hebben de natuurreservaten in de Demervallei zwaar beschadigd. Natuurpunt merkt dat veel zeldzame en typische planten nauwelijks nog voorkomen. Ook veel insecten en jongen van vogels die laag bij de grond broeden, hebben de overstromingen niet overleefd.
Nog nauwelijks moerasviooltjes of sprinkhaanzangers: nog altijd veel schade in natuurreservaten in Demervallei
"Onder meer in het Schulensbroek in Halen, Herk-de-Stad en Lummen is er heel wat misgelopen", vertelt Luc Vervoort van Natuurpunt. "Maar ook in de Demerbroeken tussen Zichem, Testelt en Averbode en in het Vorsdonkbos in Aarschot hebben we heel veel verloren. Een grote hoeveelheid overtollig water werd naar die natuurgebieden geleid om overstromingsschade op andere plaatsen te vermijden."
Het water kwam erg hoog te staan in de natuurgebieden en was vervuild met rioleringswater. "Omdat het warm was, is alles beginnen gisten en daardoor verdween alle zuurstof uit het water", legt Vervoort uit. Niet alleen vissen zijn daardoor gestorven, ook bijzondere en typische planten zijn afgestorven. "Soorten die wij al jaren angstvallig proberen te beschermen zijn nu afgestorven, en in de plaats duikt onkruid op dat je normaal op akkers ziet. De wilde orchidee, een symbool van een rijke bloemrijke vegetatie, vinden we nauwelijks nog terug, hetzelfde geldt voor de blauwe knoop en het moerasviooltje. En die bloemen trekken op hun beurt insecten aan, daar waren zeldzame vlinders bij. Maar als de planten weg zijn, zijn ook de vlinders weg."
Ik denk dat we op een jaar tijd evenveel verloren hebben als in de voorbije 30 jaar
Luc Vervoort, Natuurpunt
Omdat het volop zomer was, hebben ook veel kuikens van vogels die laag of in graslanden broeden de overstromingen niet overleefd. "Dat gaat dan bijvoorbeeld om de sprinkhaanzanger, de blauwborst en zelfs de kleine karekiet in de rietvelden", gaat Vervoort verder. "Ik denk dat we op een jaar tijd evenveel verloren hebben als in de voorbije 30 jaar."
Natuurpunt dringt aan op maatregelen. "We moeten water gaan opvangen op de plaatsen waar het valt", vertelt Chris Dictus. "Alle gemeenten moeten daar werk van maken, niet alleen de laaggelegen gemeenten." Onderzoeker Tobias Ceulemans van de KU Leuven beaamt: "Bovenstrooms moet het water tegengehouden worden. De regen moet op de plaatsen waar hij valt in de bodem kunnen infiltreren. Dat is goed om onze grondwaterreserves aan te vullen, ook voor boeren is dat belangrijk. En het voorkomt dat het dan in de vallei beneden samenkomt in een flessenhals."
Regen moet op de plaatsen waar hij valt in de bodem kunnen infiltreren
Tobias Ceulemans, onderzoeker KUL
Extra wachtbekkens aanleggen en waterlopen uitdiepen gaan het probleem niet oplossen, waarschuwt Ceulemans. "Bovenaan de stroomgebieden zijn er nog altijd te veel drainagegrachten, en die sturen het water versneld naar beneden. We moeten het anders aanpakken en hemelwater ter plekke opvangen. Afwateringsgrachten in akkers en weilanden moeten weg en in steden en gemeenten moeten we ontharden. En ook belangrijk, we moeten rioleringen scheiden. Dat kost natuurlijk handenvol geld, maar we schuiven die problemen altijd voor ons uit. En zo komen we toch we toch weer voor verrassingen te staan."
Door de klimaatopwarming willen experten er niet niet langer van uitgaan dat grote overstromingen maar om de 400 jaar voorkomen. Nu al wordt voorspeld dat die om de 40 jaar zullen plaatsvinden. "Als we dit hier om de 40 jaar meemaken, moeten we al onze natuurdoelstellingen opbergen", klinkt het.
Regionaal nieuws uit Limburg


