Naar hoofdinhoud
Verviers: 19 juli 2021

Hoe vermijden we dat dit nog eens gebeurt? Dit is er veranderd één jaar na de overstromingen in Wallonië

Een nieuwe crisiscel, duidelijkere weersvoorspellingen, een stuwmeer dat meer water kan opvangen, en hopelijk ook meer geld voor personeel: Wallonië heeft zijn lessen getrokken uit de overstromingen die vorig jaar een spoor van vernieling door de regio trokken.  

Vincent Merckx
Gepubliceerd:

39 doden. 100.000 slachtoffers, direct of indirect. 48.000 beschadigde gebouwen. En kosten die opliepen tot 2,8 miljard euro. Dat is de tol van de overstromingen die Wallonië teisterden van 13 tot 15 juli, toen een geblokkeerd lagedrukgebied met een bijhorende regenzone er voor ongeziene hoeveelheden neerslag zorgde. 

De onderzoekscommissie in het Waals parlement formuleerde in maart al enkele concrete aanbevelingen. Die moeten voorkomen dat een gelijkaardige regenval de volgende keer evenveel schade zou veroorzaken. “Betere en beter begrijpelijke weersvoorspellingen” is er eentje van, “beter crisisbeheer” een ander.

"Wallonië heeft een extreme meteorologische situatie meegemaakt", klonk het toen. "Maar ook een uitzonderlijke situatie die zich morgen kan herhalen. En Wallonië moet klaarstaan. Dit vreselijke drama voor de getroffen bevolking mag zich niet herhalen."

Hoe zit het daar nu mee? Welke stappen zijn er gezet? En welke werven zijn er nog?

“Het ene gewest wist niet altijd wat het andere aan het doen was. Neem nu de stuwdam van Monsin bij Luik: er is (in de periode van 13 tot 15 juli, red.) aan gedacht om die te dynamiteren. En de gouverneur van Limburg was daar niet eens van op de hoogte!”

Aan het woord is David Dehenauw, hoofd weersvoorspellingen bij het KMI. De anekdote werd hem verteld tijdens de inforonde die hij na de overstromingen hield, en die hem bij elk van de tien Belgische gouverneurs bracht. Het is maar één voorbeeld van hoe de verschillende bevoegde diensten te weinig met elkaar praatten. Het gaat dan over het KMI, maar ook over de Waalse gewestelijke dienst die bevoegd is voor de waterwegen, over de gouverneurs en de gemeentebesturen. 

Daar moet een nieuwe crisiscel, de zogenaamde Celex (“cellule d'expertise”, of expertisecel) verandering in brengen. Die verenigt experten van KMI die de weersvoorspellingen doen, hydrologen die de waterlopen opvolgen en het Waals Crisiscentrum. Zodra het KMI een alarmcode oranje uitstuurt, worden zij automatisch bijeengeroepen in een online videovergadering (en in sommige gevallen al bij code geel). Zo kunnen de gouverneurs, lokale besturen en hulpdiensten snel gebrieft worden over de situatie, en weten ze ook waar er zich moeilijkheden kunnen gaan voordoen.

Wateroverlast aan de stuwdam van Monsin, Luik, op donderdag 15 juli. Even werd er overwogen om die op te blazen, zonder dat de gouverneur van Limburg daarvan op de hoogte was.

“Vorig jaar heeft het Nationaal Crisiscentrum pas een videovergadering georganiseerd toen de ramp al gebeurd was. Nu is het de bedoeling dat dat ruim vooraf gebeurt”, zegt Dehenauw. Het systeem is al in werking. Het werd in februari bijvoorbeeld gebruikt bij storm Eunice. 

“Het is vooral belangrijk - en dat is ook een van de besluiten van de onderzoekscommissie geweest - dat we een crisiscultuur krijgen”, vult Stéphanie Ernoux van het Waals Crisiscentrum aan, dat Celex aanstuurt.

Maar los van de Celex is er ook gewoon veel meer informeel overleg tussen de verschillende diensten, stipt Dehenauw nog aan. “Dankzij die videocalls kennen we nu meer mensen. We weten van elkaar wie we zijn, en wat we van elkaar kunnen verwachten. En ik kan bijvoorbeeld rechtstreeks een gouverneur aanspreken.”

“Vorig jaar werd er pas gebeld naar de weerkamer (de dienst van het KMI die o.a. de weersvoorspellingen opmaakt, red.) toen het al onder water liep. Dat soort toestanden zal zich nu niet meer voordoen.”

Meer praten is één ding, maar is wat er gezegd wordt ook begrijpelijk? 

“Zijn de boodschappen van het KMI niet al te technisch? Daarop oefenen we nog binnen Celex”, zegt Ernoux van het Waals Crisiscentrum. “Dat wordt voortdurend verbeterd op basis van concrete problemen.”

Ook dat leerde het KMI uit de overstromingen van vorig jaar: dat de implicaties van zijn voorspellingen minder duidelijk waren voor de betrokken diensten dan het KMI zelf dacht. Eigenlijk is het enkel de taak van het KMI om het weer (en dus ook de hoeveelheid neerslag) te voorspellen, en niet wat de impact daarvan is (overstromingsrisico, bijvoorbeeld). Maar in de praktijk, vertelden verschillende gouverneurs Dehenauw, baseerden zij zich vorig jaar vooral op de waarschuwingen van het KMI om in te schatten hoe ernstig de toestand zou gaan worden - volgens Dehenauw omdat de waarschuwingen van de Waalse hydrologische dienst te laat kwamen.

Pepinster, 17 juli 2021. Het KMI ging ervan uit dat de implicaties van 150 mm voorspelde neerslag op twee dagen wel duidelijk zouden zijn voor de Waalse diensten. Maar dat was niet het geval.

“Zij hebben toen zelf proberen interpreteren wat onze eerste voorspellingen van 150 millimeter neerslag op twee dagen tot gevolg konden hebben”, schetst Dehenauw. “We dachten dat de Waalse diensten dat wel zouden weten en alarm zouden slaan, maar dat is niet gebeurd. Daarom verduidelijkt het KMI nu in noodsituaties voor het grote publiek wat zulke voorspellingen betekenen, soms met één extra zinnetje. 150 millimeter, dat is een hoeveelheid die maar één keer in de 100 of 150 jaar voorkomt, bijvoorbeeld. Zo is het voor iedereen duidelijk.”

De Waalse hydrologische dienst heeft vorige week ook een nieuwe website gelanceerd die de bevolking beter moet informeren, stipt Sarah Pierre aan, woordvoerder van de Waalse overheidsdienst Infrastructuur (die bevoegd is voor de waterlopen). Die verzamelt alle Waalse gegevens over neerslag, waterstanden en debieten op één platform, zowel voor het grote publiek als voor lokale besturen. 

Dat moet tegemoet komen aan de verzuchting van bijvoorbeeld burgemeester Philippe Godin van de zwaar getroffen gemeente Pepinster. Aan het persbureau Belga verklaarde hij dat hij op de dag van de overstromingen verkeerde informatie kreeg van de gouverneur.

Nog zo’n probleem dat de overstromingen bloot legden: de Waalse hydrologische diensten hadden geen zicht op de impact die zo’n zware regenbui op de stuwmeren en -dammen zou hebben. Na de ramp keken velen in de richting van het stuwmeer van Eupen. Daar zou men te laat water zijn beginnen lossen om de druk op de dam te verlagen, en aan een te hoog debiet. Daardoor zou de schade stroomafwaarts, tussen Eupen en Verviers, nog groter zijn geworden.

Nochtans bestaan er wel computermodellen die de impact van neerslag op stuwdammen berekent. Meer zelfs: vóór de overstromingen voorzag het KMI die informatie al aan het energiebedrijf Engie. Dat gebruikt die info om te stuwdam van Robertville te beheren. 

“Zij hebben verklaard dat ze die informatie gebruikt hebben om al op maandag (twee dagen voor het begin van de overstromingen, red.) het waterpeil te laten zakken”, zegt Dehenauw. “Wij hebben aangeboden om de Waalse hydrologische dienst nu verschillende keren per dag van zulke grafieken te voorzien voor elk stuwmeer: dat van Eupen, Gileppe, Nisramont… Zij kunnen dat dan op hun beurt delen met de mensen die die stuwmeren beheren.”

Toch blijft het moeilijk om tot op gemeenteniveau te voorspellen hoe sterk een specifieke waterloop precies zal aanzwellen door een regenbui of onweer. Daar bestaat nog steeds geen model voor, klaagt de burgemeester van Pepinster aan. 

Het KMI stuurt nu verschillende keren per dag informatie over de impact van de neerslag op de Waalse stuwdammen, zoals hier die van Gileppe.

Ook Dehenauw erkent dat. “De Waalse hydrologische dienst heeft de ambitie om tot op gemeentelijk niveau de toestand van riolen en waterlopen te voorspellen. Maar dat start bij het KMI: als wij onweders niet enige tijd op voorhand kunnen voorspellen, kunnen gemeentes niet veel uitrichten.”

“We zouden zware buien twee of drie uur op voorhand moeten kunnen voorspellen en nog gedetailleerder moeten kunnen lokaliseren. Vorig jaar konden we wel zeggen dat er zware neerslag zou vallen, maar niet wààr precies. Dat is een continu proces: we verbeteren onze atmosfeermodellen voortdurend. Dankzij de ramp hebben we de nodige fondsen gekregen om dat nog te versnellen. We hopen daar tegen het eind van dit decennium sterker in te staan.”

Nog een pijnpunt, en ook work in progress: de onderbemande hydrologische dienst in Wallonië. “Die dienst is zeer competent maar onderbemand, en ze kan maar 24 uur vooruit kijken”, zegt Dehenauw. “Toen er op dinsdagavond 13 juli 2021 nieuwe gegevens binnen liepen (over de hoeveelheid neerslag die er zou vallen in de nacht van dinsdag op woensdag, red.), zijn die onvoldoende opgepikt. En toen die voorspellingen ook uitkwamen en het goed begon te regenen, lag de ene ingenieur van wacht in zijn bed.”

Om 5 uur ‘s ochtends werd er alsnog naar code rood geschakeld, maar toen was het al te laat.

BEKIJK

Daarom hebben de hydrologische diensten extra middelen gevraagd aan de Waalse regering, zegt Sarah Pierre van de overheidsdienst Infrastructuur. Dat geld moet dienen om een eerstelijnswachtdienst 24 uur op 24 te bemannen. Wat er van die vraag komt, weten we deze week. Dan zal de Waalse regering zijn actieplan voorstellen, en de budgetten en mensen die daarvoor uitgetrokken worden.

En wat als we nu eens gewoon meer water konden opslaan in de Waalse stuwmeren. Zou het risico op catastrofale overstromingen dan ook niet al een pak kleiner zijn?

Wel, aan die opslagcapaciteit is gewerkt, toch alvast aan het stuwmeer van Eupen. “We zijn van 2,8 miljoen kubieke meter naar 7 miljoen gegaan”, zegt Sarah Pierre. “Maar dat is een tijdelijke maatregel, tot er een nieuw, preciezer wiskundig model komt dat de weersvoorspellingen meeneemt in de berekeningen, de waterafvloeiing uit het meer en de verzadiging van de bodem.”

De opvangcapaciteit mag dan wel meer dan verdubbeld zijn, “dan nog volstaat dat niet om de hoeveelheid neerslag op te vangen die er in juli 2021 op dertig uur tijd viel, als er preventief geen water gelost wordt, of tijdens de ramp zelf”, waarschuwt Pierre. “Om dat volume op te vangen, had het stuwmeer bijna leeg moeten zijn. En dat gaat dan weer in tegen de belangrijkste functie van het stuwmeer, drinkwater voorzien.”

Maar stel dat het dan toch opnieuw tot overstromingen komt, ondanks alle nieuwe overlegstructuren, voorspellingsmodellen en opvangcapaciteit. Hoe kunnen we dan de schade beperken?

Door bijvoorbeeld niet meer in overstromingsgevoelige gebieden te bouwen, bijvoorbeeld in de meander van een rivier. Het nieuwe strategische masterplan voor de Vesder moet dat concreet maken. Daarin zal ook staan welke sites op een andere manier heropgebouwd moeten worden, en als dat niet kan, hoe en welke gebieden beter teruggegeven worden aan de natuur. Maar hoe dat er precies uit zal zien, dat is afwachten tot het voorjaar van 2023. Pas dan wordt het masterplan opgeleverd.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"