De krabbenval in de Merelbeekse Scheldemeersen die vorig jaar is geplaatst, is een succes. Gemiddeld worden 1.000 exotische wolhandkrabben per dag gevangen. Het is de bedoeling om de dieren volledig weg te krijgen uit het gebied door ze terug te sturen naar de Schelde, want het gaat om een exotische soort die niet goed is voor onze fauna en flora.
Elke dag lopen 1.000 Chinese wolhandkrabben in de val in Merelbeekse Scheldemeersen
De wolhandkrab is een exotische krabbensoort die via Europese waterlopen ons land binnenkomt. Maar dat is geen goede zaak, want de soort brengt schade toe aan onze planten en waterdiertjes. Drie jaar geleden werd in het Antwerpse Grobbendonk een eerste val geplaatst. Die actie heeft zijn vruchten afgeworpen, want die val vangt 100.000en krabben per jaar. Later werd er in de Kalkenvaart in Wichelen ook een val geplaatst.
De val vangt gemiddeld 1.000 krabben per 24 uur en dat is beter dan we hadden gedacht
Koen Van Roeyen van het Integraal Waterbeleid van de Provincie Oost-Vlaanderen
De derde ligt in het natuurgebied Scheldemeersen in Merelbeke en doet zijn werk: "Dat is beter uitgevallen dan we verwacht hadden", zegt Koen Van Roeyen van het Integraal Waterbeleid van de Provincie Oost-Vlaanderen. "Gemiddeld vangen we een 1.000 tal krabben per 24 uur."
Val in Merelbeke houdt 100.000 invasieve wolhandkrabben tegen
De bedoeling is om de krabben terug naar huis te sturen: "Die eten duizenden amfibieën, eieren, planten en dieren op. We vangen ze op en laten ze via een buisje terugkeren naar de Schelde. We willen de gevoelige en kwetsbare Scheldemeersen vrijwaren van de krabben."
Bak op de bodem met loopplankje
Een krabbenval is eigenlijk een bak op de bodem van het water, legt Van Roeyen uit: "Bovenaan is een V-vormige opening. De krabben zwemmen niet, maar ze kruipen over de bodem. Er is een klein loopplankje gemaakt zodat ze de bak inkruipen. Die kunnen er niet terug uit en zijn gevangen. Er zijn twee openingen aan weerszijden van de bak met een flexibele buis. Langs die buis sturen we ze terug onder de fietsweg van de Schelde door en zo gaan ze terug. Soms komen ze opnieuw in de val terecht of worden ze opgegeten door de kraaien en de meeuwen."
Aan de val is een loopplankje waar ze opkruipen en als ze in de bak vallen, kunnen ze er niet meer uit
Koen Van Roeyen van het Integraal Waterbeleid van de Provincie Oost-Vlaanderen
Via ballastwater van schepen
Maar hoe komen die krabben nu precies onze gebieden binnen? "Die zijn via verschillende havens Europa binnengekomen", legt Van Roeyen uit. "Dat gebeurt via het ballastwater van schepen. Ballastwater zit in de schepen en is een soort evenwichtssysteem. Hoe meer of minder lading er is, hoe meer of minder er ballastwater nodig is. Dat wordt lokaal opgepompt: dat kan in China, Japan of Amerika zijn. Dat water wordt regelmatig geloosd in verschillende Europese havens, en het is via dat water dat er waterdieren meekomen."
De krabben komen mee met het ballastwater van schepen
Koen Van Roeyen van het Integraal Waterbeleid van de Provincie Oost-Vlaanderen
Een aantal van die waterdiersoorten kan hier goed leven. "Sommige bezorgen overlast en andere niet. De wolhandkrab is jaren geleden ooit in een Duitse haven beland en is zich beginnen te verspreiden. Hij voelt zich prima in de Noordzee en in alle inkomende zoetwaterrivieren. De wolhandkrab leeft in zoet water, maar plant zich voort in zout of brak water." Daarom zijn de wolhandkrabben vaak te vinden in de sluizen, omdat die twee waterwegen met elkaar verbinden.


