De wereldwijde voedselprijzen waren na corona al aan een klim begonnen, maar de oorlog in Oekraïne geeft die evolutie nog een zetje. Jij en ik zullen dat voelen in de portemonnee, maar in armere landen dreigt op termijn zelfs hongersnood, vrezen economen. "De situatie is nu al problematisch in het Midden-Oosten en Afrika."
Na energie baren nu ook voedselprijzen zorgen: "Klimmen stilaan tot boven niveau van financiële crisis"
1. Hoe fel stijgen voedselprijzen momenteel?
De voedselindex van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), die de evolutie van de wereldwijde voedselprijzen maand na maand opvolgt, schetst het huidige plaatje goed. Vooral op vlak van plantaardige olie, graan en zuivel gaat het hard.
Voor plantaardige olie spreekt de FAO over absolute recordcijfers. Zuivel is nu al een vierde duurder dan in februari vorig jaar en de graanprijs ligt 15 procent hoger. Het einde van die prijsstijging is nog niet direct in zicht.
"Sommige prijzen klimmen zelfs tot boven het niveau van de financiële crisis (tussen 2008 en 2011, red.)", merkt Xavier Gellynck op, professor landbouw- en voedingseconomie aan de UGent. Dat is het geval voor plantaardige olie. De prijzen van graan en zuivel benaderen de extreme niveaus van toen.
2. Heeft dat enkel te maken met de oorlog in Oekraïne?
Nee, niet uitsluitend. "Die beweging had zich al ingezet vóór die oorlog", zegt Gellynck. "Zo zorgde het herstel van de vraag na de coronacrisis voor een prijsstijging. Dat omdat de problemen in de toeleveringsketen, die ontregeld was door de wereldwijde lockdowns, nog niet helemaal opgelost waren."
Dat werd dan nog eens versterkt door het monetaire beleid van de centrale banken, voegt hij toe. "Banken moesten negatieve interestvoeten betalen aan de centrale banken als ze overtollige liquiditeiten (geldmiddelen, red.) hadden. Dat rekenden ze vooral door aan bedrijfsklanten. Die gingen daarom op zoek naar alternatieven en investeerden bijvoorbeeld fors in voorraden, waardoor de vraag internationaal nog meer gestimuleerd werd."
En dan komt daar nu dus die oorlog bovenop in "de broodmand van de wereld", zoals Oekraïne soms wordt genoemd. "Die oorlog duwt de energieprijzen en de prijzen voor grondstoffen, zoals graan, verder omhoog. Rusland en Oekraïne zijn wereldspelers op dat vlak: ze zijn samen goed voor 30 procent van de wereldwijde tarweproductie. Voor maïs is dat bijna 20 procent. Ze zijn ook belangrijke spelers op vlak van oliehoudende gewassen."
Winkelkar wordt duurder door stijgende grondstofprijzen: "Uiteindelijk zijn het u en ik die de prijs betalen"
3. Waar laten die hoge prijzen zich voelen?
Overal ter wereld, ook in ons eigen winkelmandje. Maar, zo denkt Gellynck, nog meest in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. "Hun voorraden zijn een stuk beperkter dan in westerse landen. Bovendien hebben westerse bedrijven ook meer mechanismen om zich in te dekken, met aankopen op termijnmarkten."
Gellynck hoort van collega's in het Midden-Oosten dat de situatie er nu al problematisch is. "De prijzen zijn daar al fors aan het stijgen. Veel mensen zullen dat niet meer kunnen betalen." Hij vreest dat de hele situatie tot hongersnood in derdewereldlanden kan leiden. Vorige week nog schreven we hier dat graan onder meer in Libanon en Syrië al gerantsoeneerd wordt in afwachting van oplossingen
Het is een boodschap die het hoofd van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN, David Beasley, al een paar weken probeert te brengen. "Als deze oorlog niet snel stopt, zou wereldwijde honger waarlijk schrikwekkende proporties kunnen bereiken in 2022", stelde hij onlangs op Twitter.
4. Zijn er oplossingen mogelijk?
De meest evidente, maar ook de moeilijkste: de oorlog in Oekraïne moet onmiddellijk stoppen. "Als het conflict nu wordt stilgelegd, is er nog tijd voor Oekraïne om het seizoen goed te maken", redeneert Gellynck. "Tussen nu en Pasen moeten daar de velden worden ingezaaid."
Toch weet hij ook dat dat nu al een haast onmogelijke opdracht wordt. "Veel toevoerlijnen zijn afgesneden, veel mannen zitten aan het front, materiaal is vernietigd of onbruikbaar. We zullen dus wellicht pas ten vroegste volgend jaar weer op Oekraïens graan kunnen rekenen."
We zullen dus wellicht pas ten vroegste volgend jaar weer op Oekraïens graan kunnen rekenen
Xavier Gellynck, professor landbouw-en voedingseconomie aan de UGent
Een kleine meevaller is wel dat er op het zuidelijk halfrond een vrij goede tarwe-oogst was. "Dat kan een pleister op de wonde zijn, maar zal de huidige evolutie niet kunnen keren."
Een mogelijke maatregel in de westerse wereld is de snelle aanpassing van het monetaire beleid, denkt Gellynck. "De inflatie is nu niet meer enkel energiegebonden, het hele winkelmandje is getroffen. Het hek is van de dam, dus nu moet er worden ingegrepen met renteverhogingen. Dat zal dan de consumptie (en dus de vraag, red.) mogelijk wat afremmen."
Het risico van dat scenario: stagflatie, het fenomeen waarbij de prijzen en lonen blijven stijgen, maar de economie wel stilvalt of achteruitgaat. "Onzekerheid door conflicten: het staat in alle economiehandboeken bovenaan in het lijstje van ongunstige economische scenario's", zucht Gellynck. "We hebben dat al eerder meegemaakt, maar nu gebeurt het in onze achtertuin."
Kan zelf tarwe telen soelaas brengen?
Bram Vervisch van het Landbouwcentrum Granen Vlaanderen merkt dat Vlaamse akkerbouwers de laatste tijd opvallend meer interesse tonen in het telen van tarwe en andere zomergranen. "De graanprijzen zijn door de oorlog enorm gestegen, wat het ook voor onze akkerbouwers plots een stuk interessanter maakt om tarwe te telen", aldus Vervisch.
"In Vlaanderen hebben we vooral een traditie van het telen van wintergranen, maar we merken dat akkerbouwers die nog ruimte hebben om iets uit te zaaien, opvallend meer interesse tonen in het telen en zaaien van zomertarwe en zomergranen in het algemeen."
Vlaamse boeren tonen interesse om meer zomertarwe te kweken door de oorlog in Oekraïne en de hoge graanprijzen.
Vrije percelen zijn natuurlijk moeilijk te vinden in de akkerbouw en dus zullen heel wat landbouwers keuzes moeten maken: “Wanneer met de fabrieken bepaalde quota zijn afgesproken die moeten gehaald worden is het moeilijk om zomaar over te schakelen, maar akkerbouwers die wel nog kunnen omschakelen zullen voor zomertarwe kiezen", voorspelt Vervisch.
Een stijging van de tarweproductie in Vlaanderen zal helaas weinig invloed hebben op de graanprijs, zegt Vervisch. "Die prijzen worden internationaal bepaald en zijn in het algemeen vrij hoog. België is maar een kleine speler op de graanmarkt en onze graanproductie zal nooit hoog genoeg zijn om invloed te kunnen hebben op de internationale prijs.