Al zowat een half jaar wordt Bosnië-Herzegovina geplaagd door een ernstige politieke crisis. De centrale instellingen (presidentschap, regering, parlement, ministeries) zijn zo goed als volledig geblokkeerd door een boycot van de Bosnisch-Servische politici. Sommigen vrezen dat dit een nieuwe stap is in het uiteenvallen van het broze land, dat begin jaren 90 in een vreselijke oorlog terechtkwam. Er wordt met vuur gespeeld, zoveel is duidelijk. Een reportageploeg van VRT NWS ging poolshoogte nemen.
Een kille ochtend op de poligon, het oefenplein van een van de grootste legerkazernes in Bosnië-Herzegovina. Een commandant roept wat orders, de Bosnische vlag wordt gehesen. De geel-en-lichtblauwe achtergrond past perfect bij de winterzon tegen een staalblauwe hemel. Het appel volgt, en dan krijgen de eenheden van hun overste de taken voor de dag te horen. Een routineus gebeuren, eigen aan elke legerkazerne. Maar hier weet iedereen dat het geen "business as usual" is: de militairen van de "Armed Forces of Bosnia-Herzegovina" zijn ongewild terechtgekomen in een gevaarlijk politiek spel.
Verbod op ontkenning van genocide
Vorige zomer vaardigde de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap in Bosnië – de spreekwoordelijke schoonmoeder die de plaatselijke politici moet controleren en desgevallend corrigeren – een wet uit die de ontkenning van genocide strafbaar maakt. Servische politici in Bosnië (in het landsdeel Republika Srpska) schreeuwden moord en brand. Ze voelden zichzelf geviseerd en daardoor, vonden ze, werd meteen ook het hele Servische volk meegesleurd in het moeras van de onterechte schuld – zoals dat pathetisch klinkt in het Balkandiscours.
De wet had alles te maken met de genocide in Srebrenica, waarbij 8.000 moslimmannen en -jongens werden vermoord door Bosnisch-Servische troepen. We spreken hier over het einde van de Bosnische oorlog (1992-1995). Verscheidene Bosnisch-Servische beleidsverantwoordelijken, onder wie generaal Ratko Mladic en politiek leider Radovan Karadzic, werden voor dat bloedbad tot levenslang veroordeeld door het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. Maar heel wat Serviërs, en vooral hun politici, hebben nog altijd moeite om de notie genocide of volkerenmoord te aanvaarden.
De huidige (en al lang) leider van de Bosnische Serviërs, Milorad Dodik, is op dit ogenblik een van de drie leden van het collectieve presidentschap van Bosnië-Herzegovina (naast een moslim en een Kroaat); hij sprak meteen dreigende taal. Hij liet het parlement van het Servische deelgebied Republika Srpska een boycot uitroepen van de nationale instellingen (dus op het niveau van de staat Bosnië-Herzegovina). Meer nog: hij dreigde ermee om een reeks bevoegdheden naar "de entiteit" (lees: Republika Srpska) toe te trekken, onder meer op het vlak van de gerechtelijke organen, de fiscale diensten, én het leger.
Zwaarste politieke crisis sinds einde van de oorlog
Dat laatste leidde tot de grootste ongerustheid. Republika Srpska heeft wel een eigen politiemacht (die overigens behoorlijk militaristisch is uitgerust), maar defensie is een bevoegdheid van de centrale staat, zoals dat in federale landen normaal is. Bovendien doemde meteen het spook van oorlog weer op. Eigen militaire instellingen voor een van de etnische groepen, dat verhoogt het risico op een nieuw conflict. Al snel werd de boycot (plus de bijhorende dreigingen) door veel waarnemers uitgeroepen tot de zwaarste politieke – en zelfs constitutionele – crisis sinds het einde van de oorlog in Bosnië.
De Bosnische minister van Defensie Sifet Posic spreekt zelf behoorlijk alarmistische taal. Hij noemt de situatie "ernstig en gevaarlijk", en waarschuwt ervoor dat een herhaling van de oorlog in de jaren 90 in Bosnië-Herzegovina niet uitgesloten is. Anderen zijn minder ongerust. Svetlana Cenic, een voormalige Bosnisch-Servische minister die allesbehalve vriendjes is met Dodik, wijst erop dat de situatie vandaag helemaal anders is: de grote Bosnische steden zijn grotendeels etnisch homogeen – "met dank" aan de etnische zuiveringen van toen – en het land is omringd door NAVO-troepen, in Kroatië, Montenegro, Kosovo, wat een escalatie minder waarschijnlijk maakt.
Ernstig en gevaarlijk. Een herhaling van de oorlog uit de jaren 90 is niet uitgesloten
Sifet Posic, minister Defensie Bosnië-Herzegovina
De crisis houdt nu al meer dan een half jaar aan. En het lijkt er niet op dat Dodik gas terugneemt. Integendeel, vorige week keurde het Servisch-Bosnische parlement de oprichting van een nieuwe justitiële raad goed, waarmee alvast een deel van de dreigementen wordt uitgevoerd. Opmerkelijk: ook de bevoegdheid over geneesmiddelen trekken de Bosnische Serviërs naar zich toe. Dat heeft volgens critici te maken met de omstreden aankoop van beademingsapparaten, geleverd door een bedrijf van een vriend van Dodik. Met het nieuwe "agentschap voor geneesmiddelen" in Republika Srpska blijven dergelijke onfrisse praktijken dus "onder ons".
Macht en corruptie, dat is wat achter deze crisis zit, zegt Ivana Korajlic, plaatselijk vertegenwoordigster van de ngo Transparency International. Het nationalisme van Dodik en de Bosnisch-Servische politici ("wij verdedigen de belangen van de Serviërs") is maar een dekmantel voor het echte doel: zoveel mogelijk financieel voordeel halen uit de machtsposities, en die posities zo lang mogelijk behouden.
Wat Dodik betreft lijkt dat laatste alvast aardig te lukken, hij is al sinds de tweede helft van de jaren 90 aan de macht – in diverse posities – en zijn politieke invloed lijkt onaantastbaar. Overigens heeft de internationale gemeenschap zich danig in hem vergist: aanvankelijk werd hij geroemd voor zijn gematigde visie, later ontpopte hij zich tot een radicale en onbuigbare nationalist.
Milorad Dodik kan bogen op de onvoorwaardelijke steun van Moskou. Vladimir Poetin heeft een goede relatie met zijn (christelijk-orthodoxe) Servische broeders in de Balkan, en dat heeft lang niet alleen met historische en religieuze banden te maken, maar veel meer met geopolitiek. In het geval van Bosnië-Herzegovina: een stabiel en eengemaakt land heeft sneller kans om lid te worden van de EU en van de NAVO, en dat is precies wat de Russen willen vermijden. Eerder probeerden ze al – tevergeefs – te voorkomen dat Montenegro en Noord-Macedonië bij de NAVO zouden komen, in Bosnië speelt Dodik het perfecte spel.
Internationale steun voor Dodik, van omstreden politici
Overigens komt er ook – misschien minder evident – steun vanuit Hongarije en Slovenië. Daar is het veeleer de aversie van de plaatselijke populistische leiders (Orbán en Jansa) voor moslims die een band schept. Als Bosnië in zijn huidige constellatie lid zou worden van de EU, dan wordt meteen een land met een moslimmeerderheid opgenomen in Europa. Dat die islamitische onderdanen in dit geval bijzonder gematigde moslims zijn (van wie velen geen enkel probleem hebben met varkensvlees of alcohol, om maar iets te noemen), dat deert de tegendraadse scherpslijpers in Boedapest en Ljubljana niet.
En dan is er natuurlijk Servië. Dodik zal nooit iets ondernemen zonder overleg met zijn bondgenoot president Vucic. Die gedijt in zijn rol als pendelaar tussen de EU, Rusland en China (sommigen zouden zeggen: hij is een opportunist die van alle walletjes eet). Vorige maand nog riep Vucic zijn Bosnisch-Servische vriend op om terug te keren naar de centrale staatsinstellingen, "in het belang van de stabiliteit in de regio". Tot nu toe is daar nog niet veel van te merken, maar we weten weinig over wat er zich achter de coulissen afspeelt bij de gesprekken tussen de twee volksgenoten.
Nationalisme, het is op zowat heel de Balkan terug van nooit weggeweest. Wat Bosnië-Herzegovina betreft, daar kunnen overigens lang niet alleen de Serviërs worden aangewezen als onverbeterlijke nationalisten. Ook de Bosnisch-Kroatische politici doen flink hun duit in het zakje. Hoewel de Kroaten met de moslims (bosnjakken) samen de Federatie vormen – de tweede entiteit in Bosnië – hebben velen onder hen zich als einddoel gesteld om de gebieden waar zij in de meerderheid zijn bij Kroatië te voegen. Bij de moslims tenslotte deinst hun toppoliticus Bakir Izetbegovic (zoon van oorlogsleider Alija Izetbegovic) er niet voor terug om islamitisch nationalisme in te zetten om zijn eigen populariteit op te krikken.
Is er dan geen uitweg uit die spiraal van nationalisme en onverwerkt verleden? Er zijn diverse factoren. Veel media staan in de twee entiteiten (en bij de drie bevolkingsgroepen) onder controle van de overheid, en zij spuien onophoudelijk verhalen tegen de ‘anderen’. Inwoners die het niet meer zien zitten om dezelfde politieke retoriek jaar na jaar te blijven aanhoren, kiezen met de voeten en emigreren naar West-Europa of Amerika. Een flink deel van de overige inwoners gaat uit apathie of teleurstelling niet naar de stembus. Blijven achter: de hielenlikkers die de huidige generatie politici electoraal in het zadel houden.
"Los het zelf op"
De internationale gemeenschap blijft ook niet buiten schot als het gaat om de onwerkbaarheid van de Bosnische staat. In een eerste periode na het vredesverdrag van Dayton hadden hun vertegenwoordigers de touwtjes strak in handen, de plaatselijke politici konden amper iets doen. En dan, plots, werd beslist dat de Bosniërs hun lot zelf maar in handen moesten nemen.
Politiek wetenschapper Jasmin Hasic schetst de volgende metafoor: vader besluit zijn kinderen de Rubik-kubus te laten oplossen. Tien jaar lang toont hij hen hoe het moet. Maar ze mogen het niet zelf proberen. Dan geeft hij de kubus aan de kinderen en verlaat de kamer. De kinderen proberen, mislukken, ze maken ruzie, elk kind begint van nul af aan, zonder resultaat. Vader is weg.
Een andere Bosnische academicus vertelde me: "Ik ben hier geboren. Wie kan garanderen dat ik hier kan blijven leven en op hoge leeftijd zal sterven in een land genoemd Bosnië-Herzegovina. De persoon die me dat kan garanderen, die wil ik nog wel eens tegenkomen". Optimisme is duur onder de Bosniërs.



