Jan Paesen uit Oudsbergen zet al 27 seizoenen lang padden, kikkers en salamanders over de Gestelstraat in de Abeekvallei. De amfibieën ontwaken midden februari uit hun winterslaap en trekken massaal naar beken en poelen om zich voort te planten. Als de leden van Natuurpunt geen oversteek organiseren, worden er volgens Jan minstens 500 beestjes per seizoen op deze weg verpletterd. “We moeten zorgen voor deze diertjes uit onze natuur.”
Jan helpt padden al 27 jaar met oversteken: "We moeten de kleine diertjes in onze natuur koesteren"
Toen zijn zoon 27 jaar geleden hielp bij een paddenoverzet voor een project in zijn eerste jaar biologie aan de universiteit, raakte Jan Paesen betoverd door de amfibieën in zijn geboortestreek. “Ik ben opgegroeid in de Vallei van de Abeek en ben gek op de natuurpracht. Mensen zijn vaak onder de indruk van grote bedreigde diersoorten soorten zoals leeuwen of tijgers, maar padden, kikkers en salamanders zijn even indrukwekkend. Het is een genot om ze te bestuderen.”
Mensen zijn vaak onder de indruk van grote bedreigde diersoorten soorten zoals leeuwen of tijgers, maar padden, kikkers en salamanders zijn even indrukwekkend.
Jans Paesen
Na hun winterslaap trekken amfibieën massaal naar beken en poelen, met het risico om overreden te worden bij het oversteken van een weg. “Ik help de diertjes oversteken als lid van Natuurpunt. We hebben een paddenafsluiting van 250 meter afgespannen langs de Gestelstraat, met emmers langs de beide kanten. Kikkers en padden volgen de afsluiting en komen in die emmers terecht. Samen met andere vrijwilligers controleer ik elke dag de vangst. We brengen de gevangen dieren veilig naar het water, waar ze zich kunnen voortplanten.”
Gewone padden en kleine watersalamanders
Terwijl Jan de vangst in de emmers bestudeert, maakt hij een opsomming. “Op dit moment hebben we al ongeveer 2700 dieren overgezet, waaronder vooral kleine watersalamanders. Hier en daar zit er ook een alpensalamander tussen. Verder vangen we ook kikkers: bruine kikkers, groene kikkers en heikikkers. En tot nu toe al ongeveer 580 gewone padden. Later op het seizoen zullen we ook de rugstreeppad zien verschijnen.”
Het ideale weer
Jan ziet de paddentrek jaar na jaar vervroegen. “We hebben nog geen echte winter gehad. Regen in combinatie met een graad of zes is het perfecte weer voor deze diertjes. Mannetjes starten hun trek vroeger dan vrouwtjes, omdat ze om zoek gaan naar een partner. Als ze die gevonden hebben, grijpen ze met hun sterk gespierde voorpoten het lichaam van hun partner vast. Het vrouwtje draagt haar ‘geliefde’ dan mee naar het water. Als je in juli of augustus aandachtig rondkijkt, zie je honderden kleine padjes van amper één centimeter groot uit het water kruipen."
Regionaal nieuws uit Limburg


