Na de reportage van VRT NWS over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in Brussel zijn er nog heel wat vragen. Wie zijn deze vaak erg jonge jongens? En waarom vragen ze geen asiel aan en willen ze vooral onder de radar blijven?
"5 slaapplaatsen voor 200 kinderen op straat": wie zijn de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in België?
Met hoeveel zijn ze?
Hoeveel niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in ons land exact verblijven is moeilijk in te schatten, omdat een groot deel onder de radar wil blijven. Als de politie een niet-begeleide minderjarige vreemdeling aantreft, moet ze die persoon registreren. Ook de Dienst Vreemdelingenzaken houdt cijfers bij van wie zonder ouders in ons land arriveert en een asielverzoek indient. Uit die gegevens blijkt dat het niet om enkelingen gaat.
Vorig jaar zijn 3.128 nieuwe niet-begeleide minderjarigen geregistreerd. Die kinderen moeten in theorie allemaal opgevangen worden, maar dat lukt niet in alle gevallen.
De grootste groep minderjarigen die alleen reizen zijn tegenwoordig Afghanen, vorig jaar zo’n 2.468. Zij vragen doorgaans asiel aan. Bij een deel van hen twijfelt Dienst Vreemdelingenzaken over hun echte leeftijd. In dat geval wordt een leeftijdstest gedaan en soms blijken ze toch meerderjarig. De op een na grootste groep zijn Marokkaanse kinderen, vorig jaar 465. Veel van deze kinderen zijn niet van plan om asiel aan te vragen en belanden op straat.
De leeftijd van niet-begeleide minderjarigen varieert. De allerjongsten tussen 0 en 10 jaar zijn meestal kinderen die op de vlucht zijn met een tante, oom of grootouder. Maar veel jongeren zijn helemaal alleen in ons land. Soms al op de leeftijd van negen of tien jaar. In 2021 zijn 89 kinderen tussen de 6 en 10 jaar gesignaleerd en 1.892 kinderen tussen de 11 en 15 jaar.
Tot de leeftijd van 18 jaar krijgen ze in ons land begeleiding. Ze krijgen een voogd toegewezen. Dat is een vrijwilliger hier in België die mee opvolgt of ze naar school gaan, en die het contact met eventuele ouders opstart of mee onderhoudt. De voogd staat ook in voor alle administratieve zaken.
Hoe overleven ze hier?
De niet-begeleide kinderen die opvang weigeren zie je in Brussel op straat leven. Sociaal werkers rond het Zuidstation proberen hen te helpen. Het zijn vooral Marokkaanse jongens die geen vaste bestemming hebben. Ze dwalen rond van stad tot stad op zoek naar werk.
De ene ochtend zijn ze in Parijs, tegen de avond zijn ze in Brussel, om de volgende dag naar Marseille te vertrekken. “Deze jongeren zijn extreem zelfstandig en autonoom. Ze verplaatsen zich zeer snel tussen landen afhankelijk van waar ze werk vinden of een goede slaapplek”, zegt sociaal werker Sophie Zambeaux van Sos Jeunes, een organisatie die de jongens probeert te begeleiden.
Isham (schuilnaam), 16, is één van deze jongens. Hij verliet Marokko toen hij 12 jaar was: “Ik had verwacht dat ik hier een betere toekomst zou hebben, maar mijn leven is miserabel. Ik heb geen dak boven mijn hoofd en niemand die me hier kan helpen.”
Wanneer we Isham ontmoeten slaapt hij in een kraakpand in Anderlecht. Hij deelt een kleine kamer met tien andere jongens in een groot gebouw. Er is geen elektriciteit, lopend water of verwarming. “Het is hier gevaarlijk. Er zijn veel drugsverslaafden en geweld, maar het is beter dan op straat te slapen.”
“Ik had verwacht dat ik hier een betere toekomst zou hebben, maar mijn leven is miserabel.
Isham, 16
Er liggen drie matrassen op de grond, er is een gammel keukenkastje dat gebruikt wordt als tafel en het ruikt er naar urine. Ondanks de omstandigheden houden de jongens hun studio netjes, een plastic zakje dient als vuilnisbak. “We willen niet in rommel leven en ruimen het hier regelmatig op.” zegt Isham.
Op een matras in de hoek zit een jongen van veertien jaar oplosmiddel te snuiven. Isham: “Ik ben zelf een aantal weken gestopt met oplosmiddel te snuiven. Het is troep, maar zo vergeten we onze problemen.”
Bij de straatkinderen is het gebruik van verdovende middelen een gewoonte. Deze jongeren hebben op zeer jonge leeftijd trauma’s opgelopen. Het gebruik van verdovende middelen laat hen hun problemen vergeten en helpt tegen de koude.
Waarom vragen ze geen asiel aan?
Wie uit Marokko komt, krijgt doorgaans geen asiel. Van diegenen die toch een aanvraag doen, is het percentage dat een positief antwoord krijgt zeer laag. De straatkinderen uit Marokko zijn hier ook niet om die reden. Vaak leefden ze in Marokko al op straat en dachten ze dat ze hier werk zouden kunnen vinden, of naar school zouden kunnen gaan.
Niet-begeleide minderjarigen worden altijd eerst geplaatst in een observatie- en oriëntatiecentrum. Wie asiel aanvraagt, gaat naar zo’n centrum van Fedasil in Neder-over-Heembeek, Steenokkerzeel of Sint-Pieters-Woluwe. De groep die geen asiel aanvraagt, wordt ondergebracht in het piepkleine dorpje Sugny, vlak bij de Franse grens. De jongeren verkiezen eerder om op straat of in kraakpanden te slapen dan naar Sugny te worden overgebracht.
De opvangcentra zijn open, simpelweg omdat je niet zomaar iemand mag opsluiten. Dat betekent dat de kinderen er kunnen vertrekken als ze dat willen en een deel van hen doet dat ook. Meestal zijn ze bang van alles wat met de overheid te maken heeft.
In tegenstelling tot meerderjarigen hoeven niet-begeleide minderjarigen geen asiel aan te vragen om te kunnen blijven. Ook als hun aanvraag geweigerd wordt, hebben ze toch recht op begeleiding en opvang. Ze hebben dan wel geen officieel statuut, maar krijgen een bed en moeten naar school. Op het moment dat ze achttien worden, verliezen ze dat recht en verblijven ze illegaal in ons land.
Waarom verblijven de jongeren liever op straat dan in een opvangcentrum?
Bij de straatkinderen is het opvangcentrum in Sugny gekend en niemand wil er heen. “Het is ver van Brussel en er is daar niets te doen”, zegt Isham. Volgens Sophie van SOS Jeunes is het centrum niet aangepast aan deze jongeren: “Zij zijn al vanaf jonge leeftijd jaren op de dool en zijn het niet gewoon om van de ene dag op de andere een strikt schema te volgen met opgelegde regels. Bovendien hebben ze hier in Brussel ook vrienden en een netwerk opgebouwd.”
In het hotel Van Belle in Brussel bieden SOS Jeunes, AZG en het Burgerplatform voor Vluchtelingen noodopvang slaapplaatsen aan minderjarigen migranten. Hier kunnen de jongeren maximaal drie maanden verblijven. Momenteel zijn er 35 slaapplaatsen, waarvan vijf voor de Maghrebijnse jongeren die SOS Jeunes opvangt. Houssam Mahla van Sos Jeunes: “Sinds de start van ons team in april hebben wij ongeveer 200 Maghrebijnse straatjongeren ontmoet. Die vijf plaatsen zijn een godsgeschenk, maar hoe kies je aan wie je die plaatsen geeft wanneer er zo veel jongeren zijn die op straat leven?”
Eind december kreeg ook Isham een slaapplek in hotel Van Belle en in januari startte hij een kappersopleiding. “Als je deze kinderen een plek geeft waar ze in veiligheid zijn, waar hun basisnoden worden verzorgd, dan verandert hun mentaliteit. Dan zijn ze gemotiveerd om school te lopen.” vertelt Houssam.
Reactie staatssecretaris Asiel en Migratie
Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi (CD&V) beseft dat ze via het reguliere opvangnetwerk de Maghrebijnse jongeren niet kunnen bereiken. “Niemand wil kinderen op straat, maar dit zijn kinderen die schrik hebben van de overheid en dat is een moeilijkheid waarmee we zitten.”
“Niemand wil kinderen op straat, maar dit zijn kinderen die schrik hebben van de overheid en dat is een moeilijkheid waarmee we zitten.”
Kabinet Sammy Mahdi, staatssecretaris Asiel en Migratie
Omdat deze jongeren niet komen om asiel aan te vragen, zijn ze ook moeilijk te bereiken. Ze komen zichzelf niet aanbieden, zitten in een overlevingsmodus. Sophie van Sos Jeunes: “Wij vragen een pré-opvang. Een plek waar de jongeren kunnen overnachten. Daar kunnen we hun vertrouwen winnen en medische en psychologische steun geven. Alleen zo kunnen we stap voor stap aan een traject werken om ze van straat te halen en in een opvangcentrum en op school krijgen.”
Momenteel liggen er plannen op tafel om met een inloophuis te starten in Anderlecht. De gesprekken verlopen moeizaam omdat er veel partners betrokken zijn. Het is een delicaat onderwerp, klinkt het bij het kabinet van Mahdi: “Het is niet de bedoeling dat ouders hun kinderen voorop sturen. We staan in contact met het middenveld om samen met de Marokkaanse overheid de kinderen weer te herenigen met hun ouders.”
Hereniging blijkt in de praktijk weinig kans op slagen te hebben. Niet alle straatkinderen hébben nog ouders. Bovendien lukt terugsturen enkel als de voogd, eventuele ouders en het kind akkoord gaan. En de omstandigheden waarin het kind terechtkomt in het herkomstland, moeten aan minimumnormen voldoen. In de praktijk blijkt het moeilijk om aan al deze voorwaarden te voldoen. Het kind wordt dan getolereerd in België tot achttien jaar en is vanaf dan illegaal in ons land.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant