De komende acht dagen staat er druk diplomatiek overleg gepland over de crisis rond Oekraïne. Rusland heeft aan de grens met zijn westelijke buur tienduizenden soldaten verzameld en Oekraïne vreest voor een Russische inval. Moskou kaatst de bal terug en zegt dat de Oekraïense regering in Kiev een offensief voorbereidt tegen de separatistische en pro-Russische gebieden in het oosten. De EU en de VS kiezen duidelijk de kant van Kiev. Het bezoek van de Hoge Vertegenwoordiger van de EU Josep Borrell moest die solidariteit in de verf zetten.
EU-vertegenwoordiger Borrell op bezoek in Oekraïne: "Tijd van grootmachten met invloedssferen is voorbij"
"Historisch". Zo noemde de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmytro Kuleba het bezoek van Josep Borrell aan de frontzone in het oosten van zijn land, waar regeringstroepen en door Rusland gesteunde separatistische milities tegenover elkaar staan. Borrell werd per helikopter naar Loegansk gevlogen en sprak daar met soldaten en lokale bewoners.
Sinds het begin van het conflict in 2014 was nog geen enkele Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie ter plaatse in de frontzone gaan kijken. Borrell bevestigde dat dit bezoek hem een beter zicht gaf op de concrete leefomstandigheden van de bevolking in het gebied, waar families uit elkaar zijn gerukt en de bewegingsvrijheid en toegang tot diensten beperkt zijn.
"We zijn niet meer in de tijd van Jalta"
Na hun bezoek aan de frontlinie hielden Borrell en de Oekraïense minister een persconferentie. Daarin benadrukten ze allebei dat het niet aan Rusland is om te bepalen welke relaties Oekraïne mag onderhouden met de EU. "We zijn niet meer in de tijd van Jalta", zei Borrell, verwijzend naar de conferentie van Jalta in 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, waar de VS en de Sovjet-Unie (samen met Groot-Brittannië) invloedssferen afbakenden waarover ze in de naoorlogse periode een mate van zeggenschap zouden kunnen uitoefenen. Alleen Oekraïne zelf kan daarover beslissen, zei hij.
Tegelijk onderlijnde de Europese topdiplomaat dat de veiligheid van Oekraïne en die van Europa sterk met elkaar verweven zijn. "Er is geen Europese veiligheid zonder de veiligheid van Oekraïne." Hij voegde daar nog aan toe dat gesprekken over veiligheid in Europa niet mogelijk zijn zonder deelname van de Europeanen zelf. Daarmee leek hij te suggereren dat de kwestie niet louter door de grootmachten Rusland en Amerika kan worden besproken, boven de hoofden van de EU en van Oekraïne zelf.
Borrell herhaalde ook dat een Russische invasie zware gevolgen zou hebben. "We zullen proberen om de situatie te ontmijnen via diplomatieke onderhandelingen, maar ook door een fors standpunt in te nemen dat we Oekraïne voluit steunen."
Drukke diplomatieke agenda
Het bezoek van Borrell aan Oekraïne zet meteen de toon voor een week van intensief diplomatiek overleg:
Nu vrijdag 7 januari houden de NAVO-ministers van Buitenlandse Zaken al een videoconferentie over de kwestie Oekraïne.
Maandag 10 januari is er in het Zwitserse Genève een ontmoeting gepland tussen Amerikaanse en Russische topdiplomaten. Voor de VS zal adjunct-minister van Buitenlandse Zaken Wendy Sherman die gesprekken voeren, voor Rusland haar tegenhanger Sergei Ryabkov.
Op diezelfde maandag 10 januari ontvangt NAVO-secretaris-generaal Stoltenberg in Brussel de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Kuleba. De minister zal een vergadering bijwonen van de NAVO-Oekraïne-commissie, een contact- en overlegorgaan dat al sinds 1997 bestaat.
Woensdag 12 januari heeft Stoltenberg in Brussel een vergadering georganiseerd van de NAVO-Rusland-raad. Dat overlegorgaan tussen de westerse alliantie en Rusland werd in 2002 in het leven geroepen om wederzijdse wrevelpunten of mogelijke vormen van samenwerking te bespreken.
En op donderdag 13 januari wordt er over de toegenomen spanningen gepraat in de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, in Wenen.
Die druk draaiende diplomatieke molen illustreert hoe ernstig de dreiging van een gewapend conflict wordt genomen. Het geruststellende nieuws is dat alle partijen de diplomatie vooralsnog een kans willen geven.

