Er hangt de afgelopen dagen af en toe een dikke mist over onze wegen en het regent vandaag ook licht. Het is dus belangrijk dat je auto voldoende zichtbaar is voor andere weggebruikers. Je auto heeft gewone lichten en mistlichten maar steeds vaker ook dagrijlichten. Hoe gebruik je die nu correct?
Dichte mist en slechte zichtbaarheid: wanneer gebruik je mistlichten, dimlichten of dagrijlichten?
Dit artikel verscheen voor het eerst op 28 december 2021. Omdat het al de hele week mistig weer is, bieden we het nog eens aan.
Volgens de verkeerscode moet je je dimlichten overdag aanzetten wanneer het zicht minder is dan 200 meter. Je kan dat manueel doen maar steeds meer auto’s zetten de dimlichten bij schemering of neerslag met behulp van lichtsensoren zelf aan. Alleen is dat systeem niet helemaal onfeilbaar, en al zeker niet bij nevel of mist. Veel bestuurders zijn daarom minder zichtbaar dan ze zelf denken.
Dat komt omdat steeds meer auto's dagrijverlichting hebben. Die is in Europa verplicht bij auto’s die na 2011 gemaakt zijn en gaat vooraan vanzelf branden wanneer je de motor al start.
En daar ontstaat de verwarring: vooraan gaan kleine LED-lampjes branden maar achteraan blijven je rode lichten gedoofd. Dat kan overdag op donkere winterdagen met gemiezer en mist voor problemen zorgen. Sommige automobilisten zijn daar niet van op de hoogte.
Bij verminderd zicht zet je dan beter toch je dimlichten manueel aan waardoor de koplampen feller gaan branden en je ook achteraan beter zichtbaar bent. Hoe dat zit, leggen we uit in de video hieronder.
Dagrijverlichting
Door Europese regelgeving is de zogenoemde dagrijverlichting in België standaard aanwezig op alle nieuwe auto’s sinds 2011. Meestal bestaat die verlichting uit een kleine LED-module onder de klassieke koplampen. Zo ben je ook overdag beter zichtbaar voor andere weggebruikers. Europa verplicht de dagrijverlichting echter niet achteraan, de meeste auto’s hebben die dan ook niet. Dat veroorzaakt ook overdag in het vaak donkere winterseizoen voor wat verwarring: automobilisten hebben soms niet door dat de dim- of kruislichten (je gewone lichten voor en achter) niet aanstaan, maar enkel de dagrijverlichting.
Dimlichten
De dimlichten zijn je gewone autoverlichting voor- en achteraan die je normaal ’s nachts gebruikt. Anders dan de dagrijverlichting verlichten ze het wegdek voor je, en achteraan is er aan beide zijden een duidelijk rood licht dat achterliggers op je aanwezigheid attendeert. Bij een goede zichtbaarheid overdag is het in België niet verplicht om ze aan te zetten maar onder meer de politie beveelt het wel aan, zeker in de winter. In de stad en op gewestwegen kunnen voetgangers en fietsers zo beter de afstand en de snelheid van een naderende auto inschatten.
Sowieso zijn ingeschakelde dimlichten overdag wel verplicht in tunnels en wanneer het zicht door regen, hagel en sneeuw minder dan 200 meter bedraagt.
Manueel overschakelen op dimlichten
Afhankelijk van het merk en het model maar ook de ouderdom van je wagen zijn er veel verschillen. Soms moet je manueel je dimlichten aanzetten maar steeds meer voertuigen doen dat voor jou via een zogenoemd automatisch ingeschakelde verlichting. Dat werkt met lichtsensoren aan de buitenkant van je auto. Bij schemering, bij het binnenrijden van een langere tunnel of bij flinke regen gaan je dimlichten automatisch aan. Voor jou een zorg minder en het werkt doorgaans zeer goed maar het systeem heeft ook zijn limieten.
Bij mist of nevel is het daglicht soms nog helder ook al is het zicht beperkt. In veel auto’s gaan de dimlichten dan niet aan. Je moet er dan echt aan denken om je dimlichten manueel aan te zetten. Dat is wettelijk ook verplicht want je blijft ondanks de snufjes in je auto zelf verantwoordelijk voor het naleven van de verkeerscode.
Sommige merken en modellen laten je toe om het instelpunt van de automatisch ingeschakelde dimverlichting zelf aan te passen. Zo bepaal je zelf hoe snel ze moeten branden. Heb je die optie, gebruik ze dan zeker. In de handleiding van je wagen vind je doorgaans een erg duidelijke toelichting over de manier waarop de verlichting in jouw auto precies werkt.
Auto's van voor 2011
Heb je een wagen van voor 2011, dan heeft die wellicht geen dagrijverlichting. Dat is ook niet erg. Je moet de afwezigheid van de dagrijverlichting bij helder weer niet compenseren door het zelf aansteken van de dimlichten. In sommige Europese landen is dat echter wél het geval, onder meer in Zwitserland en Scandinavië.
"Fifty shades of red"
Kan je het probleem met zichtbaarheid overdag dan niet deels oplossen door de dagrijverlichting ook aan de achterkant van de wagen te verplichten? Sommige constructeurs zoals Volvo doen het trouwens al een tijd en ze mogen dat via de typegoedkeuringen van sommige lidstaten ook. “Er is van dat idee al lang sprake,” zegt Michel Martens, directeur kenniscentrum van Febiac, “maar Europa houdt de boot voorlopig af omdat er met de rode lichten achteraan de wagen nog meer verwarring mogelijk is. Je hebt de gewone rode lichten, de remlichten en de verplichte mistlichten. Als je die rode dagrijlichten achteraan ook gaat opleggen, hoe hou je al die schakeringen van rood nog uit elkaar?"
Mistlichten
Je mistlichten moet je altijd zelf aanzetten. Je moet de mistlampen achteraan (verschijnt in een oranje logo op je dashboard) inschakelen in de volgende situaties: wanneer mist en sneeuwval het zicht beperken tot minder dan 100 meter en altijd in het geval van zeer zware regen. Vergeet ze echter niet uit te zetten zodra je in een file belandt – je verblindt dan immers je achterligger en dat kan zelfs ongevallen veroorzaken.
Sommige auto’s hebben ook voormistlichten (een groen logo op je dashboard), maar zelfs als je ze hebt, is het gebruik ervan volgens de verkeerscode nooit verplicht. Je mag ze enkel aanzetten bij mist, sneeuwval of felle regen als je minder dan 100 meter ver kunt zien.


