Vanaf het schooljaar 2022-2023 wordt het mogelijk om een nieuwe school voor buitengewoon onderwijs op te richten voor één doelgroep van leerlingen. Tot nu toe moest elke school buitengewoon onderwijs op minstens twee verschillende doelgroepen gericht zijn, wat in de praktijk een serieuze drempel was.
Al meer dan 30 jaar geldt de regel dat elke nieuwe school voor buitengewoon onderwijs minstens twee verschillende types moet aanbieden. Die regel moest er voor zorgen dat er voor elk type genoeg aanbod was, maar in de praktijk heeft het net het omgekeerde effect: initiatiefnemers die aanbod willen creëren voor 1 type bergen hun plannen weer op omdat het niet lukt om 2 types te organiseren. Minister van Onderwijss Ben Weyts (N-VA) maakt nu een einde aan het decenniaoude beperking.
Nieuwe scholen voor leerlingen met een ernstige mentale beperking (type 2) of leerlingen met gedragsproblemen of emotionele problemen (type 3) kunnen worden opgericht in alle regio's met een capaciteitstekort voor die types. De vraag is immers het grootst voor die types. Nieuwe scholen voor andere types kunnen worden opgericht als er in een straal van 25 kilometer geen ander aanbod is. "Er zijn vandaag verschillende schoolbesturen die buitengewoon onderwijs willen organiseren, maar die willen beginnen met 1 type", zegt Weyts. "Als ze dat niet kunnen, dan beginnen ze er niet aan."
Deze gerichte ingreep moet aarzelende initiatiefnemers over de streep trekken en leiden tot meer plaatsen in het buitengewoon onderwijs. "Het buitengewoon onderwijs biedt gespecialiseerde zorg aan kwetsbare leerlingen, maar in sommige streken is het aanbod schaars. Leerlingen moeten dan lange afstanden overbruggen naar een school die focust op hun noden", zegt Weyts. Het oprichten van nieuwe scholen kan dan ook een deel van de oplossing zijn voor het lange busvervoer dat sommige leerlingen moeten ondernemen.