We delen slechts hoogstens 7 procent van ons genoom - ons erfelijk materiaal - enkel met andere moderne mensen. De overige 93 procent delen we ook met vroegere voorouders of verwanten, de neanderthalers en denisova's. Dat blijkt uit een nieuwe studie waarin een nieuw instrument werd gebruikt om preciezere vergelijkingen te kunnen maken tussen het DNA van moderne mensen en dat van onze uitgestorven verwanten.
Wat maakt mensen uniek? Die vraag houdt wetenschappers al lang bezig en onderzoekers van de University of California, Santa Cruz, hebben nu een nieuwe stap gezet naar de oplossing van dat raadsel.
De nieuwe studie gebruikte DNA dat uit 40.000 tot 50.000 jaar oude fossiele resten van de nu uitgestorven neanderthalers en denisova's werd gehaald en DNA van 279 moderne mensen van over de hele wereld.
Wetenschappers weten al langer dat moderne mensen een zekere hoeveelheid DNA delen met neanderthalers en denisova's, maar verschillende mensen hebben verschillende delen van hun genoom gemeen met die archaïsche mensen. Eén doel van de nieuwe studie was uit te zoeken welke genen uitsluitend gedeeld werden met andere moderne mensen en dus uniek menselijk waren.
Dat is een moeilijk statistisch probleem en de onderzoekers "ontwikkelden een waardevol instrument dat rekening houdt met ontbrekende gegevens in de oude genomen", zei John Hawks, een paleoantropoloog aan de University of Wisconsin, Madison, die niet betrokken was bij de studie.
De onderzoekers kwamen tot de conlusie dat slechts hooguit 7 procent van ons DNA uniek is voor onze soort.
"Dat is een behoorlijk klein percentage", zei Nathan Schaefer, een computerbioloog aan de UC Santa Cruz en een van de auteurs van de nieuwe studie. "Dergelijke bevindingen zijn de reden waarom wetenschappers zich afkeren van de gedachte dat wij mensen zo enorm veel verschillen van de neanderthalers."
Hersenfuncties
De onderzoekers ontdekten ook dat een nog kleiner deel van ons genoom - slechts 1,5 procent - zowel uniek is voor onze soort en gedeeld wordt door alle mensen die momenteel leven.
Die stukjes DNA bevatten mogelijk de meest betekenisvolle aanwijzingen over wat moderne mensen echt karakteriseert. Ze blijken de laatste 600.000 jaar verschillende uitbarstingen van evolutionaire aanpassingen gekend te hebben, aanpassingen die enkel bij moderne mensen voorkomen en die verband houden met de ontwikkeling en de werking van de hersenen.
"We kunnen zeggen dat die regio's van het genoom zeer rijk zijn aan genen die te maken hebben met de ontwikkeling van het zenuwstelsel en de werking van de hersenen", zei computerbioloog en mede-auteur van de studie Richard Green van UC Santa Cruz.
In 2010 hielp Green mee aan het opstellen van de eerste voorlopige sequentie van het neanderthal-genoom. Vier jaar later schreef geneticus Joshua Akey mee aan een studie die aantoonde dat moderne mensen enkele overblijfselen van neanderthal-DNA in hun genoom hebben.
Sindsdien hebben wetenschappers de technieken om genetisch materiaal uit fossielen te halen en te analyseren voortdurend verfijnd. "Betere instrumenten laten ons toe om steeds gedetailleerder vragen te stellen over de geschiedenis en de evolutie van de mensheid", zei Ackey, die nu aan de Princeton University werkt en niet betrokken was bij de nieuwe studie.
Akey loofde ook de methodologie van de nieuwe studie maar niet iedereen is het daar mee eens. Alan Templeton, een populatiegeneticus aan de Washington University in St Louis, stelde de aanname van de auteurs in vraag dat veranderingen in het menselijk genoom willekeurig verdeeld zijn en niet geconcentreerd zijn rond bepaalde hotspots in het genoom.
De bevindingen van de studie onderstrepen "dat we in wezen een erg jonge soort zijn", zei Akey. "Niet zo lang geleden deelden we de planeet met andere menselijke afstammingslijnen."
De studie van Schaefer, Green en Beth Shapiro is gepubliceerd in . Bron: Associated Press.



