Geen enkele gebeurtenis in de twintigste eeuw heeft in Europa en de wereld zoveel verandering gebracht als de Eerste Wereldoorlog. Soms wordt zelfs gezegd dat de eeuw pas echt met deze oorlog begon.
Andere grenzen
De veranderingen zijn in de eerste plaats te zien aan de staatsgrenzen. Een kaart van Europa meteen na de oorlog verschilt radicaal van die vlak ervoor. Een kaart uit 1919 lijkt sterk op een kaart van nu, zelfs sterker dan een kaart van Europa 50 jaar geleden. Dat geldt zeker voor Midden- en Oost-Europa.
Drie grote rijken, het Russische, het Oostenrijkse en het Turkse (Ottomaanse) zijn uiteengevallen. Andere, kleinere staten zijn verschenen. Sommige daarvan hadden vroeger bestaan (Polen, Litouwen), andere, als Finland en Letland, zijn voor het eerst onafhankelijk. Een aantal van die nieuwe staten, zoals Oekraïne en Georgië, die zich van Rusland hadden afgescheurd, zullen na een paar jaar weer hun onafhankelijkheid verliezen, zij het dat ze als aparte “Sovjetrepublieken” delen van de nieuwe Sovjetunie worden.
Ook in het Midden-Oosten verandering. Mede door de opstand van de Arabieren verdwijnt de Turkse overheersing aldaar. De grote mogendheden Frankrijk en Groot-Brittannië willen er hun macht handhaven en creëren er "mandaatgebieden" onder hun bestuur, die op termijn onafhankelijke staten moeten worden: Syrië, Libanon, Irak, Palestina... De halve maatregelen en vage beloftes van toen aan Arabieren en Joden hebben ervoor gezorgd dat het Midden-Oosten tot vandaag een heksenketel is.
Meer democratie
Door de grote oorlog is de wereld een heel stuk democratischer geworden. Daarvoor waren bijna alle Europese staten erfelijke monarchieën. Zelfs al was er vrijwel overal een verkozen parlement, de heersers van machtige rijken - de Duitse, de Oostenrijkse en de Russische keizers - hadden nog een grote persoonlijke macht. De oorlog heeft een einde aan die drie grote keizerrijken gemaakt. Tronen en scepters rolden op straat. De nieuwe staten die zijn ontstaan (Polen, Tsjechoslovakije, de Baltische landen..) zijn republieken.
Tot 1914 kenden nog heel wat landen verkiezingen waar de stem van de rijken of andere sociaal bevoorrechten meer waard was dan die van arbeiders of kleine boeren (voor zover die al mochten stemmen). Die verschillen zijn grotendeels verdwenen. Zo is er in België een einde gekomen aan het systeem waarbij sommige burgers twee of drie stemmen mochten uitbrengen.
Algemeen stemrecht is de regel geworden, maar daarmee is de democratie nog niet veilig. In Rusland hebben de communisten een autoritair regime ingevoerd waar elke oppositie onderdrukt wordt. In Italië ontstaat meteen na de oorlog het fascisme, dat snel de macht zal grijpen. Andere landen zullen dat voorbeeld volgen…
Vrouwenemancipatie
De oorlog heeft ook de doorbraak van het vrouwenstemrecht betekend. In 1914 waren maar enkele gebieden in de wereld waar vrouwen kiesrecht hadden (in 1913 had Noorwegen dat recht als eerste onafhankelijke staat ingevoerd). Tijdens of meteen na de oorlog is het vrouwenstemrecht er gekomen in onder meer Rusland, Duitsland, de Verenigde Staten en (nog beperkt) Groot-Brittannië., maar ook in Denemarken en Nederland, die niet aan de oorlog hebben meegedaan. In België krijgen de vrouwen in 1920 gemeentelijk stemrecht en het jaatr daarop komt de eerste vrouw in het parlement.
Ook op andere domeinen gaan de vrouwen erop vooruit, al is er van gelijkberechtiging nog lang geen sprake. Omdat de mannen massaal naar het leger moesten, zijn er tijdens de oorlog veel vrouwen ingezet in de (wapen)industrie, maar ook in beroepen die tot dan toe niet voor vrouwen waren bestemd, zoals dat van buschauffeur of postbode. Veel van die veranderingen zijn teruggeschroefd toen de mannen van het front terugkeerden.
Toch betekent de oorlog een definitieve doorbraak van vrouwen in sommige beroepen, zoals kantoorjobs. Een begin van emancipatie, die zich in de Dolle Jaren Twintig uit in een beeld van de zelfbewuste, meer “mannelijk” geklede vrouw die sigaretten rookt en auto rijdt.
Sociale zekerheid
Vooruitgang zien we ook op sociaal gebied. De sociale zekerheid, die voor de oorlog in de meeste landen nog maar sporadisch voorkwam, heeft meteen na de oorlog een forse uitbreiding gekend, zeker in België. Pensioenen, ziekte- en werkloosheidsverzekering, ze worden voortaan door de staat geregeld en gesubsidieerd. Er is meer en betere bescherming van de werknemers, met de achturendag als voornaamste realisatie. Ook de sociale huisvesting kent een begin, met een groot programma voor “goedkope woningen”.
Al die veranderingen zijn geen cadeaus die uit de hemel zijn gevallen. In de decennia voor de oorlog had de arbeidersbeweging hard en vaak tevergeefs gestreden voor rechten voor de arbeiders, sociale zekerheid en meer democratie. Dat die eisen nu wel gerealiseerd worden, komt gedeeltelijk door de nationale solidariteit onder de politieke partijen die tijdens de oorlog is gegroeid, maar toch vooral uit angst voor revolutie. In Rusland heeft de oorlog immers geleid tot een zeer radicale en bloedige omwenteling. Elders willen bijna alle leidende politici, van de conservatieven tot de gematigde socialisten dit vermijden.
Economische chaos
Op economisch vlak heeft de oorlog voor zware problemen gezorgd, die nog jaren ellende veroorzaken.
Door het ontstaan van kleinere staten zijn er meer grenzen, wat verkeer en handel belemmert. In sommige landen zorgt dat zelfs een tijd voor hongersnood.
Voor de waarde van het geld betekent de oorlog een grote breuk met het verleden. Tot 1914 kon iedereen papiergeld inwisselen tegen gouden munten. Vanaf de eerste dagen van het conflict is dat niet meer mogelijk. Het gevolg is op termijn inflatie en muntontwaarding, fenomenen die voor de oorlog vrijwel onbekend waren. Die vooroorlogse munstabiliteit is eigenlijk nooit meer teruggekeerd.
Om de oorlog te bekostigen hebben de oorlogvoerende landen gigantische hoeveelheid geld geleend, grotendeels van de eigen bevolking, maar ook van buitenlandse banken en overheden. Het terugbetalen van die schulden wordt een zware karwei, zelfs al heeft het geld veel van zijn waarde verloren. Tot een eeuw na de oorlog worden er nog oorlogsleningen terugbetaald. Een groot deel van de oorlogsschuld is zelfs blijven bestaan.
Boeman Duitsland
De oorlog betekende een forse knauw voor het aanzien en de invloed van Duitsland in de wereld. In de jaren voor 1914 stond Duitsland op veel gebieden aan de top. Het was zowat het welvarendste land op aarde. De Duitse economie, cultuur, wetenschap, technologie… hadden een grote uitstraling in andere landen. Zelfs Engelse studenten leerden toen Duits, om Duitse wetenschappelijke publicaties te kunnen lezen.
De oorlog heeft daarin voor een brutale ommekeer gezorgd. Duitse bezittingen in het buitenland zijn onteigend. Duitse professoren zijn niet meer welkom aan buitenlandse universiteiten. Duitsland is uitgesloten van allerlei internationale organisaties, van de Olympische Spelen, van wetenschappelijke congressen...
Het zal een tiental jaar duren voordat die uitsluiting ongedaan werd gemaakt. Zelfs vandaag blijft Duitsland een bijzonder productief en machtig land in de wereld. Maar de Duitse invloed zal nooit meer worden wat hij geweest was.
Het communistische gevaar
De verandering in Rusland door de oorlog heeft zware gevolgen. Het oude, nog achterlijke tsarenrijk is in de handen gevallen van een groep extreme revolutionairen, die zich communisten noemen en die op gewelddadige wijze de samenleving veranderen. Velen buiten Rusland zien daar een hoopvol teken in voor het begin van een nieuwe, socialistische maatschappij. Het communisme krijgt in heel wat landen aanhang onder de arbeiders.
Voor de bezittende klassen is dit een nachtmerrie, te meer daar kort na de oorlog ook elders communistische opstanden plaatsvinden, die overigens allemaal mislukken. De dreiging van het communisme en vooral van de nieuwe communistische mogendheid, de Sovjetunie, zal de politieke agenda van veel regeringen bepalen. Dat zal blijven duren tot het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1991. De opkomst van fascistische en andere extreemrechtse bewegingen is minstens voor een deel een reactie op deze dreiging..
Drang naar vrede
De schok die de Eerste Wereldoorlog heeft veroorzaakt, zorgt er ook voor dat men anders over het fenomeen oorlog gaat denken. Nog tijdens de Grote Oorlog sprak men van de “oorlog om een einde te maken aan alle oorlogen”. De slogan “Nooit meer oorlog” raakt verspreid. Voor het eerst is er een internationale organisatie, de Volkenbond, om oorlogen te voorkomen. Voor het eerst wordt echt over ontwapening gepraat. Er komt zelfs een verdrag dat de oorlog buiten de wet stelt (het Briand-Kellogpact van 1928).
Die pogingen om een nieuwe oorlog te verhinderen zullen om diverse redenen mislukken, maar toch is er iets veranderd. Oorlog wordt niet langer beschouwd als “normaal”, als een geoorloofd onderdeel van de politiek. Ministers van Oorlog heten nu ministers van Defensie. Iedereen spreekt over vrede, ook al zal er nog oorlog komen…
De Eerste Wereldoorlog is een keerpunt, het begin van een nieuw tijdperk. Dat er een nog bloedigere Tweede Wereldoorlog zal volgen, kan ook alleen begrepen worden in het kader van die Eerste Wereldoorlog.
De Duitse nazibeweging ontstond uit groepen oud-strijders die gefrustreerd waren door de nederlaag van 1918. Adolf Hitler, die als dictator altijd zijn IJzeren Kruis uit de Eerste Oorlog droeg, wilde in de eerste plaats die nederlaag goedmaken. De Tweede was een gevolg van - of als men wil een revanche op - de Eerste…

