In deze reeks geven we een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Deze week van 4 tot 10 december 1944. In Nederland zetten de Duitsers de Betuwe onder water en de geallieerde legers in het westen maken nog maar langzaam vorderingen.
4 tot 10 december 1944: Duitsers zetten opnieuw stuk Nederland onder water
In Nederland begint de Betuwe, de streek tussen de Waal en de Nederrijn, onder water te lopen.
Duitse genietroepen hebben een aantal bressen gemaakt in de dijken van de Nederrijn bij Arnhem. Intussen ligt vrijwel de hele streek blank. Op die manier wordt het voor de geallieerden nog veel moeilijker de Rijn te passeren.
De Betuwe behoort tot het gebied dat de geallieerden in september met Operatie Market Garden in handen willen nemen. Een zuidelijk deel ervan is bevrijd, maar de geallieerden kunnen niets anders doen dan zich terug te trekken. De Britse troepen in het gebied zijn daar trouwens op voorbereid. Ze zijn meteen een evacuatie gestart, ook voor de zwaar getroffen burgerbevolking.
Doordat een dijk langs de Waal het onder de waterdruk begeven heeft, staat meer naar het westen ook een stuk land dat nog onder Duitse bezetting stond onder water.
De Duitsers hadden al eerder plannen voor inundatie. Dat hebben ze al gedaan met enkele Zeeuwse eilanden tijdens de slag om de Schelde.
Voor de bevolking in het bezette Nederland neemt de ellende alleen maar toe. Vandaag is overigens het broodrantsoen in het westen van bezet Nederland verlaagd tot 1000 g per week.
Moeizame vooruitgang aan het Westfront
De geallieerde legers zijn nu in verschillende regio’s Duitsland binnengedrongen, maar vorderen maar moeizaam en met zware verliezen. De Duitsers tonen eens te meer dat ze veel ervaring hebben in een defensieve strijd.
Ten noorden van Metz zijn de Amerikanen de Duitse grens overschreden en botsen ze tegen de Westwall langs de Saar. Daarbij is de Franse grensstad Sarreguemines bevrijd.
Een Amerikaanse divisie is een aanval op de belangrijke industriestad Saarbrücken begonnen. Op de heuvels vlak voor Saarbrücken ligt echter een bijzonder zwaar versterkt gedeelte van de Westwall. De stad zelf blijft daardoor stevig in Duitse handen, hoewel ze de voorbije maanden bijzonder zwaar getroffen is door luchtaanvallen, die trouwens nog voortduren.
Meer naar het westen zijn de Amerikaanse tanks de industriestad Saarlautern (zoals Saarlouis in de nazitijd heette) binnengetrokken. Ze botsen in de straten op hevige weerstand; zodat er bijna om elk huis moet worden gevochten.
In het gebied bij de Belgische en Nederlandse grens zijn de geallieerden wel door de Westwall gebroken, maar de Duitse weerstand is zo mogelijk nog heviger.
Ten noorden van Aken, vlakbij Jülich, hebben de Amerikanen het stadje Linnich aan de Roer bereikt. Het front loopt nu voor een groot deel langs die rivier. Zuidelijk daarvan staan de Amerikanen in het Hürtgenwald op een boogscheut van de Roer bij Düren, maar ook hier is de weerstand zeer groot.
Aken blijft de enige grote Duitse stad die door de geallieerden veroverd is. De steden Jülich en Düren blijven in Duitse handen, maar zijn intussen zwaar toegetakeld door luchtbombardementen.
Geallieerden veroveren Ravenna
In Italië is het Britse Ve Britse Legerkorps de oude stad Ravenna binnengetrokken, nadat het vlak daarvoor de naburige steden Faenza en Forlì had bevrijd. Een van de weinige positieve nieuwsberichten die de geallieerden de laatste tijd uit Italië kunnen melden.
Ravenna ligt niet ver van de Adriatische Zee en is de meest noordelijk positie die de geallieerden tot nu toe in Italië hebben bereikt. Elders, vooral in de Apennijnen, lijkt de strijd muurvast te zitten. De grote stad Bologna, aan de voet van het gebergte, blijft nog altijd onbereikbaar.
De geallieerde legers ondervinden ook heel wat tegenstand in de Povlakte. Die zorgt met zijn vele rivieren, kanalen en moerassen, voor veel hinder. De Duitsers hebben zoveel mogelijk velden onder water gezet en het slechte weer lijkt hen daarbij te helpen.
Geallieerde aanvallen moeten meermaals worden uitgesteld door een tekort aan artilleriegranaten, terwijl ook de geallieerde troepensterkte in Italië verminderd is. In de zomer zijn Amerikaanse en Franse legers naar Frankrijk overgeplaatst en onlangs zijn er Britse troepen weggehaald om de orde in Griekenland te handhaven.
De geallieerde legers in Italië worden nu weer aangevuld. Onlangs zijn twee nieuwe divisies, waarvan een volledig bestaat uit zwarte Amerikanen, uit de Verenigde Staten aangekomen. Daarnaast vechten er voor het eerst 10.000 Italiaanse soldaten met Britse uitrusting mee aan de bevrijding van hun land. Ook neemt een Braziliaanse strijdmacht van 25.000 man nu volwaardig aan de strijd deel.
Daarnaast zijn de Italiaanse partizanen steeds actiever in het bezette Noord-Italië. Op 7 december hebben vertegenwoordigers van het verzet in Rome een akkoord gesloten met de geallieerde legerleiding voor een samenwerking en een gezamenlijke commandostructuur.
Hoe dan ook blijft de Italiaanse veldtocht een teleurstelling voor de geallieerden. Zeker voor Churchill, die gehoopt had snel vanuit Italië Joegoslavië binnen te vallen.
Partizanen controleren oostelijke helft van Joegoslavië
In Joegoslavië zijn de communistische partizanen doorgedrongen tot Vukovar, een stad in het oosten van Kroatië.
Het oostelijk deel van Joegoslavië, met Servië en Montenegro, is nu helemaal bevrijd door de partizanen, al dan niet met hulp van Sovjettroepen. Het staat onder gezag van de Antifascistische Raad van Nationale Bevrijding onder leiding van maarschalk Tito. Kroatië en het grootste deel van Bosnië-Herzegovina zijn nog in Duitse handen en worden formeel bestuurd door de fascistische ustaša-regering van Ante Pavelić.
Het partizanenleger – dat door de geallieerden erkend wordt als het enige Joegoslavische leger - is intussen fel in grootte toegenomen. Er worden zelfs vrijwilligers geweigerd, als het gaat om arbeiders die belangrijk zijn voor de industrie.
Ook troepen die aan de kant van de Duitsers of met andere verzetsbewegingen vochten zijn naar Tito overgelopen, nadat hij een amnestie had uitgevaardigd. Enkele eenheden van de Servische royalistische Četniks, die ook tegen de partizanen vochten, zijn na Russische bemiddeling in groep tot de partizanen toegetreden.
Ondanks die versterking is de verdere opmars van de partizanen grotendeels gestopt. De Duitse Legergroep E, die zich nu vrijwel volledig uit de Balkan heeft teruggetrokken, houdt nu langs stellingen in de bergen goed stand.
Ze hebben ook hier sterke verdedigingslinies van loopgraven en geïmproviseerde vestingen aangelegd, het “Syrmiaanse Front”, dat dwars door Joegoslavië loopt.
De Gaulle en Stalin sluiten pact
De Sovjet-Unie heeft een vriendschapsverdrag gesloten met het bevrijde Frankrijk. Dat is gebeurd bij het bezoek aan Moskou van de leider van de Franse voorlopige regering, generaal Charles de Gaulle, en zijn minister van Buitenlandse Zaken Georges Bidault.
Voor de Gaulle is dit een erkenning van Frankrijk als zelfstandige mogendheid. Omdat Frankrijk niet behoort tot de geallieerde “Grote Drie” (Verenigde Staten, Sovjet-Unie en Groot-Brittannië), zocht hij zelf contact met Sovjetleider Stalin.
Het nieuwe verdrag zorgt voor een echt bondgenootschap dat “elke bedreiging vanwege Duitsland” moet elimineren en elke toekomstige Duitse agressie onmogelijk moet maken.
Frankrijk heeft daarmee wel iets goed te maken, want het heeft een eerder pact met Moskou uit 1935 niet nageleefd. Met dat vroegere bondgenootschap (nota bene afgesloten door de latere collaborerende premier Pierre Laval) had de oorlog heel anders kunnen zijn verlopen…
De ondertekening vond plaats vlak voor het vertrek van de Fransen. Het leek er een tijd op dat die niet zou doorgaan. De Russen stelden als voorwaarde dat Frankrijk tegelijk het Comité van Lublin (het door Moskou geïnstalleerde bestuur in Polen) zou erkennen. Maar de Gaulle wil dat niet en staat daarmee op dezelfde lijn als de meeste geallieerde landen. Hij is bereid een afgevaardigde naar het Comité van Lublin te sturen, als dat maar geen erkenning inhoudt. Uiteindelijk stemden de Sovjets daarmee in.
Het bezoek van de Gaulle verliep in een schijnbaar vrolijke sfeer. Er waren overal hartelijke verwelkomingen en toespraken, maar de concrete besprekingen verliepen moeizaam. Stalin zelf hief vele glazen op de Frans-Russische vriendschap, deed joviaal en maakte grapjes tegen de Gaulle, maar die bleef altijd koel en afstandelijk. Stalin zou gevonden hebben dat de lange Franse generaal op hem neerkeek.
Nieuwe regering in Roemenië
In Roemenië heeft koning Michael een nieuwe regering benoemd, onder leiding van de 70-jarige generaal Nicolae Rădescu. Hij volgt Constantin Sănătescu op, ook al een generaal.
Het kabinet blijft bestaan uit leden van het Nationaal Blok, een coalitie van sociaal-democraten, communisten, liberalen en de Nationale Boerenpartij.
Het is al de derde regeringswissel sinds Roemenië in augustus de fascistische dictator Antonescu afzette en een wapenstilstand met de Sovjet-Unie sloot. Sănătescu, het brein achter de staatsgreep, was sindsdien premier. Hij had in november een nieuw kabinet gevormd, waarin hijzelf minister van Oorlog was.
Sănătescu zou opgestapt zijn onder druk van de Sovjets. Die vonden dat hij te veel contact met het westen heeft gehad.
Zijn opvolger generaal Rădescu geldt als een nationalist en had in het verleden extreemrechtse sympathieën. Maar hij was omwille van zijn anti-Duitse houding gearresteerd op bevel van Antonescu en bracht twee jaar door in een concentratiekamp tot hij na Antonescu's val werd vrijgelaten.
Rădescu, die behalve premier ook minister van Binnenlandse Zaken wordt, staat argwanend tegenover de groeiende invloed van de communistische partij.
Intussen vecht het Roemeense leger samen met het Rode Leger in Hongarije. Daarbij heeft het het deel van Transsylvanië heroverd dat Roemenië in 1941 onder Duitse druk aan Hongarije had moeten afstaan.

