Naar hoofdinhoud

Jimmy Carter, de meest onderschatte Amerikaanse president: "I just don't want to bullshit people"

Jimmy Carter was de langstlevende Amerikaanse president: zwaar onderschat in zijn tijd en lang daarna. Over Carter is jarenlang ontzettend veel onzin verkocht: dat hij een slechte president was, dat hij niets heeft verwezenlijkt, dat hij zwak was en onbetekenend. Jimmy Carter was wellicht de president met de nobelste principes, de grootste rechtlijnigheid en het meeste fatsoen van de afgelopen 50 jaar. VS-correspondent Björn Soenens schetst de contouren van een presidentschap in de uitermate woelige late jaren 70 van de vorige eeuw.

Gepubliceerd:

Dit is het verhaal van Jimmy Carter, van pindaboer tot president en mensenrechtenactivist. Een visionaire man, maar geen natuurlijke leider, een complexe figuur, waardoor hij altijd de perceptie en het oordeel tégen kreeg.

Onvergetelijke toespraak

Nationale feestdag in Amerika. 4 juli 1979. In lange rijen staan auto's aan te schuiven bij tankstations. Er heerst olieschaarste, de prijzen swingen de pan uit. Het regent pijpenstelen. De natie wacht op een toespraak van president Carter. De president laat op het laatste ogenblik verstek gaan. Hij verdwijnt tien dagen lang van de radar. Carter trekt zich terug op zijn buitenverblijf Camp David om na te denken, en met veel mensen te praten.

Intussen verspreiden zich allerhande geruchten: de president is ziek, hij heeft het land verlaten. Maar: 10 dagen later duikt president Carter terug op. Op 15 juli geeft hij een historische toespraak: over de energiecrisis, de werkloosheid, de inflatie. Over de vertrouwenscrisis in Amerika. Een toespraak om nooit te vergeten. 

Carter spreekt in zijn speech over een onzichtbare dreiging: een crisis die raakt aan het hart, de ziel en de geest van Amerika. Hij ziet het aan de Amerikanen die aan zichzelf twijfelen, over de zin van hun leven, hij merkt het aan het verlies aan eenheid en solidariteit. Carter is recht voor z'n raap en waarschuwt voor het groeiende egoïsme in de samenleving, voor het gebrek aan offers, en de gemakzucht.

Een toespraak over het nationale narcisme in Amerika. Carter waarschuwt voor de uitwassen van het materialisme en het consumentisme. Daarom had Carter zijn eerste toespraak uitgesteld over de dure olie. "There’s more to it than energy", zei hij tegen zijn adviseurs (die met de handen in hun haar zaten). “I just don’t want to bullshit the American people." Dat vat Jimmy Carter vrij goed samen.

100 miljoen Amerikanen zagen de speech op 15 juli. Carter zat voor een gordijn in zijn Witte Huiskantoor. 33 minuten lang sprak hij het volk toe. Hij noemde de toespraak "een crisis van het vertrouwen". 

BEKIJK - Jimmy Carter spreekt de natie toe:

De commentaren waren erg enthousiast net na de speech op tv. Zijn populariteit steeg met 11 percent. Maar: veel Amerikanen voelden zich beledigd omdat de president de problemen van het land toeschreef aan de mensen zelf.

Mario Cuomo, toen vicegouverneur van New York en een bewonderaar van Carter, sprak de gevleugelde woorden: “Jimmy Carter must be the sexiest man in the country. Everywhere I go, people say, “Fuck Carter!”

Pindaboer en gouverneur

Dat Jimmy Carter, een born again christen, progressieve pindaboer uit het donkere midden van Georgia, het tot president van Amerika zou schoppen, was bepaald verrassend. Carter was een toevalstreffer. President van 1977 tot 1981, in een hopeloze crisistijd. 

De ex-gouverneur van Georgia profiteerde van het nieuwe systeem met voorverkiezingen dat de Democraten hadden doorgevoerd. Hij verraste de zwaargewichten van zijn partij met een campagne gericht op de gewone man, als een outsider tegen Washington. Hij kwam eigenlijk van nergens. Jimmy Who? Aan zijn moeder had hij altijd gezegd dat hij ooit president zou worden. President van wat, had ze hem geantwoord. 

Jimmy Carter was gouverneur van Georgia tussen 1971 en 1975

Carter beloofde niet te zullen liegen, een nieuwe wind in Washington te laten waaien en een rechtvaardig beleid te voeren. In een spannende verkiezingsstrijd versloeg Carter de zittende president Gerald Ford (1913-2004). In de zomer van 1976 lag Carter nog 30 procent voor, net na de conventie van de Democraten in New York. In zijn aanvaardingsspeech was Carter krachtig over wat hij wilde en waar hij voor stond. Moreel verval door de smadelijke afgang in Vietnam, en door verlies van vertrouwen na het Watergateschandaal.

Carter, ooit nucleair specialist bij de Amerikaanse Marine, daarna pindaboer, staatsenator, en nog later gouverneur van Georgia. Carter sprak ook zuiders onverstaanbaar, mompelend bijna. 

BEKIJK

Nieuwe tradities in het Witte Huis

Carter brak als kersvers president meteen met een aantal tradities. De 52-jarige Carter gaf als eerste president echte macht aan zijn vicepresident. Hij noemde Walter Mondale zijn assistent-president. Hij begon een nieuwe traditie, die nog altijd bestaat: de wekelijkse lunch tussen president en VP. Hij begon nog een nieuwe gewoonte: hij maakte zijn belastingaangifte publiek. Na Carter zou elke president dat doen, behalve Donald Trump. 

Hij gaf ook de First Lady een eigen kantoor in de East Wing, met een eigen staf. Ook dàt was nieuw in het Witte Huis. 

Beroemd zijn Carters woorden na zijn eedaflegging op 20 januari 1977. Hij zat in de limousine naar het Witte Huis toen hij tegen Rosalynn zei: “Let’s go!” Toen de Carters uitstapten en vervolgens de hele afstand tussen Capitool en Witte Huis te voet aflegden, was dat andermaal een nieuwe traditie. Behalve Reagan legde elke nieuw verkozen president na Carter een deel te voet af.

President Carter met First Lady Rosalynn en dochter Amy

Carter ging succesvol van start. Hij was geliefd, zeker in het begin. First Lady Rosalynn was een moederkloek voor de Amerikanen, hun 10-jarige dochter Amy liep huppelend door het Witte Huis. De Carters oogden betrouwbaar, en dat was nodig na het trauma van Nixon en Watergate.

Carter gaf de indruk uitermate competent te zijn. Hij bestudeerde wetten en wetsvoorstellen, las ze helemaal, schrapte verkwistende maatregelen als hij ze zag, en wist wanneer Congresleden hem probeerden wat wijs te maken. Dat verzuurde zijn relatie met een pak Congresleden.

Zijn regering benoemde meer zwarten, latino's en vrouwen dan ooit en verleende de duizenden Vietnam-deserteurs amnestie, daarmee de open wonden uit deze periode genezend. Hij zette milieu en mensenrechten op de agenda, al riep hij door zijn missionarisachtige gedrevenheid veel weerstand op.

Mix van conservatief en progressief

Progressief was hij inzake gelijkheid van wit en zwart. Progressief met nadruk op mensenrechten in de internationale politiek. 

Lang voor zijn tijd een voorvechter van het milieu. Carter die toen al de bui van de klimaatopwarming zag hangen en als eerste zonnepanelen op het Witte Huis installeerde én een forse subsidiepolitiek lanceerde voor eigen producenten van zonnepanelen, iets wat zijn opvolger Reagan zou schrappen, waardoor anno 2024 heel veel tijd verloren is gegaan.

Carter die een wet liet goedkeuren waardoor 40 miljoen hectaren natuurgebied in Alaska werd beschermd tegen olie-en gasboringen, een kwart van het totale grondgebied, tot aanvankelijke woede van de Alaskanen, die grote inkomsten aan hun neus voorbij zagen gaan, maar later beseften dat ze door de natuur ook massa's toeristen aantrokken. 

Carter die verkwistende waterprojecten schrapte, nadat hij ze zelf intensief had bestudeerd, en de nutteloze projecten schrapte, tot ongenoegen van veel van zijn Congresleden die troetelprojecten aan hun neus voorbij zagen gaan.

Carter was fiscaal conservatief. Hij wilde een efficiënte overheid. Maar hij was ook een zakenman geweest en hij kon verkwisting door wie dan ook niet verdragen. Overheidstekorten haatte hij (hij voerde veel besparingsmaatregelen door) en leefde als een krent in het Witte Huis. Hij zou elke frank in 2 bijten, draaide de thermostaat naar beneden, en bespaarde op alles wat hij kon.

Standvastig imago

In de buitenlandse politiek had Carter weinig ervaring. De gematigde "duiven" in zijn regering werden vertegenwoordigd door minister van Buitenlandse Zaken Cyrus Vance, de hardleerse "haviken" door veiligheidsadviseur Zbigniew Bzrezinkski, een jaloerse concurrent van Kissinger.

Het leverde voortdurend conflicten op. Toch zou Carter vooral op de buitenlandse politiek zijn stempel drukken, gedeeltelijk voortbouwend op het werk van zijn voorgangers.

In 1978 bijvoorbeeld drukte Carter het Panamakanaal Verdrag door het Congres, waarbij het kanaal en de kanaalzone in 2000 aan Panama werden overgedragen. Hij stuitte op veel weerstand. "We stole it (het kanaal) fair and square", riep een senator.

Maar Carters standvastigheid verbeterde het Amerikaanse imago in Latijns-Amerika. Wellicht heeft de teruggave van het belangrijke kanaal een lange en bloedige guerrillaoorlog tegen de VS in Centraal-Amerika voorkomen. Carters tegenstanders beschouwden het opgeven van het kanaal als symbool van een verzwakt Amerika.

Nauwere contacten met China

Soms gooide Carter zijn eigen moraliteit overboord uit geostrategische overwegingen. Toen communistisch Vietnam Cambodja binnenviel en het gruwelijke Rode Khmerregime omver gooide, koos Carter ervoor om Vietnam te bekritiseren, omdat China de Khmer steunde en de Sovjets Vietnam. Carter wilde koste wat het kost China dichterbij trekken.

De diplomatieke erkenning van de Volksrepubliek China was een voortvloeisel van een proces dat door Nixon was gestart in 1972, met de pingpongdiplomatie. Hij nodigde sterke man Deng Xiaoping uit naar Amerika eind januari 1979.

De hoop dat China door nauwere contacten met het Westen democratisch zou worden, was een vette illusie. De economische revolutie door de band met China was enorm. Het leidde tot de globalisering en het Westen dat heel veel productie uitbesteedde aan China. Alles werd goedkoper, maar het zou ook enorme ontwrichting veroorzaken in het Westen: fabrieken verdwenen, knowhow verdween richting Oosten. Het leidde tot woede bij gewone arbeiders over verloren banen, en verloren levensstandaard. Het optimisme van toen is totaal verzuurd.

Grootste triomf én mislukking in Midden-Oosten

In het Midden-Oosten beleefde Carter zijn grootste triomf en zijn grootste mislukking. Op aandringen van Carter zocht de pragmatische Egyptische president Anwar el-Sadat toenadering tot de Israëlische premier Menachem Begin. Hoewel beide landen vrede wilden, zaten de onderhandelingen eind 1977 muurvast.

Carter nodigde beiden uit in Camp David, zijn presidentiële buitenverblijf. Hoewel zijn adviseurs het hem afraadden, plaatste Carter zichzelf midden tussen de twee kemphanen. De non-politicus en idealist sloeg alle adviezen in de wind. Mede dank zij zijn persoonlijke bemoeienis kwamen de Camp David-akkoorden tot stand.

Sindsdien is geen schot meer gelost tussen Egypte en Israël. Israël gaf de Sinaïwoestijn terug aan Egypte. Maar: vrede in het hele Midden-Oosten? Nee, dat niet. Nog altijd niet. En Sadat? Die kreeg zoveel kritiek in eigen land op de vrede met Israël, dat hij uiteindelijk in oktober 1981 werd doodgeschoten tijdens een militaire parade. 

De Egyptische president Sadat en de Israëlische premier Begin sluiten vrede. Carter bemiddelde.

Carter kon niet altijd beslissen waar mensenrechten ophielden en het Amerikaanse eigenbelang begon. Hij hamerde op mensenrechten in Nicaragua maar weigerde aanvankelijk dictator Somoza onder druk te zetten.

Het bekritiseren van de schendingen van de mensenrechten in de Sovjet-Unie werkte zelfs averechts. De Russen waren boos en verward, vooral omdat ze niet begrepen wat er gaande was. Sinds wanneer liet Amerika dit soort softe overwegingen gelden?

Het debacle in Iran

In 1979 explodeerde Iran - waar de CIA in 1953 de sjah aan de macht had geholpen - een bondgenoot van de Amerikanen. Carter zag nogal wat schendingen van de mensenrechten door de vingers en roemde de sjah tijdens een befaamde toost vanwege “the respect and the admiration and love” die hij kreeg van zijn volk. 

Daar dacht de bevolking in Teheran en elders totaal anders over en onder leiding van de fundamentalistische geestelijke ayatollah Khomeini brak er een revolutie uit en werd een theocratie geïnstalleerd.

Na veel geaarzel en halfslachtig beleid weigerde Carter hulp aan de sjah. Wel kreeg de gevluchte sjah een half jaar later een medische behandeling in Amerika. Dat leidde tot grote woede in Iran. Op 4 november 1979 bestormden woedende studenten de Amerikaanse ambassade en gijzelden 52 Amerikanen. Aangrijpend verfilmd in de film 'Argo' van Ben Affleck. Carter stond hulpeloos toe te kijken. Iran was niet gevoelig voor diplomatieke druk en met al zijn macht kon Amerika eigenlijk niets doen.

Gijzeling van de Amerikaanse ambassade in Teheran

Kolkend kwamen de meningsverschillen in de regering-Carter nu naar boven. Buitenlandminister Vance was voorstander van geduldige onderhandelingen, Brzezinski wilde een reddingsoperatie, al was het alleen maar omdat het prestige van Amerika op het spel stond. 

Operatie Adelaarsklauw, Eagle Claw, was een totale mislukking. Alles ging fout. 24 april 1980 werd één van de dieptepunten in Carters presidentschap. Helikopters die niet functioneerden, een andere helikopter die door een zandstorm tegen een C130-vrachtvliegtuig opvloog. 3 mariniers verloren in de explosie het leven. De hele reddingsoperatie moest op het laatste nippertje worden afgeblazen. Het was een uitermate pijnlijke vernedering voor Amerika en creëerde bovenal een gevoel dat Carter ver boven zijn capaciteiten werkte. Hij werd meer en meer beschouwd als een kneus. 

In de praktijk zou de Iraanse islamitische republiek de wereld ingrijpend veranderen. Nieuwe olieschokken, onrust en ontwrichting brachten overal in de westerse wereld veel pijn toe aan de economieën, en die onrust bracht conservatieve leiders aan de macht, zoals Thatcher en Kohl. De Iraanse revolutie brak Carters presidentschap.

Alles gaat mis

Alles begon nu mis te gaan voor Carter. De olieprijzen stegen, waardoor de inflatie verder opliep, tot boven de 14 procent. In 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen, waarna Carter in een groot gebaar zowel de Olympische Spelen van 1980 in Moskou boycotte en een graanembargo afkondigde. Boze sporters en boeren hadden weinig begrip voor Carters optreden.

Carter houdt een pessimistische toespraak op tv

De economie raakt in grote problemen: grote werkloosheid, én torenhoge inflatie, een zeldzame combinatie. Op tv vertelde hij in een toespraak voor het volk dat mensen een extra trui moesten aantrekken om te besparen op verwarmingskosten.

Carter had wellicht gelijk, maar hij bevestigde daarmee – buiten zijn eigen wil om - het imago van een ineffectieve, moralistische betweter die Amerikanen vertelde dat het probleem bij henzelf lag. Het was in elk geval niet wat Amerikanen wilden horen. Amerikanen willen geen leider die de apostel is van het pessimisme. Ze willen een zonnige, optimistische figuur als Ronald Reagan. “It’s morning in America!”

De kneus Carter

Het laatste jaar van zijn presidentschap leed president Carter zwaar onder de aanvallen van Democratisch senator Edward Kennedy, die de president veel te conservatief vond. Onder vuur van de linkervleugel van zijn eigen partij en van de Republikeinen onder Ronald Reagan, ging Carter ten onder.

Carter kreeg in dat laatste jaar ook nog een keer af te rekenen met een enorme vluchtelingencrisis. Het begon met vluchtende Cubanen. Castro had in april 1980 gezegd dat ontevreden Cubanen vrij waren om het land te verlaten. Ze vertrokken massaal vanuit de haven van Mariel. In Amerika was er grote sympathie voor Cubanen die het communisme ontvluchtten.

Maar dat veranderde snel, toen bleek dat Castro niet alleen dissidenten liet gaan, maar ook psychiatrische patiënten op de boot zette, misdadigers, en ongewenste Haïtianen die op Cuba leefden. Alles samen landden er zo'n 125.000 vluchtelingen. De Amerikaanse bureaucratie kon de toestroom amper verwerken.  

Op het einde van zijn presidentschap vond nog maar 23 procent van de Amerikanen dat Carter zijn job goed deed. Dan Rather, de beroemde ankerman van CBS News in die tijd, zei net voor de Conventie van de Democraten, in een uitzending van 60 Minutes: “I hear it at the truck stops, coffee shops, cafeterias…Jimmy Carter is a good and decent man…but the job’s too big for him.”

Carter verloor in november 1980 niet alleen het presidentschap maar zijn partij verloor ook een hele generatie progressieve senatoren, waardoor de Republikeinen voor het eerst sinds Eisenhower de meerderheid in de Senaat kregen.

Carter voerde een redelijk en verstandig beleid, maar ontmoette een economisch klimaat waar geen kruid tegen opgewassen bleek. Een Republikein had het allicht niet beter gedaan. 

Geen krediet voor grote hervormingen

Niemand zegt het, niemand weet het, en niemand geeft hem de eer, maar Carter heeft enorme hervormingen doorgevoerd in de VS die nagalmen tot op vandaag. Carter had daarbij de zeldzame luxe dat hij een meerderheid bezat in beide huizen van het Congres.

Hij was het (en niet Reagan) die de luchtvaartindustrie liberaliseerde, in 1978. Het vliegverkeer verviervoudigde, de prijzen voor een vlucht doken naar beneden, wat vliegen bereikbaar maakte voor elke Amerikaan. Dat was door Carter.

Jimmy Carter tekende op 1 juli 1980 de Motor Carrier Act. Een wet die het vrachtvervoer liberaliseerde. Voor de wet er was, was de transportsector onderhevig aan dure bureaucratische regels: vrachtwagens werden bijvoorbeeld vaak verplicht om na hun leveringen leeg terug te keren naar de fabriek.

Door de wet van Carter veranderde dat. De wet zou firma's als Amazon en Walmart mogelijk maken, met hun just in time-leveringen. De wet creëerde een half miljoen nieuwe banen en trok uiteindelijk de inflatie naar beneden én de transportkosten voor bedrijven. Die effecten werden pas zichtbaar na het presidentschap van Carter, onder Reagan. Zoals altijd kreeg Carter niet de eer die hij verdiende.

Niemand die ook weet dat de vele kleine lokale bierbrouwerijen die je overal in de VS aantreft, te danken zijn aan Carter. Hij tekende een wet die kleine brouwers vrijstelde van de beperkingen die tijdens de Depressie waren opgelegd om concurrentie met grote brouwerijen onmogelijk te maken.

Het was Carter die vond dat onderwijs belangrijk genoeg was om er een ministerie rond op te richten. Het was Carter die de rampenbestrijdingsdienst FEMA in het leven riep, na de grote vulkaanuitbarsting in 1980 van de Mount St Helens. 

Het was Carter die de bijna failliete Chryslerautofabriek - met 250.000 werknemers - van de ondergang redde met overheidsleningen van anderhalf miljard dollar, maar wéér kreeg hij er geen krediet voor, ook niet van Chryslerbaas Lee Iacocca, die graag alle partijen te vriend hield.

Het was Carter die een nieuwe baas aanstelde voor de centrale bank. Iemand waarvan hij wist dat hij de rente fors zou laten stijgen om de enorme inflatie – die in maart 1980 al 18 percent bedroeg - te bekampen. Inflatie die vooral werd veroorzaakt door enorme prijsstijgingen na de Iraanse revolutie. 

Paul Volcker liet de rente inderdaad stijgen naar 20, jawel, 20 procent. Het maakte de herverkiezingskansen van Carter de facto kapot. De inflatie daalde inderdaad, maar het gevolg was een joekel van een economische crisis. 

Succesvoller als ex-president

Carter dropte niet één bom tijdens zijn presidentschap, of vuurde niet één raket af. Later in zijn leven dwong hij heel veel respect af voor zijn talloze bemiddelingspogingen in verre buitenlanden. 

Hij was een groot voorvechter van vredesinitiatieven en humanitair werk in heel de wereld. Overal ter wereld trad hij op als waarnemer van verkiezingen. Jimmy Carter en Rosalynn maakten elk jaar tijd om gedurende een week ergens eigenhandig een huis te helpen bouwen. Carter werd het gezicht en de voorzitter van de Raad van Bestuur van de christelijke organisatie Habitat for Humanity.

Habitat for Humanity heeft intussen al zeker een miljoen huizen gebouwd voor minder begoede mensen in de wereld. Carter liet vet betaalde lezingen aan zich voorbijgaan, hij bleef in zijn bescheiden huis wonen in het plaatsje Plains in Georgia, en weigerde in duur betaalde raden van bestuur te gaan zitten van commerciële bedrijven. Clinton en Obama zouden later miljoenen dollars binnenrijven met lucratieve bijbaantjes en lezingen.

Carter maakte van zijn presidentiële bibliotheek in Atlanta een studiecentrum voor vrede, conflictbeheersing, gezondheid en promotie van de democratie, met 3.000 werknemers in de hele wereld. Carter hielp een verwoestende wormziekte in Ghana nagenoeg uitroeien door te investeren in schoon drinkwater.

Carter was succesvoller als ex-president dan als leider van de vrije wereld. Hij bleef ook gezond, terwijl twee zussen en een broer jong stierven aan pancreaskanker, iets waar ook zijn vader jong aan was bezweken. Carter zelf overwon na zijn 90e nog vrij vlot een hersentumor.

Hij kreeg de Nobelprijs voor de Vrede na zijn presidentschap, in 2002. In zijn toespraak beschreef hij zijn grote zorg over de groeiende kloof tussen arm en rijk in zijn speech in Oslo.

Carter krijgt in 2002 de Nobelprijs voor de Vrede

Met pensioen ging Carter eigenlijk nooit. Hij is tot zijn 95 ook zondagse les blijven geven in zijn kerkgemeenschap in Plains, Georgia. Naast zijn huis, liet hij op 4 hectaren van zijn familiegrond 3.500 zonnepanelen aanleggen, goed voor de helft van de stroom voor alle inwoners in Plains. 

Toen hij al 90 was, voerde Carter enthousiast campagne voor zijn kleinzoon Jason, voor het gouverneurschap van Georgia. Op zijn Carters: helaas een mislukking. Nee, perceptie blijkt in het leven en in de politiek (helaas) altijd sterker dan de realiteit. Fatsoen volstaat niet om crisistijden het hoofd te bieden of populair te worden. Dat is en blijft de tragiek van Jimmy Carter. 

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Nieuwsbrief Amerika vandaag

Mis niets van de laatste ontwikkelingen in het Witte Huis en krijg een helder beeld van wat er speelt in de VS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"