Op 8 november krijgen de Duitse onderhandelaars van maarschalk Foch de geallieerde voorwaarden voor een wapenstilstand te horen, ze tot 11 november om 11 uur tijd om te antwoorden. De Britten dringen door tot in Doornik en in Duitsland breidt de revolutie steeds verder uit.
08-11-1918: Duitsland krijgt 72 uur, Britten dringen door tot in Doornik
De Duitse delegatie voor de wapenstilstand heeft vanmorgen een ontmoeting gehad met de Geallieerde opperbevelhebber, maarschalk van Frankrijk Ferdinand Foch. Dat gebeurde op een niet nader gespecifieerde plaats, waar de maarschalk zijn hoofdkwartier heeft.
Foch was vergezeld van zijn stafchef, de Franse generaal Maxime Weygand (een geboren Belg) en de Britse First Sea Lord (chef marinestaf), admiraal Sir Rosslyn Wemyss.
Nadat de Duitse gevolmachtigden onder leiding van Matthias Erzberger formeel om een wapenstilstand hadden gevraagd, werden hen de voorwaarden voorgelezen.
De Duitsers krijgen 72 uur – en wel tot 11 uur op 11 november Franse tijd – om daarmee in te stemmen.
Veel commentaar gaven de Duitsers niet. Ze zouden er alleen op gewezen hebben dat sommige voorwaarden in de praktijk moeilijk te realiseren zijn.
Erzberger vroeg om in afwachting een voorlopig staakt-het-vuren in acht te nemen, maar daar wil Foch niet van weten: de wapens zullen pas zwijgen als de wapenstilstand getekend is.
De Duitse delegatie kreeg wel toestemming om een koerier met de tekst naar het Duitse hoofdkwartier in Spa te sturen. Er is meteen een radiobericht gestuurd om de komst van de koerier te melden.
Het onderhoud was daarmee afgelopen. Het wachten is nu hoe het Duitse opperbevel, de keizer en de regering in Berlijn zullen reageren. De voorwaarden zijn niet publiek gemaakt.
Duitse revolutie breidt steeds meer uit
De revolutie in Duitsland lijkt steeds verder uit te breiden. In de meeste grote steden zijn nu arbeiders- en soldatenraden gevormd. De lokale troepen aanvaarden alleen daar nog bevelen van.
In München heeft Kurt Eisner, de plaatselijke leider van de onafhankelijke sociaaldemocratische partij (USPD) de afschaffing van de Beierse monarchie geproclameerd: “De dynastie Wittelsbach is afgezet. Beieren is voortaan een vrije staat”. De Wittelbachs hebben 738 jaar over Beieren geregeerd. Eisner is meteen door de arbeiders- , soldaten- en boerenraad tot minister-president van de nieuwe republiek gekozen.
In een andere Duitse staat, het hertogdom Brunswijk in Midden-Duitsland, heeft de regerende hertog troonsafstand gedaan onder druk van de arbeiders- en soldatenraad die daar twee dagen geleden gevormd werd. Op zijn paleis is de rode vlag gehesen.
In de Saksische steden Dresden en Leipzig zijn eveneens dergelijke raden gevormd. De koning van Saksen is uit zijn paleis in Dresden gevlucht.
In Berlijn, de hoofdstad van het Rijk en van de grootste staat Pruisen, heerst verwarring. Ook hier treden raden op, maar de overheid probeert nog in te grijpen. De politie heeft alle bijeenkomsten verboden en een aantal revolutionaire kopstukken van de USPD gearresteerd. Als gevolg is voor morgen een algemene staking uitgeroepen.
De gematigde sociaaldemocraten (SPD) stellen nu een ultimatum. De politiemaatregelen moeten worden opgeheven. De keizer moet aftreden en de kroonprins mag hem niet opvolgen. Zo niet stapt de SPD uit de regering.
Ook de andere regeringsparijen (Centrum en progressieven) vragen nu het aftreden van de keizer. Die zit intussen nog steeds in Spa. De conservatieve kranten die hem nog steunen, vragen dat hij meteen terugkeert.
Intussen lijkt niemand zich nog tegen een wapenstilstand te verzetten, hoe hard ook. Voor de rechterzijde moet voor alles het “gevaar van het bolsjewisme” worden overwonnen.
Revolutie laat zich in België voelen
De berichten over de revolutie in Duitsland zorgen voor vreugde bij de bevolking van het bezette België. Men is er nu van overtuigd dat Duitsland niet meer kan volhouden. Bovendien merken de Belgen gevolgen bij de Duitse troepen.
Veel Duitse soldaten groeten op straat hun officieren niet meer. Sommigen nemen zelfs een uitdagende houding aan als ze een officier tegenkomen. Een officier die zich om die reden boos maakte op een soldaat, werd door hem met de vuist bedreigd. De officier kreeg van niemand hulp, ook niet van enkele onderofficieren die passeerden. En zeker niet van de burgers, die zich vrolijk maakten.
Nog sterker is hetgeen vernomen werd in de omgeving van kroonprins Rupprecht van Beieren, de hoogste Duitse militair die nu in Brussel vertoeft. De prins, die nu verblijft in het hoofdkwartier van zijn legergroep in een stadspaleis, heeft de Spaanse gezant in Brussel ontmoet. Hij zou hem gevraagd hebben of hij politiek asiel in zijn residentie kan krijgen, want hij vertrouwt zijn soldaten niet meer. De gezant, de markies van Villalobar, wil wel, als de prins meteen ophoudt te fungeren als militair bevelhebber.
Britten tot in Doornik
Het Britse leger is ten noorden van de Franse stad Valenciennes op Belgisch grensgebied doorgedrongen. In de Borinage is Dour bevrijd. De Britten wisten door te dringen tot aan het kanaal Condé-Bergen. Aan hetzelfde kanaal heeft het toen nog kleine Britse leger in 1914 de eerste Duitse aanval moeten incasseren. Nu zijn de Duitsers veel zwakker.
Ook de Franse grensstad Condé werd veroverd, waarna de Britten langs de Schelde konden oprukken naar Doornik.
Het westelijke deel van Doornik is zonder veel moeite in Britse handen gevallen. De Duitsers hadden zich daar deels teruggetrokken. Ze houden nu stand achter de Schelde, die dwars door de stad loopt.
De Britten steken ook de Schelde nog over op meerdere plaatsen in België zonder noemenswaardige tegenstand. Uit inlichtingen blijkt dat de Duitsers een nieuwe verdedigingslijn willen inrichten langsheen het kanaal Charleroi-Brussel-Antwerpen. Het gebied tussen de Schelde en die nieuwe verdedigingslijn zou omzeggens verlaten zijn door de Duitse troepen.
De Belgische troepen hebben het front tussen Zevergem en Eke van de Fransen overgenomen. Eke zelf blijft in de Franse sector. De Schelde heeft hier verscheidene zijarmen wat een bijkomende hindernis is bij een aanval.
Toch slagen patrouilleurs van het 14de Linieregiment en Fransen er in over te Schelde te geraken ten noordoosten van Sluis (Semmerzake) en er een klein bruggenhoofd in te richten.
Het Belgisch Groot Hoofdkwartier verspreidt de bevelen voor 9 november. Gent zal pas binnen getrokken worden nadat de Belgische divisies de stad te noorden en ten zuiden hebben omsingeld en nadat men er zeker van is dat de stad niet meer bezet is. Men wil duidelijk vermijden dat de stad schade oploopt.
Ook wordt het de artillerie verboden om nog plaatsen te beschieten waar witte vlaggen uithangen en van waaruit er niet meer geschoten wordt.
In Gent doen de schepenen Coppieters en Siffer en de hoogleraar Vercoullie nogmaals een oproep aan de bevolking om rustig te blijven. Zij hebben van de Duitse overheid verkregen dat ze de mijnen onder enkele bruggen heeft laten weghalen. Ook hier wordt duidelijk zwaar gelobbyd om te vermijden dat de stad in de gevechten betrokken raakt en schade oploopt.
Deze film van het Amerikaanse leger toont beelden van een beschadigde kerk waar paarden gestald zijn en van de verwoesting van Ieper. Amerikaanse militairen inspecteren een tankkerkhof bij Ieper en Franse officieren verwelkomen een Amerikaans generaal in Izegem.
Dan gaat het verder naar het centrum van Roeselare en bij het station van Waregem graaft de Amerikaanse genie niet ontplofte granaten uit en begint met het herstel van de sporen. Dan volgen beelden van de alom tegenwoordige vluchtelingen. Belgische rijkswachters controleren de papieren van wellicht een journalist en Amerikaanse soldaten helpen Belgische vrouwen om de schatten -koperen kandelaars- die ze voor de Duitsers hadden verborgen op te graven.
Daarna volgen beelden van Oudenaarde, dat op dat ogenblik nog niet helemaal bevrijd was. Amerikaanse soldaten herstellen een brug en leggen er een nieuwe aan, maken onder andere gebruik van een door de Duitsers achtergelaten installatie om hun kleren te ontluizen en delen voedsel uit aan de burgers.

