Op 14 oktober 1918 gaan de Geallieerden opnieuw in de aanval in België en bevrijden Roeselare en omgeving, en de Amerikaanse president Wilson stelt nieuwe eisen aan Duitsland.
Aan het Belgische front hebben de Geallieerden opnieuw de aanval ingezet. Om 5.35 uur is de aanval begonnen over een front van achttien kilometer. Om de verrassing compleet te maken, werd er geen voorbereidende artilleriebeschieting voorzien.
Het zwaartepunt van de aanval ligt in het centrum dat nu volledig uit Franse troepen bestaat. De Groeperingen Noord en Zuid zijn samengesteld uit Belgische divisies. Zij hebben als opdracht, meegezogen door de Franse vooruitgang, de aanval in de flanken te ondersteunen. Verder in het zuiden hebben de Britten de opdracht op te rukken in de richting van Kortrijk.
Over het gehele front worden de Duitse linies doorbroken. Ondanks het in de strijd werpen van zes divisies kan het Duitse leger de Geallieerde stormloop niet tot staan brengen. Zelfs de inzet van de verre Duitse kustbatterijen helpt niet.
Het vliegwezen van de Geallieerden wordt succesvol ingezet om rechtstreekse steun te leveren aan de grondtroepen en de vijand op de grond te bestoken.
De eerste dag van het hernieuwde offensief is dan ook een groot succes. Er wordt een vooruitgang geboekt van zeven tot acht kilometer. Waar in de eerste fase van het offensief kleine dorpen zijn veroverd, worden er nu belangrijke agglomeraties bevrijd: Ledegem, Rumbeke, Kortemark en, na het totaal verwoeste Diksmuide, een tweede stad, Roeselare.
Naast een grote hoeveelheid materiaal worden er meer dan 8.000 Duitsers krijgsgevangen genomen. De Belgen in de Groepering Zuid maken zelfs de bevelhebber van het 399ste Reserve Infanterieregiment en zijn volledige staf krijgsgevangen.
Het is wellicht geen toeval dat de Fransen nu een hoofdrol spelen. Bij de eerste fase van het offensief, van 28 september tot 4 oktober hebben de Belgen zware verliezen geleden. Dat was ook vooraf voorspeld door de Belgische stafchef, luitenant-generaal Gillain en majoor Galet, de militaire raadgever van koning Albert.
De koning heeft de twee toen brutaal opzij gezet, maar hun voorspelling kwam uit. Het Belgisch leger was zo uitgeput dat het offensief bijna tien dagen stilgelegd moest worden, om een nieuwe aanval te plannen en de troepen te reorganiseren.
De voorbije dagen heeft Albert naar verluidt gelobbyd om het Belgisch leger in deze fase een kleinere rol te laten spelen. Wat door de Fransen niet echt in dank is aangenomen.
Belgische luchtheld gewond
De Belgische piloot Willy Coppens is bij een luchtaanval gewond geraakt.
Coppens was bezig om bij Torhout een Duitse observatieballon neer te schieten, toen hij vanaf de grond beschoten werd. Een brandkogel trof zijn been.
Ondanks zijn verwonding en de verschrikkelijk pijn wist Coppens naar de Belgische linies terug te vliegen, want hij wilde niet in Duitse handen vallen. In de buurt van Diksmuide maakte hij een harde landing.
Met 37 overwinningen is Coppens de grootste Belgische “aas”. De meeste van zijn overwinningen betroffen observatieballons, wat overigens een gevaarlijke karwei is, omdat zo’n ballon snel ontploft.
Waarschijnlijk komen er nu geen overwinningen meer bij. Coppens’ leven is niet in gevaar maar zijn been is zo zwaar beschadigd dat het moet worden geamputeerd.
Wilson stelt eisen aan Duitsland
De Amerikaanse president Wilson is niet van plan om zomaar in te gaan op de Duitse vraag voor een wapenstilstand en vredesbesprekingen.
In een nota aan de Duitse regering – bezorgd via de Zwitserse zaakgelastigde in Washington – stelt de president nieuwe eisen om op het Duitse verzoek in te gaan.
De eigenlijke voorwaarden voor een wapenstilstand laat Wilson over aan de Geallieerde militaire leiders. Hij zegt er wel bij dat een regeling daarover moet overeenstemmen met de “huidige militaire suprematie” die de Geallieerden hebben. Met andere woorden: maarschalk Foch mag Duitsland (zware) voorwaarden opleggen.
Hoe dan ook kan er voor de president geen sprake zijn van een wapenstilstand zolang Duitsland “de onwettige en onmenselijke praktijken voortzet waarin het nog altijd volhardt”.
Hij noemt daarbij het tot zinken brengen van passagiersschepen en het vernietigen en leeghalen van de steden en dorpen die de Duitse legers in Vlaanderen en Frankrijk moeten ontruimen.
Ten slotte verwijst Wilson naar een redevoering die hij onlangs hield en waarin hij het had over “de vernietiging van elke willekeurige macht (…dat…) de wereldvrede kan verstoren”. Die macht heeft tot nu toe de Duitse natie gecontroleerd en het is aan de Duitse natie om dit te veranderen.
Die sibillijnse woorden houden in dat er een einde moet komen aan het autocratisch-militaristisch regime in Duitsland.
De nieuwe Duitse regering stelt zich uitdrukkelijk voor als een parlementair-democratische regering. Een van haar bekendste leden, Matthias Erzberger, kondigde onlangs aan dat enkele generaals zijn ontslagen die als de belichaming van “militarisme” gelden. Bovendien wordt het ingrijpen van militaire bevelhebbers in het burgerlijk bestuur fel beperkt, aldus Erzberger. De nieuwe minister van Oorlog is geen generaal en zelfs geen Pruis.
Maar de Geallieerden vertrouwen dat allemaal niet. De militaire “tandem” Hindenburg-Ludendorff is nog altijd aan de macht. En dan is er de zeer omstreden Duitse keizer. Betekent Wilsons eis dat hij moet opstappen?
Intussen heeft ook Duitslands bondgenoot Turkije om vrede gevraagd. Het verzoek hing al een tijd in de lucht, maar is nu in Washington aangekomen.
Kranten over 14 oktober
Alle kranten brengen het nieuws van het nieuwe offensief in Vlaanderen. Le Journal brengt ook het nieuws dat ook Turkije om vrede vraagt.
De Berliner Volkszeitung, net als de andere Duitse kranten, zwijgt over het NEE van Wilson, en brengt dat nieuws pas een dag later. De Oostenrijkse kranten geven het wel al op 14 oktober. Wellicht speelde de censuur een rol.

