Geen bewijzen voor een genocideplan in Rwanda – Peter Verlinden
Peter Verlinden volgt het dossier van de Regio van de Grote Meren al sinds 1989, eerst voor de Belgische minister van Ontwikkelingssamenwerking, sinds 1991 voor VRT-Nieuws.
De Belgische ambassadeur in Rwanda, van 1990 tot 1994, Johan Swinnen schreef een lijvig boek over de aanloop naar de genocide op de Tutsi’s en de andere moordpartijen met als mogelijk de belangrijkste voorlopige conclusie: “… een genocideplan, dat de systematische en volledige uitroeiing van een volksgroep programmeerde, … mist mijn inziens nog harde bewijzen.” Amper een week na het verschijnen van dit belangwekkende boek, lanceert het huidige regime in Rwanda de beschuldiging dat 22 Franse topmilitairen, bij hen ook vier generaals, mee schuldig zijn aan de planning én de uitvoering van de genocide van 1994.
Wat is het nu? Werd de genocide op de Tutsi’s in Rwanda nu voorbereid en gepland of ging het om een spontane en mogelijk van dan af wél aangestuurde massaslachting nà 6 april 1994, het ogenblik dat het vliegtuig van de toenmalige president Juvénal Habyarimana uit de lucht geschoten werd en het geweld zeer snel om zich heen greep. In het tweede geval is de vraag wie de aanslag op het vliegtuig gepleegd heeft en de president vermoord uiteraard van cruciaal belang. Het lijkt een academische discussie maar het is dat helemaal niet.
Want binnenkort 23 jaar na deze tragedie die het begin betekende van de destabilisering van het hele Gebied van de Grote Meren in Centraal-Afrika (Congo/Zaïre, Rwanda, Burundi), hebben we nog altijd geen volledig beeld van wie de verantwoordelijken hiervoor zijn en is gerechtigheid nog altijd niet geschied. De nabestaanden van op z’n minst 2 miljoen Rwandese slachtoffers van deze aanslepende tragedie verdienen beter.
Kroongetuige Johan Swinnen
Ambassadeur Johan Swinnen is niet de eerste de beste. Hij sloot zijn diplomatieke carrière af in Madrid maar liet zich vooral opmerken als jonge diplomaat in Bujumbura en vooral als ambassadeur in Kigali en Kinshasa. Voor zijn vertrek naar Kigali in augustus 1990 waren we even collega’s: hij als woordvoerder op Buitenlandse Zaken, ik op Ontwikkelingssamenwerking, een sleuteldepartement in België als het over Centraal-Afrika gaat.
Zijn legendarische punctualiteit en diplomatische voorzichtigheid getrouw, bevat zijn werk “Rwanda, mijn verhaal’ een bijzonder uitgebreide bespreking van elke diplomatieke stap in het Rwandese verhaal tussen augustus 1990 en 13 april 1994, de dag dat hij uitgeput en gedesillusioneerd weer landt in Brussel. Die eindeloze opsomming van feiten en feitjes leert vooral dat de aanloop naar de Rwandese tragedie bijzonder complex, soms tegenstrijdig, dikwijls cynisch en uitzichtloos, en bij momenten ondoordringbaar verliep, zelfs voor deze wijze blanke man. Elke betrokken partij, het regime van de vermoorde president Juvénal Habyarimana en hijzelf in persoon, de rebellen van de huidige president Paul Kagame en hijzelf als oppermachtige militair, de politieke partijen en hun leiders die zich aanschurkten tegen de bestaande macht dan weer zich opportunistisch afkeerden om in de zon te komen van de aanstormende nieuwe machthebbers, de internationale actoren van de Verenigde Naties met hun Blauwhelmen tot en met de verschillende geïnteresseerde landen (België, Frankrijk, Amerika, het Vaticaan, de Afrikaanse buurlanden, …) … niemand van hen allen is erin geslaagd om de immense tragedie van 1994 (en later) te voorkomen en nog erger: niemand van hen allen leek het grote onheil te zien aankomen.
Cynische waarnemers mogen dan opmerken dat de échte planners van de genocide er bijzonder goed in geslaagd zijn om hun snode strategie verborgen te houden voor al die indringende blikken, de alerte Belgische ambassadeur is alvast zo eerlijk om 22 jaar na de feiten toe te geven dat hij alvast die strategie en de planners niet gezien heeft. En hij stond op de eerste rij.
Dat betekent uiteraard niet dat er geen groepen en individuen waren in het Rwanda van 1990-1994 die erop aanstuurden dat definitief komaf gemaakt zou worden met de Tutsi-minderheid in het land die gezien werden als collaborateurs met het Rwandees Patriottisch Front dat in 1990 de oorlog ingezet had. Ambassadeur Swinnen noemt hen ook in de loop van zijn relaas, maar zij verzinken in het moeras van de politieke en militaire strijd die op veel hogere niveau’s gevoerd werd. Alvast aan de top van het regime Habyarimana én bij de oppositiepartijen die vanaf 1991 geleidelijk deel beginnen uit te maken van de staatsmacht zag de bijzonder goed geïnformeerde ambassadeur geen groots genocideplan ontstaan.
Het oorlogvoerende Rwandees Patriottisch Front van de huidige president Paul Kagame, toen de rebellenleider, leek bij momenten dan weer wel aan te sturen op de totale macht over het land en gedroeg zich zeker niet als een constructieve vredestichter, concludeert de ambassadeur.
Wat we niet weten
In die zin staan de bevindingen in het boek van Johan Swinnen haaks op de jongste beschuldigingen door het huidige Rwandese regime aan het adres van Frankrijk. Volgens Rwanda bestond er wel degelijk een genocideplan, zelfs in volle samenwerking met Frankrijk. Het is trouwens niet de eerste keer dat Paul Kagame rechtstreeks in de aanval gaat tegen Parijs. Bij de herdenking van 20 jaar genocide, in 2014, beschuldigde hij de Fransen ook al boudweg van ‘actieve deelname aan de genocide’. Maar deze keer noemt een overheidscommissie 22 Franse topmilitairen bij naam en functie, met enige details over de manier waarop zij mee de genocide zouden voorbereid en uitgevoerd hebben.
Frankrijk heeft ondanks die rechtstreekse beschuldigingen (nog) niet gereageerd. De relaties tussen beide landen staan hoe dan ook onder het vriespunt, zeker sinds de Franse justitie het onderzoek naar de aanslag op het vliegtuig van president Habyarimana heropend heeft, om de getuigenis te kunnen horen van een intussen dissidente militaire topfiguur van het Patriottisch Front. Die zegt dat hij bewijzen heeft dat de huidige president Kagame achter de aanslag zat én, zo mogelijk nog belangrijker, op die manier de massale moordpartijen, inclusief de genocide, in gang gezet heeft. Het Franse onderzoek is gestart in 1998 op basis van een klacht van de familie van de Franse piloten van het vliegtuig van Habyarimana, die mee omgekomen zijn. Het wees na 16 jaar onderzoek al een eerste keer overduidelijk in de richting van de huidige president Kagame en zijn directe entourage maar het kwam tot nu toe nooit tot een rechtszaak.
Zo is de cirkel rond. De Franse justitie wijst in de richting van de huidige Rwandese machthebbers als verantwoordelijken van de moord op president Habyarimana die het geweld op Tutsi’s en Hutu’s in gang heeft gezet. De Rwandese autoriteiten beschuldigen Frankrijk van actieve deelname aan het plannen en uitvoeren van de genocide op de Tutsi’s. De Belgische kroongetuige, ambassadeur Johan Swinnen, beschrijft uitvoerig hoe hij geen weet had van een alomvattend genocideplan.
Die onzekerheid, na bijna 23 jaar, betekent op zich al heel erg veel. Het Rwanda Tribunaal in Arusha heeft in 20 jaar tijd dan wel 80 dossiers effectief behandeld (14 beschuldigden werden vrijgesproken), maar over de aanslag op het vliegtuig, hét ontstekingsmechanisme voor de genocide en zoveel meer, is geen rechtszaak gevoerd. Evenmin is de rol van andere landen (Frankrijk onder meer) onderzocht. En van de huidige machthebbers, president Paul Kagame op kop, is niemand aangeklaagd, hoewel de gegevens over hun mogelijke schuld voor vele duizenden doden alleen al in de loop van 1994 ruim voorhanden zijn.
Wel is uit de vele verhoren en de uitspraken gebleken dat het Tribunaal niet voldoende bewijzen gevonden heeft voor een planning van de genocide voor die fatale datum van 6 april 1994. In die zin sluiten die bevindingen dan weer aan bij de (voorlopige) conclusies van ambassadeur Johan Swinnen en zijn ze in tegenspraak met de beschuldigingen van Rwanda aan het adres van de Franse topmilitairen.
En wat nu
Het blijft merkwaardig dat de huidige machthebbers in Rwanda, de rebellen en oorlogsvoerders van destijds, zonder veel tegenspraak beschuldigingen de wereld kunnen insturen die lijnrecht ingaan tegen de resultaten van bijzonder grondig justitieel en academisch onderzoek. Het Rwandese regime blijft hiermee uittesten hoe ver het kan gaan. Dat doet het trouwens ook geregeld tegenover ons land waarna de bevoegde minister van Buitenlandse Zaken, Didier Reynders (MR), telkens weer welwillend knikt en de zware aantijgingen, ook van verantwoordelijkheid voor de genocide, laat overwaaien. Het schuldgevoel voor wat er ook internationaal misgelopen is in 1994 zindert blijkbaar nog altijd na en Kagame en co profiteren daar schaamteloos van.
Die internationale houding betekent dan wel de zoveelste slag in het gezicht van al die moedige Rwandezen, vooral in het buitenland, die wel op zoek willen naar de waarheid over toen en nu en zo naar echte verzoening. Want alleen waarheid brengt verzoening en een nieuwe toekomst voor dit Rwanda dat zeker sinds het begin van de oorlog in 1990 blijft voortleven in een klimaat van leugens en schijnbewegingen waar alleen de machthebbers beter van worden.
Swinnen, J. (2016), Rwanda mijn verhaal, Polis, Kalmthout.
