Naar hoofdinhoud

Extreme partijtucht verstikt democratie – Bart Maddens

De particratie begint in België stilaan akelige vormen aan te nemen, vindt hoogleraar Bart Maddens. Partijen eisen een onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van hun parlementsleden. Die kunnen zich geen scheef woord meer veroorloven, of ze worden publiek vernederd door hun voorzitter.
Gepubliceerd:

Bart Maddens doceert politieke wetenschappen in Leuven. Hij volgt de communautaire discussies op de voet.

Kamerlid Luk Van Biesen moet voor de statutaire tuchtcommissie van Open VLD verschijnen omdat hij… Ja, waarom eigenlijk ? Hij heeft in de Kamer ‘iets’ gezegd dat kwetsend overkwam bij SP.A-fractieleidster Meryame Kitir. Hij heeft zich daarvoor verontschuldigd. Die excuses werden door Kitir aanvaard. Incident gesloten, leek het. Alleen is Van Biesen in De Morgen nog eens teruggekomen op het incident. Hij erkende nogmaals dat hij in de fout was gegaan. Hij herhaalde echter ook dat hij niet de racistische zin heeft uitgesproken die sommigen hem in de mond leggen. Intussen blijft het volstrekt onduidelijk wie hem die zin echt heeft horen uitspreken en het niet weet van horen zeggen.

Partijdiscipline nodig

Maar dat lijkt er niet meer toe te doen. Wat telt is dat Gwendolyn Rutten ‘woest’ was toen ze het recente interview las. En je voorzitter ‘woest’ maken, dat is natuurlijk onvergefelijk voor een parlementslid. In de beste Stalinistische traditie wordt nu van Van Biesen verwacht dat hij zichzelf beschuldigt. Hij moet ootmoedig bekennen : “Ik heb dat zinnetje toch uitgesproken en ik had het niet mogen ontkennen”. Dan wordt hij misschien vrijgesproken. Als hij daarentegen volhardt in de boosheid en blijft ontkennen, dan riskeert hij uit de partij te worden gezet.

Natuurlijk moet er enige discipline heersen in een partij. Ik heb er geen probleem mee dat een partij centraal wordt geleid door een beperkte groep. Dat schreef ik hier al eerder . Meestal is de interne partijdemocratie toch niet veel meer dan een schijnvertoning. Ik ben het er ook mee eens dat parlementsleden een basisloyauteit aan de dag moeten leggen ten aanzien van hun partij. Ze moeten op het juiste moment op het juiste knopje drukken, ook al strookt dat niet altijd helemaal met hun eigen opvattingen. Zonder die fractiediscipline kan een parlementaire democratie moeilijk functioneren. Een zekere mate van particratie is dus onvermijdelijk en zelfs wenselijk.

Maar als je die partijtucht tot in het extreme doortrekt, dan verstik je de democratie. Parlementsleden moeten nog altijd enige speelruimte hebben om vrijuit hun gedacht te kunnen zeggen. Ze mogen een eigen stem laten horen. De grondwetgever heeft van hen geen telegeleide zombies willen maken. Integendeel zelfs. Volgens de Grondwet is de Kamer een vrijplaats waar de meest absolute vrijheid van meningsuiting geldt. Artikel 58 van de Grondwet verleent parlementsleden immers een volstrekte immuniteit voor meningen die ze in de uitoefening van hun functie verkondigen. Hoe grof en beledigend het ook is wat ze in de Kamer zeggen, ze kunnen niet voor een rechter worden gedaagd. Het is enkel en alleen aan de kiezer om daarover te oordelen.

Een soort van schrikbewind

Zeker, dit ontneemt partijen niet het recht om parlementsleden te sanctioneren die het te bont maken in de Kamer en daardoor de partij beschadigen. Maar dit mag niet ontaarden in een schrikbewind van de partijvoorzitter. Want dan zullen de parlementsleden aan zelfcensuur beginnen te doen. Ze zullen op de duur schrik krijgen om nog hun mond open te doen. Ze zullen verlamd worden door een panische angst om iets te zeggen dat verkeerd begrepen zou kunnen worden en hun voorzitter ‘woest’ zou kunnen maken. En dan zijn we natuurlijk mijlenver verwijderd van de geest van artikel 58.

Open VLD heeft helaas niet het patent op dat soort van schrikbewind. Vraag het maar aan Hendrik Vuye en Veerle Wouters. Sommige journalisten noemden hen ‘dissidenten’. Maar dat waren ze allerminst. Ze hebben in de Kamer altijd loyaal meegestemd met hun fractie. Hun doodzonde bestond erin dat ze buiten het parlement af en toe herinnerden aan het Vlaams-nationale programma van hun partij. En in de zomer hebben ze wat kritische bedenkingen geformuleerd bij persoonlijke voorstellen van partijgenoten om de fundamentele rechten en vrijheden op de schop te doen.

“Dit moet ophouden en ik ben blijkbaar niet duidelijk genoeg geweest”, zei Bart De Wever nadien op een schoolmeesterachtig toontje. Maar eigenlijk is die vergelijking een belediging voor echte schoolmeesters. Want die spreken hun leerlingen al lang niet meer aan op die manier. Misschien hebben we het voortaan beter over een partijvoorzitterachtig toontje. Hoe dan ook, De Wever was kort daarna wel duidelijk genoeg. Vuye en Wouters werden op een vernederende wijze uit het partijbestuur gezet. Uiteindelijk hielden ze de eer aan zichzelf en stapten ze uit de partij.

Is een ‘anti-particratische-partij’ nodig?

Dit alles maar om te zeggen dat de particratie in België stilaan akelige vormen begint aan te nemen. Partijen lijken meer en meer op sectaire organisaties. Ze eisen een onvoorwaardelijke gehoorzaamheid van hun leden en van hun parlementsleden. Een basisloyauteit is niet meer genoeg. Parlementsleden kunnen zich geen scheef woord meer veroorloven, of ze worden publiek vernederd door hun voorzitter.

Geen wonder dat steeds meer mensen daar een intuïtieve afkeer van hebben. Het vertrouwen in de politieke partijen is ontstellend laag. Het ledenaantal is al geruime tijd in vrije val. Steeds minder mensen lijken bereid om zich vrijwillig te onderwerpen aan de ijzeren tucht die de partij van hen verlangt. Op de duur blijven enkel diegenen over die niet buiten de partij kunnen om hun persoonlijke ambities waar te maken.

Intussen groeit het legertje malcontente parlementsleden gestaag aan : Luk Van Biesen, Hendrik Vuye, Veerle Wouters, Hermes Sanctorum… Ook het ontslag van Sarah Claerhout als CD&V-Kamerlid leek mee ingegeven door een frustratie over de wijze waarop ze partij-oekazen moest ondergaan. Als al deze vrijgevochten Kamerleden zich nu eens zouden verenigen in een front van anti-particraten ? Zo een ‘anti-particratische-partij’ zou wel eens veel succes kunnen hebben. Alleen is het twijfelachtig of die nadien de minimale discipline zou kunnen opbrengen om nuttig werk te verrichten in het Parlement. En zo is het nooit goed…

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"