Terugreis uit de hel
Kattenwasje
Het is een levensles van jewelste. Je kan proberen om iets een halve eeuw te ontwijken, maar je moet niet raar opkijken als je er alsnog pardoes in belandt. Mijn vader zaliger was gelukkig geen voetbalfan, ik heb geen broers en bij vriendjes wist ik voetbalgekken altijd zorgvuldig te vermijden. Maar nu verkeer ik al 24 uur in het gebral en ik heb nog 24 uur te gaan.
De dag van de wedstrijd tegen Ierland was ik lichtjaren verwijderd van m’n comfortzone. De nacht ervoor geen oog dicht gedaan in een bus waar kaarters tot diep in de nacht fanatiek bezig waren. Daarop volgde een kattenwasje in een Frans truckerstoilet, gevolgd door een kilometerslange wandeling door polders die naar het stadion in Bordeaux moesten leiden.
Daar scheidden onze wegen. Mijn nieuwe vrienden begrepen maar niet waarom ik de wedstrijd niet met hen in het stadion wou volgen. Maar ik kan me als journalist aan het werk niet veroorloven om 5 uur ergens opgesloten te zitten. Veel liever dartelde ik natuurlijk rond in het mooie Bordeaux om alles vanaf de zijkant gade te slaan, mijn natuurlijke positie.
Schor en tipsy
Wat ik daar zag, grenst aan het onwaarschijnlijke. We kennen allemaal de beelden van groepen voetbalsupporters die door een binnenstad trekken. Daar blijf je het liefst zo ver mogelijk van weg. Maar nu stond ik er middenin, het moest. Met Belgische én Ierse attributen: lafheid of objectiviteit, daar ben ik zelf nog niet uit. En gaandeweg kreeg ik bewondering voor wat de supporters presteerden. Urenlang roepen, drinken, zingen en dansen. Ik werd moe, schor en tipsy van er alleen maar naar te kijken, maar zij deden het.
Het is natuurlijk gesublimeerde oorlogsvoering, dat zie je duidelijk als je er deel van uitmaakt. Jonge mannen trekken in oorlogstooi ten strijde tegen een andere clan. Er zit ook een vleugje carnaval in, wanneer ze dagenlang alles lijken te vergeten. Maar ik zag ook ontzettend veel vriendelijkheid bij die ogenschijnlijke bruten. Er werd voor elkaar gezorgd, er werd verbroederd met de vijand en er was tederheid tussen vaders en zonen. En ik beken: in de fanzone werd ook ik boos tijdens de eerste helft en was ook ik opgelucht tijdens de tweede.
Ik dank de voetbalgoden op m’n blote knietjes voor de 3-0 overwinning van de duivels. Al zou het met Belgen en Ieren achteraf altijd wel vredig gebleven zijn. Maar ik had geen zin in nazorg, al schijnt dat bij professionele supporters wel mee te vallen. Mijn Comix Devils maakten er niet eens veel woorden aan vuil. Er moest gewonnen worden en er werd gewonnen, op naar de volgende partij.
Erelid?
Iedereen wil nu weten hoe de terugreis verliep. Een tweede nacht tussen bierkratten en frigoboxen werd me bespaard. Ik tik dit stukje in een aftandse hotelkamer in een suf provinciestadje met Frans variété op de tv waarvan de afstandsbediening het niet doet. In de bus wordt de urinegeur van het mobiele toilet steeds penetranter. Maar er wordt lustig verder gedronken in ons rijdende café. Ik maakte intussen ook kennis met de moppentrommel waarin gynaecologen een hoofdrol hebben. En de onvermijdelijke uitnodigingen zijn al geformuleerd. Ga ik in het clubhuis met hen kijken naar de volgende match van de Rode Duivels? Wil ik erelid worden van hun vereniging? Ik wil het wel, maar ik wil het ook niet. Eerst maar es veilig thuisraken, rustig een bad nemen en de stilte langzaam verwelkomen.
