Naar hoofdinhoud

Wat nu, Europa, met die vluchtelingen? - Peter Verlinden

Vandaag is er een top tussen Turkije en de EU over vluchtelingen. Later volgt een speciale EU-top. Een moment om keuzes te maken want de stroom valt niet stil. Journalist Peter Verlinden zoekt - na vele gesprekken met vluchtelingen - de mogelijke krijtlijnen voor een oplossing.
Peter Verlinden
Gepubliceerd:

Peter Verlinden is VRT journalist en volgt al meer dan een kwart eeuw Afrika en het Belgisch ontwikkelingsbeleid.

Europa blijft het ultieme doel, niet langer voor tienduizenden maar voor honderdduizenden dolenden vanuit het oosten en het zuiden. Niets wijst erop dat die toestroom snel zal stilvallen. En zo wordt alsmaar schrijnender duidelijk dat Europa nog altijd geen visie heeft op deze humanitaire crisis in eigen huis, terwijl de Europeanen zich alsmaar meer lijken op te sluiten in een egelstelling: zolang die ‘vreemden’ niet dichterbij komen, kunnen we er nog net mee leven, en anders zorgen we er wel voor dat ze niet dichterbij komen.

De Belgische grenscontroles om de vluchtelingen vanuit de leeggebuldozerde kampen van Calais en Duinkerke terug te sturen zijn daar maar één voorbeeld van. De Oost-Europese weigering om vluchtelingen op te vangen, de Macedonische blokkade, de Deense afschrikkingswetten en de Zweedse verkilling vullen aan.

Zo geraken we er nooit, bij een leefbaar samenleven met wat nu het uitschot van Europa geworden is, de honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen op de dool.

Enkele tientallen jaren ervaring met vluchtelingencrises her en der ter wereld, wat minder jaren zelf samenleven met een vluchtelinge, de vele contacten met vluchtelingen in België en elders in Europa en de wereld, hebben me toch enkele puzzelstenen aangebracht voor een meer duidelijke kijk op een crisis als deze. En dus, in willekeurige volgorde, op een rijtje.

1 - Wie vlucht?

Wie vlucht voor geweld en oorlog, vlucht voor het pure lijfsbehoud, en heeft maar één doel voor ogen: veiligheid, waar ook ter wereld en liefst zo snel mogelijk. De eerste veilige plek, zelfs al is het moeilijk om daar aan te passen, kan het vertrekpunt worden van een nieuw leven, op termijn. Eerst op adem komen, pas later weer verder.

Voor oorlogsvluchtelingen zijn de -ongetwijfeld dramatische- scènes in en om Calais, Duinkerke, maar ook bij de gesloten Europese grenzen, dan ook bijzonder moeilijk te vatten. Waarom geen asiel aanvragen op de eerste veilige plek waar je geraakt bent? (Uiteraard kan dat anders liggen als een deel van de familie al elders geraakt is. Maar zou dat echt het geval zijn bij zoveel Afghaanse en andere asielzoekers die van aan de Franse en nu ook Belgische kust in Engeland willen geraken?)

2 - Wat heeft een vluchteling nodig?

Wie thuis de dood overleefd heeft, eindelijk is aanbeland op een veilige plek, heeft veel grotere noden dan een bad, een brood en een bed. De materiële veiligheid is welkom, menselijke warmte en begeleiding absoluut noodzakelijk.

Intussen worstelen erkende vluchtelingen, al tientallen jaren ogenschijnlijk geïntegreerd in onze Europese samenlevingen, nog  al te dikwijls nog met het allerergste wat een mens op langere termijn kan ondergaan: de psychische schade, de trauma’s, de angsten, het nooit-meer-veilig-gevoel na de bombardementen, de nachtmerries over de moorden, de dode familieleden, vrienden en geliefden.

Zoals bij elke mens borrelen die verdrukte trauma’s des te heviger weer op naarmate de jaren vorderen. Het vluchten zelf, de zoektocht naar enige geborgenheid en materiële welvaart, mogelijk een partner en kinderen, hebben eerst alle resterende energie opgeslorpt.

Als de psychische schade bij de echte oorlogsvluchtelingen niet van meet af aan erkend en behandeld wordt, zal onze samenleving daarvoor vroeg of laat een hoge prijs betalen. Letterlijk én figuurlijk: een verlies aan menselijk kapitaal en zo aan menselijkheid.

3 - Iedereen heeft recht op overleven

Als dan de rust neerdaalt, tijd om zichzelf te zijn, dan pas krijgen de verdrukte angsten, de weggemoffelde trauma’s, weer een kans. Dan mag hij eindelijk instorten, mag zij wenen tot het daglicht komt. Of er cijfers over bestaan valt te betwijfelen, maar het aantal zelfmoorden bij de getraumatiseerde oorlogsvluchtelingen, ook in ons land, lijkt voor insiders alvast schrikbarend hoog.

Niemand van hen heeft enige geestelijke opvang gekregen bij de aankomst in veiliger oorden, niemand kon terecht bij een vertrouwde stem.

De rekening krijgt de samenleving jaren later pas aangeboden: zwijgende ex-vluchtelingen in de geestelijke gezondheidszorg, onhandelbare kinderen in de scholen, dolgedraaide universitair afgestudeerden zonder enige toekomst, mensen zonder kracht, zich voortslepend in een zielloos leven.

Vluchten voor oorlog en geweld, puur lijfsbehoud, daarvoor is de Conventie van Genève (1951) geschreven. Maar heeft ook iedereen recht op een beter leven?

Het recht om weg te vluchten van een regime, een land, waar je kinderen geen kansen krijgen, de corruptie je toekomst bombardeert, de onderdrukking elke ontwikkeling torpedeert … dat recht wordt tot vandaag níét internationaal erkend. Zolang je lijf en leden niet in gevaar zijn, word je geacht het onrecht van een regime te ondergaan, je kinderen en geliefden, jezelf en de anderen, te laten wegzinken op de plek waar het lot je ter wereld gebracht heeft.

De meer welvarende westerlingen hebben wel het recht om het geluk te zoeken, te emigreren naar plekken waar hen betere jobs wachten, een leven in welvaart, de beste toekomst voor zichzelf en hun kinderen: een pijnlijke contradictie met de wanhopige gelukzoekers elders in de wereld.

De kloof tussen ‘echte (oorlogs)vluchtelingen’ en ‘economische vluchtelingen’ betekent eigenlijk een kloof tussen enige kans om te (over)leven en geen enkele kans om echt te leven. Ook op dat verschrikkelijke dilemma biedt Europa geen antwoord.

Op zoek naar antwoorden

Europa kan op dit ogenblik de grote toestroom aan vluchtelingen niet aan. In het beste geval raken diegenen die ergens in een Europees land een meldingspunt kunnen bereiken, snel geregistreerd om dan te verhuizen naar een asielcentrum, de eerste stap in dikwijls een lange erkenningsprocedure.

Als dat lukt, begint het pas: het nieuwe leven, een nieuwe taal, een nieuwe school, mogelijk een nieuw werk, nieuwe buren, vrienden, kennissen, gewoonten, in het beste geval samen met een beetje familie of bekenden. Voor elke mens een gigantische opdracht, ook zonder oorlogsverleden. Met de trauma’s van het geleden leed erbovenop, een schier onmogelijke opdracht.

Intussen zwerven nog vele duizenden ergens in Europa rond zonder een ernstige opvang, elke maand voorbij zonder zicht op die zo begeerde nieuwe toekomst.

Kan Europa beter?

Volstaat het om de Europese verantwoordelijkheid af te kopen door enkele miljarden euro’s over te maken aan de hulporganisaties die de kampen in Turkije, Jordanië en Libanon beheren, waar nu al miljoenen vluchtelingen doelloos wachten op het einde van de oorlog? Terwijl vele duizenden van hen elke dag opnieuw proberen om de dure maar riskante oversteek te maken naar het veelbelovende Europa, met min of meer succes.

En als Europa nu eens krachtdadig zijn eigen verantwoordelijkheid neemt en die honderdduizenden vluchtelingen herbergt op Europese grond?

Europese vluchtelingenkampen, opgezet met Europees geld, ingebracht naar vermogen door elke lidstaat, daar waar de vluchtelingen aangekomen zijn (Italië, Griekenland), goed georganiseerd, met onderwijs en gezondheidszorg, inclusief de noodzakelijke opvolging van de oorlogstrauma’s: voor een continent met meer dan 500 miljoen inwoners en een Bruto Europees-Binnenlands Product van zo’n 15.000 miljard euro moet dat toch een kleintje zijn?

Onderwijs

Als die leefgemeenschappen dan ook nog per land van herkomst van de vluchtelingen georganiseerd zijn, dan wordt het des te gemakkelijker om meteen ook het onderwijs te organiseren in de taal en volgens de leerplannen van dat land, zodat de vele kinderen geen kostbare leertijd verliezen.

Bij de Syrische, Iraakse dan wel Afghaanse vluchtelingen bevinden zich ongetwijfeld voldoende goed opgeleide mannen en vrouwen die dat onderwijs zelf kunnen verzorgen, zelfs de gezondheidscentra runnen, de voedselbevoorrading organiseren, de infrastructuur mee opbouwen. De uiteindelijke doelstelling is immers om zo snel mogelijk een veilig onderkomen te voorzien, in afwachting van het einde van de oorlog.

Tijdelijk overleven

Zulke leefgemeenschappen van telkens een paar honderdduizend zielen moeten natuurlijk ook economisch overleven. De basisinvestering moet dan wel Europees zijn, na verloop van tijd kunnen kleine en grotere economische activiteiten (landbouw, handel, kleine productie, diensten, cultuur, vrije tijd) de leefbaarheid flink verbeteren.

In overleg met de regio waar die leefgemeenschappen opgericht worden, moeten er afspraken komen over de economische ruimte, letterlijk en figuurlijk, waarbinnen die activiteiten kunnen groeien.

Zo lang er uitzicht blijft op een relatief snelle terugkeer naar huis, kunnen de vluchtelingenfamilies binnen deze nieuwe omgeving op een zinvolle manier op adem komen en bouwen aan een nieuwe toekomst. Als die terugkeer onhaalbaar wordt, omdat de oorlog te lang aansleept of omdat bepaalde oorlogsslachtoffers goede redenen hebben om nooit meer terug te kunnen (trauma, veiligheid), dan kan een nieuwe fase volgen. 

De toekomst voorbereiden ...

Terwijl het onderwijs al enkele Europese accenten toegevoegd heeft (taallessen Engels en Frans, Europese cultuur), worden de getroffen families geleidelijk en grondig voorbereid op hun hervestiging in een Europees land. Dat gebeurt in overleg met de betrokken families en het ontvangende land.

De International Organisation for Migration (IOM) heeft overigens al veel ervaring met grootschalige ‘resettlement programs’, onder meer vanuit het immense vluchtelingenkamp van Dadaab (Kenia) naar de Verenigde Staten en Canada. Belangrijk daarbij is dat families de kans krijgen om samen te verhuizen naar hun nieuwe wereld, zodat de familiebanden niet verbroken raken en de ontvangende landen zich kunnen richten op de integratie van een welbepaalde groep met gelijklopende noden en verwachtingen.

... in Europa

Eigen goed georganiseerde Europese vluchtelingenkampen zouden Europa de kans geven om in eendracht en met gelijk verdeelde lasten deze dreigende crisis het hoofd te bieden. Op korte termijn kan zo een maximaal aantal vluchtelingen een veilige plek om te leven vinden, en op langere termijn kan Europa werken aan een realistisch integratiebeleid voor wie toch moet kunnen blijven en een terugkeerbeleid voor wie, aangesterkt en goed opgeleid en voorbereid, terug kan als de wapens zwijgen.

De miljoenen vluchtelingen in de uitzichtloze kampen in Oost-Congo, Kenia, Tanzania, Mauritanië, Zuid-Soedan, India, Jordanië, Turkije, … kunnen alleen maar dromen van zo’n planmatige opvang. Alvast op eigen bodem is Europa gelukkig in staat om beter te doen en de verdrevenen van deze wereld wel een toekomst te bieden.

Of toch niet?

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"