Naar hoofdinhoud

Wie bekommert zich nog om Afrika? - Peter Verlinden

Je moet maar vluchteling zijn in Oost-Congo, politiek activist in Burundi of Rwanda, moeder in zowat heel Centraal-Afrika, slachtoffer van een bomaanslag in Nigeria of Somalië…
Peter Verlinden
Gepubliceerd:

Peter Verlinden is buitenlandjournalist VRT Nieuws en volgt Afrika en vooral Centraal-Afrika sinds 1989.

Voor de wereld lijkt het wel alsof je niet bestaat. Je lot is nog geen foto waard in de traditionele jaaroverzichten van het verwende Westen. Behalve als je tot die kleine minderheid Afrikanen behoort die erin slaagt om als vluchteling in Europa te geraken, temidden van de mensenstroom vanuit het Midden-Oosten.

Geen wonder, want ook de politieke leiders in het Westen, Europa en België incluis, toonden in het afgelopen jaar 2015 amper belangstelling voor wat er zich afspeelt in het Afrika ten zuiden van de Sahara. Blijkbaar blijft er geen politieke ruimte over naast het vluchtelingenprobleem en de terreurdreiging.

Voor het gloednieuwe jaar 2016 is er niet veel beterschap op komst, noch wat het lot van de Afrikaanse bevolking betreft in de landen in crisis, noch wat de westerse belangstelling betreft voor hun lot.

Eerst het goede nieuws

Zoals de afgelopen vijf jaar bleef ook in 2015 de economie globaal over heel Afrika groeien met ongeveer 5%. De ‘verloren decennia’ van de vorige eeuw, de jaren ’80 en ’90, toen een aantal landen zelfs achteruitging, worden langzaam weer goedgemaakt.

Toch gaat het om een erg fragiele groei. Want de Afrikaanse economie blijft nog altijd voor zowat één derde afhankelijk van ontwikkelingsgelden vanuit het Westen, voor nog iets meer van geld dat door families en vrienden vanuit Europa en de Verenigde Staten naar ‘huis’ gestuurd wordt en voor iets minder dan een derde van werkelijke privé-investeringen vanuit het buitenland. Kortom, Afrika is nog altijd niet in staat om op eigen vleugels te vliegen.

Toch noteren sommige landen enige vooruitgang, ook als het over de ‘menselijke ontwikkeling’ (‘human development’) gaat. Bij de betere leerlingen van de klas behoren onder meer Ethiopië, Tanzania, Rwanda en Burundi, noteert het ontwikkelingsprogramma UNDP van de Verenigde Naties. Maar dan nog blijft Afrika globaal slechter scoren dan eender welk ander continent.

En verder was 2015 toch het jaar dat (West-)Afrika de ebola-crisis achter zich kon laten. Voor de drie meest getroffen landen, Liberia, Guinée en Sierra Leone, kan de heropbouw van de gezondheidszorg nu pas goed beginnen.

En mocht Burkina Faso zijn democratisch-verkozen president vieren, na een mislukte poging van de ‘eeuwige’ Blaise Compaoré om tegen zijn eigen grondwet in toch aan de macht te blijven.

Tot zover het bemoedigende nieuws uit Afrika.

Dan de harde realiteit

Want elders op het zwarte continent slagen almachtige heersers er wel in om wetten en structuren naar hun hand te zetten en via diverse schijnmanoeuvres aan de macht te blijven. Over Zimbabwe, Congo-Brazzaville, Angola en Oeganda, onder meer, wordt al lang niet meer gepraat. Die presidenten hebben hun macht voor vele jaren veilig gesteld.

Voor het Congo-Kinshasa van Joseph Kabila wordt 2016 het sleuteljaar want dan moeten er verkiezingen komen op alle niveaus. Allerhande pogingen om via een wijziging van de kieswet en het inroepen van logistieke problemen, tot en met een geplande dialoog met de oppositie om tot afspraken te komen over ‘de toekomst van Congo’, hebben nog niet veel tastbaars opgeleverd. 2016 wordt spannend in Congo.

Voor dat andere stukje ex-Belgisch-Afrika, Burundi, wordt het nieuwe jaar ook nog spannend. President Petero Nkurunziza maakte in het voorjaar van 2015 handig gebruik van een piepklein gaatje in de Burundese grondwet om zich toch kandidaat te stellen voor een derde ambtstermijn van vijf jaar. Hij won de verkiezingen, ondanks een fors stemmenverlies in vergelijking met de vorige. Voor zijn opposanten, militaire en politieke, een gedroomde kans om de strijd om de macht nu volop in te zetten, eerst zonder dan met alsmaar meer wapens. De escalatie van het geweld, met nu al meer dan 400 doden en 220.000 vluchtelingen, belooft niet veel goeds voor het nieuwe jaar. In het beste geval komen beide partijen in een patstelling terecht, zonder een uitgesproken ‘winnaar’, en neemt het conflict de tijd om verder te verrotten. In het slechtste geval krijgt het geweld, van beide kanten, vrij spel en komt Burundi weer in een burgeroorlog terecht, zoals ruim tien jaar lang sinds 1993, met niet honderden maar tienduizenden doden …

Dat derde stukje Belgische erfenis in Centraal-Afrika, Rwanda, heeft het veel handiger gespeeld. Paul Kagame, feitelijk aan de macht sinds voorjaar 1994, als president sinds 2000, heeft van meet af aan zo’n ongenadig repressief regime geïnstalleerd dat elke oppositie onmogelijk is geworden, zeker na ruim twintig jaar. Kritische stemmen zijn gevlucht, zitten in de gevangenis, zijn vermoord of worden bedreigd in binnen- en buitenland. Ook in 2015 kende Rwanda alweer enkele opmerkelijke processen. De zanger Kizito Mihigo, een Tutsi van wie bijna de hele familie uitgemoord werd tijdens de genocide, werd veroordeeld tot tien jaar omdat hij contacten had gehad met een oppositiebeweging in het buitenland. Een ‘mededader’ kreeg zelfs 25 jaar omdat hij een aanslag zou beraamd hebben op president Kagame. Her en der verdwenen alweer enkele vermeende opposanten, voor korte tijd of voor altijd. Geen wonder dat Paul Kagame nauwelijks tegenstand kreeg toen zijn partij, het Rwandees Patriottisch Front, ervoor zorgde dat de grondwet gewijzigd raakte waardoor hun voorzitter en huidig president tot 2034 (sic!) aan de macht kan blijven, als hij dat wenst.

'Ik stond erbij en keek ernaar'

Nog opmerkelijker dan al die machinaties van de macht in Centraal-Afrika, is de zwijgzaamheid van de wereld en bij uitstek van de Belgische politici. De enige westerse macht die redelijk alert reageert op de gebeurtenissen in Centraal-Afrika en in Afrika in het algemeen is de Verenigde Staten. Blijkbaar ligt de gevoeligheid voor de principes van een democratie (alternerende macht, vrijheid van expressie, onaantastbaarheid van de basisteksten) in Washington hoger dan in het ‘oude’ Europa. Of heeft die scherpe houding meer te maken met het opportunisme van een wereldmacht die geen regimes verdraagt die aan haar controle ontsnappen?

Hoe dan ook, het lijkt erop dat de Europese landen ook in 2015 (alweer) hun kansen hebben gemist om vat te krijgen op de complexiteit van (Centraal-)Afrika.

De Belgische bevoegde ministers (Didier Reynders, Buitenlandse Zaken, en Alexander De Croo, Ontwikkelingssamenwerking, daarenboven allebei vicepremier) hadden het jaar ingezet met een trip naar Rwanda en Burundi. In beide landen ontweken ze toen al, alvast voor de buitenwereld, de heikele kwestie van de machtsgeile presidenten.

Amper een paar maanden later ontsnapte eerst de Burundese crisis, daarna de Rwandese manipulatie van de grondwet, helemaal aan de Belgische invloed. Het bleef bij enkele ongeruste communiqués en, wat Burundi betreft, het blokkeren van een deel van de ontwikkelingssamenwerking. Onder meer de opleiding van de Burundese politie werd afgebroken, waardoor trouwens elke mogelijkheid verdween om inzicht te krijgen in het gedrag van die politie in deze turbulente tijden, laat staan enige invloed uit te oefenen op zijn optreden tegen de oppositiebeweging. Geleidelijk verzandden de Belgische en Europese reacties op de Burundese crisis in herhaalde oproepen tot ‘dialoog met de oppositie’ waarbij het onduidelijk blijft waarover die dialoog precies zou kunnen gaan, wat het einddoel kan zijn. Van enig initiatief om de conflicterende partijen dichter bij elkaar te brengen, om een echte rol te spelen in de pacificatie van deze ondermijnde regio, is absoluut geen sprake. In de ogen van vele Burundezen, zowel aan regeringszijde als bij de opposanten, is dat zeker een gemiste kans.

Wat Rwanda betreft was en is de Belgische, en bij uitbreiding ook de Europese, houding nog veel ambiguer.

Het regime-Kagame kan het zich veroorloven om in een klimaat van totale repressie de grondwet naar zijn hand te zetten, een schier levenslang presidentschap voor één persoon te garanderen, zonder dat de grootste donoren daarop reageren. Dat getuigt van ofwel een totale desinteresse voor het lot van Rwanda en zijn bevolking op termijn, dan wel van een verborgen politieke agenda. In de praktijk geeft deze politieke houding een vrijgeleide aan een regime dat de afgelopen twee decennia verantwoordelijk is geweest voor op z’n minst enkele, wellicht vele, honderdduizenden burgerdoden in eigen land en in buurland Congo.

Overigens is de Belgische diplomatieke en politieke actie in dat Congo van Joseph Kabila al even krachteloos. Toegeven, enige daadkrachtige houding in het Congolese politieke wespennest vergt een ver doorgedreven kennis van de machtsverhoudingen en intenties van de vele betrokken partijen. Maar afzijdig blijven betekent hoe dan ook dat de huidige machthebbers in Kinshasa vrij spel houden terwijl ze feitelijk toch zo afhankelijk zijn van hun buitenlandse broodheren.

Morgen

Neen, de Europese en Belgische Afrika-politiek heeft zich in 2015 niet van zijn sterkste zijde laten zien, als er al sprake zou zijn van een echte ‘Afrika-politiek’. In de Belgische politieke cenakels alvast nauwelijks of niet. Het aantal parlementsleden dat zich bekommert om het lot van het zwarte continent bevolkt nauwelijks een kaarttafel. In de massamedia verdampt elk jaar verder de kennis van zwart Afrika, terwijl enkele academische kringen wanhopige pogingen doen om de voorhanden kennis naar buiten te dragen, dikwijls tevergeefs.

Het ziet er niet naar uit dat 2016 op dat punt enige verbetering zal brengen.

Bij een voorspelbare geweldexplosie ergens op het zwarte continent zal de steekvlampolitiek en dito -journalistiek weer zijn werk doen en zullen zware woorden vallen: ‘genocide’, ’mensenrechtenschendingen’ en dies meer. Schuldigen en onschuldigen zullen als witte en zwarte ridders opgevoerd worden. Terwijl de complexiteit van de machtsstrijden tussen de plooien van de krantenpagina’s en de televisiefragmenten zullen vallen. Om daarna weer te vervagen want té ver van huis, té weinig relevant voor het lot van de doorsnee Europeaan, de doorsnee Belg. Zodat de doorsnee Afrikaan, Congolees, Rwandees, Burundees, alweer verweesd zal achterblijven.

Maar hij is dat al lang gewoon. Al een halve eeuw of langer. Al raakt hij dat nooit helemaal gewoon, telkens weer snakkend naar een heel klein beetje Europees medeleven. Vergeefs.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"