China maakt nieuwe keuzes - Stefan Blommaert
Stefan Blommaert is journalist buitenland bij VRT nieuws en was voor de VRT correspondent in China.
De beurs
In volle zomer kwam de schok. De Chinese aandelenmarkten van Shanghai en Shenzhen vertoefden in vrije val. In enkele weken tijd verloren ze 30 tot 40% van hun waarde. Enkele heftige interventies van de overheid konden erger voorkomen. Maar na een korte rustperiode kwam er eind juli alweer een zwarte dag voor de Chinese beurskoersen. Bijna negen procent ging er af, in één keer. En een maand later opnieuw. Kortom: er is veel gezweet onder de beleggers in China dit jaar. Intussen is de beursindex van Shanghai langzaam weer opgeklommen, tot ongeveer het niveau van maart.
En het moet gezegd, in de twee jaar voorafgaand aan de crash waren de Chinese aandelen met niet minder dan 250% procent in waarde gestegen. Een bubble die overigens een van de belangrijkste oorzaken vormde voor het zomerdebacle. In elk geval, de evolutie van de Chinese beurzen in 2016 een beetje volgen kan geen kwaad. Geen mens die ernstige voorspellingen durft te maken.
Economie
Veel belangrijker evenwel is het om in het oog te houden hoe de Chinese economie als geheel verder boert. Heel wat economisten zijn niet al te optimistisch gestemd. Bedrijfsindicatoren uit een recente rondvraag bij Chinese ondernemingen beloven weinig goeds. Of het nu gaat om winst, omzet, prijzen, jobcreatie of geplande investeringen, het valt allemaal mager uit.
En China zit met een geweldige overcapaciteit, na jaren van opgefokte overheidsinvesteringen die moesten dienen als tegengif voor de wereldwijde financiële crisis. Leegstaande gebouwen en volwaardige spooksteden, amper gebruikte snelwegen in afgelegen gebieden, onverkochte producten – van aluminium over zonnepanelen tot smartphones – het werd allemaal een gewone zaak in China. Zal de Chinese economie een ‘harde landing’ maken? Wellicht niet, zeggen de meeste experts, maar het zal toch nog een tijdje bergaf blijven gaan.
Daar zijn ook de Chinese leiders zich bewust van. Zij spreken al een tijdje van ‘het nieuwe normale’: een economie die minder snel groeit, maar die er toch in moet slagen om de levensstandaard van de Chinezen gestaag te doen stijgen. Met als doelstelling op middellange termijn: een gematigd welvarende maatschappij. Die gematigdheid weerspiegelt zich ook in de voorspellingen. Voor het voorbije jaar werd nog gemikt op een economische groei van 7% (en dat is al bij al relatief weinig vergeleken bij de ‘double digits’ (of +10 van het vorige decennium), voor volgend jaar verwachten de cijferaars 6,6 tot 6,8 procent. En de dalende trend zal wellicht aanhouden. Het komende vijfjarenplan voor de Chinese economie houdt rekening met een gemiddelde jaarlijkse groei van 6,5%.
Van export naar consumptie
Dat vijfjarenplan wordt in maart voorgelegd aan het Volkscongres, het Chinese parlement. Vroeger – in de tijd toen voorzitter Mao nog de plak zwaaide – was zo’n plan de bijbel voor alle beleidsmakers, van hoog tot laag. Het moest tot in de kleinste details worden uitgevoerd. Hoeveel graan, cement, staal of steenkool moest worden geproduceerd, en waar en door wie. Met excessen en vervalsingen als gevolg.
De voorbije decennia is het vijfjarenplan veeleer een strategisch document geworden, met algemene doelstellingen en richtlijnen. Het is al het dertiende sinds de stichting van de Chinese Volksrepubliek in 1949, en het geldt voor de periode 2016-2020. Als teken van de veranderende tijden hebben de Chinese autoriteiten (via het staatspersbureau Nieuw China) alvast een opmerkelijke videoclip op de sociale netwerken gezet, om de betekenis van het nieuwe vijfjarenplan wereldwijd in de verf te zetten.
In het plan, waarvan alleen nog maar de grote lijnen werden bekendgemaakt, zal het belang worden benadrukt van de binnenlandse consumptie. Met andere woorden: Chinese gezinnen moeten meer gaan consumeren. Samen met de ontwikkeling van de dienstensector moet dat een belangrijke drijfveer worden voor de economische groei, die tot nu toe vooral werd gegenereerd door export en overheidsinvesteringen. De nieuwe Chinese middenklasse zal worden gestimuleerd om mee te zorgen voor het aanzwengelen van de binnenlandse consumptie. Die middenklasse telt toch al zeker 100 miljoen mensen, sommige bronnen spreken zelfs van ruim 300 miljoen. Maar meer consumptie, dat betekent vertrouwen, en daar wringt het schoentje. Veel Chinezen kiezen het zekere voor het onzekere, en vullen liever hun spaarpot om bestand te zijn tegen mogelijk ontij in de toekomst.
Milieu
Het nieuwe vijfjarenplan legt niet alleen louter economische doelstellingen vast, het onderstreept ook de noodzaak om duurzaam te investeren. De aanhoudende smogproblemen in grote delen van China hebben de voorbije maanden nog maar eens onderstreept hoe erg het met het milieu is gesteld. Vroeger besteedden de Chinese leiders vrijwel uitsluitend aandacht aan groeicijfers, nu hebben ze begrepen dat ecologie een factor van groot belang is.
Ze zijn daar ook al echt in de praktijk mee bezig, getuige de razendsnelle ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in China (meer uitleg in mijn recente bijdrage over de Chinese milieu-inspanningen ). In het dertiende vijfjarenplan zal het voornemen prijken om het gebruik van steenkool – een van de grootste oorzaken van luchtvervuiling – in de toekomst drastisch te beperken. Uitkijken dus of daar in 2016 al echt iets van te merken zal zijn. Het zou me verbazen, want de omschakeling van vuile naar schone energie is uiteraard een project van lange adem.
Een paar rotsen
Voor het komende jaar mogen we ons ook verwachten aan nieuwe spanningen in de Zuid-Chinese Zee. China claimt daar een reeks eilanden die ook door andere landen als hun grondgebied worden beschouwd. Het gaat om de Paracel-archipel en de Spratly-eilanden. Vietnam, Brunei, de Filippijnen – om er maar enkele te noemen –, ook zij beweren dat (een deel van) de rotsformaties van hen zijn.
China negeert hun aanspraken, en hanteert steevast historische argumenten om zijn eigen claims te staven. Het zal niet verbazen dat de wateren rond de eilanden bijzonder rijk zijn aan vis, en dat de bodem gas en olie bevat. Over een rots alleen maakt niemand ruzie. De Chinezen zijn nu bezig met de bouw van een militaire basis en zelfs een vliegveld op een van de Spratly-eilanden. Tot ergernis van de buurlanden en hun bondgenoten, de Amerikanen.
De VS zijn niet te spreken over het gedrag van China in de waterige achtertuin, en hebben al herhaaldelijk dicht bij de eilanden gepatrouilleerd en er verkenningsvluchten uitgevoerd. Met telkens lichte hysterie vanuit Peking, dat het heeft over provocatieve acties. Overigens zal China zich meer en meer profileren als grootmacht.
Symbolisch is de reislust van de Chinese president Xi Jinping. Sinds hij staatshoofd werd, een kleine drie jaar geleden, bezocht hij meer dan 30 landen. In de eerste plaats gaat het om economische diplomatie, maar de politieke invloed die China verwerft bij zijn partners is natuurlijk ook niet te onderschatten.
Zijderoute
De Chinezen komen ook alsmaar meer met grootse toekomstplannen voor de proppen. Het moderne zijderouteproject is er een van. ‘One Belt One Road’ noemen de Chinezen het, en het komt erop neer dat zij infrastructuurwerken willen ondernemen in de landen op de historische zijderoute (van Centraal-Azië tot in Zuid-Europa) en de maritieme zijderoute (Azië, Afrika en het Midden-Oosten).
Die infrastructuur – wegen, spoorwegen, luchthavens, pijpleidingen – moet het hogere belang van de handel dienen, zeg maar de afzet van Chinese producten in de betreffende landen en het afnemen van grondstoffen in omgekeerde richting.
Nieuwe wereldbank
Voor zulke monsterprojecten is natuurlijk geld nodig, veel geld. Daarvoor hebben de Chinezen al een zijderoutefonds in het leven geroepen, en dit jaar kwam daar nog de omstreden Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) bij. Omstreden, in de eerste plaats omdat de Amerikanen de bank als concurrentie zien voor traditionele financiële instellingen als de Wereldbank, het IMF of de Asian Development Bank, waarin zij zelf een dominante positie bekleden. De Chinezen willen met hun AIIB sneller en efficiënter over investeringsprojecten kunnen beslissen dan de logge en bureaucratische wereldfinanciers. Evenwel, zónder de ethische en bestuurlijke maatstaven van die laatsten, beweren de Amerikanen.
Maar wat blijkt: het Chinese initiatief lokt probleemloos volk. Terwijl de VS hun trouwe partners probeerden te overtuigen om geen lid te worden van de nieuwe bank, lieten onder meer Groot-Brittannië, Duitsland, Zuid-Korea en Australië zich makkelijk verleiden. Net als bijna zestig andere landen. Op Kerstdag ging de bank officieel van start, met een kapitaal van 100 miljard dollar. Volgend jaar worden de eerste investeringsprojecten verwacht.
Mensenrechten
Er zijn nog flink wat andere zaken die China in 2016 in het nieuws zullen brengen. De verkiezingen in Taiwan bijvoorbeeld, half januari, waar Peking reikhalzend naar uitkijkt. De relaties tussen de eilandstaat en China zijn de voorbije jaren onder het bewind van de Kwomintangpartij alsmaar warmer geworden. Maar veel Taiwanezen vrezen verstikt te worden door de Chinese invloed, en de kans is groot dat de oppositie – een veel koelere minnares van Peking – het goed doet in de stembusgang.
In november nog had president Xi Jinping een historische ontmoeting met zijn Taiwanese ambtgenoot Ma Ying-jeou, maar of die gebeurtenis het electorale tij kan keren valt af te wachten. Op binnenlands vlak zal China de politieke teugels ongetwijfeld nog meer aantrekken, die trend is al enkele jaren aan de gang. Het recente proces tegen de dissidente advocaat Pu Zhiqiang en zijn voorwaardelijke veroordeling wegens ‘ordeverstorende’ tweets is maar een van de vele bedenkelijke voorbeelden. Een ander: de nakende uitwijzing van de Franse journaliste Ursula Gauthier wegens een kritisch artikel over het beleid van Peking in de woelige provincie Xinjiang.
Kinderen
En tenslotte: staat China in 2016 aan de drempel van een spectaculaire boom van het aantal geboortes? Twee maanden geleden was het wereldnieuws: het einde van de Chinese eenkindpolitiek. Voortaan mogen gezinnen twee kinderen hebben, in het belang van de demografische ontwikkeling.
Maar staan die gezinnen te springen om een extra telg voort te brengen? Het valt te betwijfelen. Veel Chinezen vinden een tweede kind gewoon te duur, of hebben er door hun drukke beroepsbezigheden te weinig tijd voor. Ongetwijfeld zullen er enkele miljoenen kinderen extra geboren worden, maar op een totaal van 1,37 miljard is dat amper een explosie te noemen. De producenten van voorbehoedsmiddelen hoeven alvast niet te vrezen voor een ineenstorting van hun Chinese handel in het nieuwe jaar.
