Het is nu officieel: China zet streep achter eenkindpolitiek
De eenkindpolitiek dateert van het einde van de jaren 70 en was bedoeld om de bevolkingsgroei onder controle te krijgen. Volgens de Chinese overheid was het een van de belangrijkste factoren van de hoge vlucht die de economie nam. Er werden 400 miljoen geboortes vermeden. Wel waren er uitzonderingen op de eenkindpolitiek: etnische minderheden bleven grotendeels gespaard en in landelijke gebieden mochten koppels een tweede kind hebben als het eerste een meisje was.
De eenkindpolitiek had echter ook uitwassen. De zogenoemde commissie voor familiale planning die het beleid stuurde, greep vaak naar omstreden methodes als gedwongen sterilisatie en laattijdige abortus. Door de eeuwenoude en diep in de Chinese maatschappij verankerde voorkeur voor zonen was er ook sprake van kindermoorden. Een en ander leidde tot zware onevenwichten: in 2014 werden 116 jongens geboren voor 100 meisjes, voor een totale verhouding in de bevolking van 105 mannen voor 100 vrouwen.
Peking kondigde eind oktober verrassend het einde aan van de eenkindpolitiek. Twee jaar geleden werd het beleid al enigszins versoepeld. Koppels kregen toen de toelating om twee kinderen te hebben als een van de ouders zelf enig kind was.
Experts zeggen dat de beslissing te laat komt om de vergrijzing te keren.
