Rusland aan zet in Syrië - Jan Balliauw
Jan Balliauw is diplomatiek redacteur bij VRT-Nieuws.
Rusland vangt relatief weinig Syrische vluchtelingen op. De tocht over land is niet zo evident, vooral vanwege het hooggebergte in de Kaukakus en de instabiliteit in die regio. Syriërs krijgen in Rusland ook nauwelijks toegang tot het statuut van vluchteling en van financiële overheidssteun is geen sprake. De meeste Syriërs hebben ook geen echte band met Rusland, ondanks het bondgenootschap tussen de twee landen. Voor de Tsjerkessische minderheid in Syrië ligt dat anders. Zij hadden een eigen staat aan de uitlopers van Kaukasus langs de Zwarte Zee tot midden 19de eeuw toen Rusland het gebied veroverde en het merendeel van de bevolking gedwongen moest vertrekken. Velen gingen naar Turkije maar ook naar Syrië waar er meer dan 100.000 leefden toen de oorlog uitbrak. Een paar duizend zijn nu teruggekomen naar wat ze nog altijd hun moederland noemen.
Steun voor Russische aanpak
Ook Samara zegt dat ze altijd heimwee heeft gehad naar het historisch grondgebied van haar volk. Ze was in Damascus een lerares Tsjekessisch, of Adigeisch, zoals ze zelf hun taal omschrijven. Ook zij krijgt geen steun van de Russische overheid, maar ze zegt dat ze goed wordt opgevangen door de Tsjerkessische gemeenschap die onder meer gezorgd heeft voor een huis. Voor een groot aantal Syrische Tsjerkessen die naar Rusland komen, is dat duidelijk niet voldoende want velen zijn verder getrokken. Haar buurman, ook een Syrische vluchteling, heeft enkele weken geleden geprobeerd via de alsmaar populairder wordende noordelijke route Noorwegen te bereiken, maar is uiteindelijk teruggekeerd. Zelf zegt hij dat het zijn eigen keuze was om terug te komen, maar het lijkt er eerder op dat hij door de Noren is teruggestuurd omdat hij in Rusland een tijdelijke verblijfsvergunning had. Samara ziet voor haar wel een toekomst weggelegd in Rusland. Ze wil er een nieuw leven uitbouwen. Ze steunt onomwonden de Russische militaire actie in Syrië: ‘Ze hadden misschien eerder moeten tussenkomen, het maakt echt een verschil. Het Syrische leger kan die strijd niet alleen aan.’
Bijna iedereen die je in Rusland deze dagen aanspreekt, of het nu in het zuiden van het land is of in Sint-Petersburg, spreekt z’n steun uit voor de militaire tussenkomst. Volgens het onafhankelijke Levada-instituut krijgen de Russische luchtbombardementen de goedkeuring van 72% van de Russische bevolking. Kritiek hoor je alleen in de kringen van westers georiënteerde intellectuelen, maar hun invloed in het Rusland van Poetin is op dit moment niet al te groot. De Russen zijn fier dat Poetin de waardigheid van hun land heeft hersteld, dat er weer naar Moskou wordt geluisterd. Met bewondering hebben ze gezien hoe nieuwe Russische kruisraketten, afgevuurd door schepen in de Kaspische Zee, onzichtbaar voor de radar doelen in Syrië konden treffen, 1.500 kilometer ver.
De populariteit van de Russische president bereikte volgens een opiniepeiling van VtsIOM (een instituut dat in handen is van de staat en dus minder betrouwbaar is dan het onafhankelijke Levada-instituut) een recordhoogte met 89,9%, dat is zelfs nog hoger dan de cijfers die hetzelfde instituut optekende na de annexatie van de Krim in maart 2014. De economische crisis in het land, een voorspelde achteruitgang dit jaar van 4 procent en een sterke daling van de koopkracht door de ingestorte roebel, nemen de Russen er zonder al te veel morren bij.
Assad
Moskou werd vorige week zelfs even het centrum van de diplomatieke inspanningen om een oplossing te zoeken voor de oorlog in Syrië. De Syrische president Assad kwam naar de Russische hoofdstad voor een geheimgehouden bezoek aan Poetin. Het was zijn eerste buitenlandse trip sinds 2011. Het bezoek werd pas bekend gemaakt toen Assad weer veilig in zijn bunker in Damascus zat. Poetin belde de dag daarna met de Turkse president en de koning van Saudi-Arabië. Voor wie nog twijfelde, is het na deze week duidelijk geworden dat een oplossing voor Syrië via Moskou zal moeten lopen.
Poetin zelf onthulde twee dagen na zijn ontmoeting met Assad enkele zaken die ze besproken hadden toen hij naar het skioord Krasnaja Poljana kwam om de Valdai-club toe te spreken, de jaarlijkse bijeenkomst van academici, zakenmensen en enkele journalisten van grote nieuwsorganisaties. Volgens Poetin had hij Assad gevraagd wat die ervan zou vinden als Rusland gewapende groepen in Syrië zou steunen als zij zich ertoe verbinden terreurgroep Islamitische Staat te bestrijden. Assad stond daar positief tegenover, aldus Poetin. Hij zei ook nog dat de Syrische kwestie een ideaal moment is om de samenwerking tussen Rusland en het Westen weer op te pikken na de gemiste kansen na het einde van de Koude Oorlog en de aanslagen van 11 september 2001. Poetin wou blijkbaar zijn bereidheid tot dialoog met het Westen in de verf zetten, ook al kon hij het niet laten de VS te beschuldigen van dubbelspel: enerzijds zeggen de Amerikanen terreur te bestrijden, anderzijds gebruiken ze dergelijke groeperingen als stormram tegen niet gewenste regimes.
Geloofwaardigheid
Het probleem voor het Westen blijft dat Rusland niet altijd doet wat het zegt. Officieel valt het alleen Islamitische Staat aan, maar een studie van het persagentschap Reuters maakte duidelijk dat 80 procent van de doelen in Syrië niets te maken hebben met de terreurgroep. Vorige week kwam zelfs een commandant van het door het Westen gesteunde Vrije Syrische leger om het leven tijdens Russische bombardementen. En het Westen is ook niet vergeten dat Poetin eerst in alle toonaarden ontkende dat Russische militairen in de Krim in actie waren gekomen, om het een maand later doodleuk toe te geven. Moskou is misschien onmisbaar voor een politieke oplossing in Syrië, maar kampt met een gebrek aan geloofwaardigheid.
Voorlopig komt het Westen evenwel niet verder dan vooral daar op te wijzen. Amerikaanse en in iets mindere mate Europese leiders keuren bijna instinctief alles af wat de Russen doen in Syrië, zonder zelf met realistische ideeën te komen over wat er dan wel zou moeten gebeuren. De Amerikaanse oud NAVO-ambassadeur Nicholas Burns was in een interview met de BBC ongemeen scherp voor Obama: ‘Hij moet dringend eens duidelijk maken wat hij nu eigenlijk wil in Syrië.’
Westers alternatief?
Het Westen moet ook beseffen dat het Rusland moeilijk kan verwijten dat het Assad te hulp is gekomen. Er is een uitnodiging van de nog altijd enige legitieme regering van het land voor die hulp, en dus heeft Moskou een ijzersterke internationaalrechtelijke basis voor zijn tussenkomst, iets wat Amerikanen, Britten en Fransen niet kunnen voorleggen voor hun bombardementen in Syrië. Poetin zegt dat Rusland de terroristen wil uitroeien in Syrië zodat ze niet naar Rusland kunnen komen. Hij spreekt geregeld over een preventief optreden. Dat begrip, ‘preemptive strike’, is door de Amerikanen meermaals gebruikt om de invasie in Irak goed te praten, die overigens desastreuse gevolgen heeft gehad.
Intussen groeit het besef dat een instorting van het regime Assad op dit moment een regelrechte catastrofe zou kunnen worden, want dan zou Islamitische Staat de staatsorganen in handen kunnen krijgen. Het Westen heeft dat in het verleden evenwel nooit met zoveel woorden durven zeggen omdat het geen steun wou uitspreken voor Assad die met zijn nietsontziende bombardementen miljoenen mensen op de vlucht heeft gejaagd. Maar daarom heeft het Westen ook de ogen gesloten voor de grote gevaren verbonden aan een verdrijving van Assad uit Damascus, en dat ondanks de lessen van Irak en Lybië: als je geen plan hebt voor wat er moet gebeuren nadat de tiran is verdwenen, ruil je een tirannie in tegen chaos. Niet alleen Rusland kampt daarom met een probleem van geloofwaardigheid, ook het Westen zou beter niet te hard van stapel lopen in het Midden-Oosten en zou beter eens nadenken over een realistische aanpak, waarbij vroeger ingenomen posities geen heilige huisjes meer zijn.
Het verschil tussen wat Rusland en het Westen willen in Syrië is niet zo groot als vaak wordt gedacht. Beiden zeggen een eengemaakt Syrië te willen, de eliminatie van terreurgroepen zoals IS en de Syriërs de kans geven zelf een nieuwe leiding te kiezen. Na een gesprek in Wenen vrijdag tussen Kerry en Lavrov, de Amerikaanse en Russische ministers van buitenlandse zaken, werden die punten van overeenstemming in de verf gezet. Lavrov sloot zelfs niet uit dat Rusland het Vrije Syrische leger vanuit de lucht zou ondersteunen in zijn strijd tegen IS. Maar de toekomst van Assad blijft nog altijd het grote meningsverschil.
Toch is er misschien voor het eerst in vele jaren oorlog weer wat hoop voor Syrië nu alle belangrijke landen weer volop met het dossier bezig zijn. En zoals Samara me zei: ‘We hebben hoop nodig. Alles wat ons hoop geeft, neem ik met plezier aan.’
