Partij van Erdogan verliest meerderheid in parlement
Met 98 procent van de stemmen geteld, blijft de AKP afgetekend de grootste met 41 procent van de stemmen. Dat is echter ruim 8 procent minder dan in 2011, toen de AKP net geen 50 procent haalde. Daarmee haalt de partij van president Erdogan 259 zetels, zelfs niet genoeg voor de absolute meerderheid. Daarvoor zijn 276 van de 550 zetels nodig.
De belangrijkste oppositiepartij, de centrumlinkse CHP, haalt 25 procent van de stemmen, ongeveer hetzelfde resultaat als in 2011 en goed voor 131 zetels, de extreemrechtse MHP blijft de derde partij met zo'n 16,5 procent, een winst van 4 procent en goed voor 82 zetels.
De grootste klap voor de AKP zit echter in het feit dat de linkse Koerdische partij HDP de kiesdrempel van 10 procent haalt. De HDP krijgt 12,5 procent van de stemmen, en kaapt daarmee 78 zetels in het zuidoosten van Turkije weg, zetels die anders voor het grootste deel naar de AKP zouden gegaan zijn.
Het is de eerste keer dat een Koerdische of pro-Koerdische partij verkozen raakt in het Turkse parlement. Eerder zaten er wel al Koerdische nationalisten in het parlement, maar die voerden campagne als onafhankelijken. Op die manier konden ze de kiesdrempel van tien procent voor partijen omzeilen. In het huidige parlement zaten er 36 "onafhankelijke" Koerdische nationalisten.
In de stad Diyarbakir in het Koerdische zuidoosten van Turkije vieren duizenden mensen dan ook de intrede van de pro-Koerdische partij HDP in het Turkse parlement. Duizenden mensen zijn samengekomen in het centrum, rijden rond in toeterende auto's, en dansen en schieten vuurwerk af.
Nederlaag voor Erdogan
De uitslag van vandaag is een nederlaag voor president Erdogan, die met de door hem gestichte AK-partij al meer dan twaalf jaar alleen aan de macht is in Turkije. Voor Erdogan was de inzet van de parlementsverkiezingen van vandaag veel groter dan anders. Als zijn partij vandaag een tweederdemeerderheid zou gehaald hebben, dan had Erdogan zichzelf meer macht willen geven en de parlementaire democratie in Turkije willen veranderen naar een presidentieel systeem zoals in de Verenigde Staten.
Het ziet er dus echter naar uit dat de AKP zelfs geen gewone meerderheid meer haalt, en dus al helemaal niet de 330 zetels (een drievijfdemeerderheid) die nodig zijn om de grondwet via een referendum aan te passen, of de tweederdemeerderheid van 367 zetels die nodig is om de grondwet aan te passen zonder referendum.
Ongrondwettelijk
De Turkse oppositieleiders waren niet opgezet met de plannen van Erdogan, die volgens hen tot een "grondwettelijke dictatuur" zouden geleid hebben, en ze hebben herhaaldelijk gezegd dat Erdogan nu al de grondwet niet respecteert.
De Turkse president moet volgens de grondwet immers boven de partijen staan en zich neutraal opstellen, maar Erdogan heeft actief campagne gevoerd voor "zijn" hervorming.
Hij heeft verschillende keren samen met premier Ahmet Davutoglu verkiezingsmeetings bijgewoond, en beide mannen hebben de verkiezingen voorgesteld als een keuze tussen "stabiliteit of crisis", tussen het "nieuwe Turkije" of een terugkeer naar het verleden met slechts kort regerende coalitieregeringen, economische instabiliteit en militaire staatsgrepen. "Als de Turken voor het "nieuwe Turkije" kiezen, zal de stabiliteit van de laatste twaalf jaar blijven duren, zo niet, dan volgt het crisisscenario van zij die Turkije willen terugvoeren naar de chaos en de crisisatmosfeer van de jaren 90", zei premier Davutoglu op een meeting in Antalya.
En op een verkiezingsmeeting in Ardahan zei Erdogan vandaag nog: "Ze zeggen dat als Erdogan krijgt wat hij wil zondag, dat hij niet te stuiten zal zijn, maar in feite bedoelen ze dat Turkije niet te stuiten zal zijn."