"Zen and the art of motorcycle maintenance in Tadzjikistan"
Tadzjikistan is niet meteen een land waarvan de doorsnee-Belg zegt: oh waw, daar droom ik al mijn hele leven van. Onterecht misschien, een vakantie bij de Tadzjieken zou bij velen ogen openen. Over schoonheid van de natuur, rauwheid en medemenselijkheid.
Maar helaas, het ligt ver van ons, en zo weinig weten we ervan. Misschien herinneren we ons nog net dat het een vroegere deelrepubliek van de Sovjet-Unie was, misschien ook dat er in de jaren negentig een verschrikkelijke burgeroorlog heeft gewoed die aan duizenden mensen het leven kostte, en in het beste geval dat de bergen er geweldig zijn.
Maar verder? Ik wist er ook niks van, voor ik hier met onze heldhaftige jeep arriveerde. Tadzjikistan is het enige land van Centraal-Azië waar ik nog nooit een voet had binnengezet.
Meteen na aankomst werd ik bij het aanschouwen van de overmaatse eetzaal in het sanatorium weer helemaal nostalgisch naar de ellende van de Sovjettijden. Sanatorij in het Russisch, dat is dus eigenlijk een vakantieoord. Een Club Med, maar zonder franje. Toen Moskou nog de hoofdstad van het communistische Sovjetparadijs was stroomden ‘s zomers arbeiders en boeren van over het hele land toe in sanatoria aan hemelse kusten en weldadige gebergten om daar na een jaar van hard labeur te genieten van ontspanning, zon en geluk. Begrijp me niet verkeerd, ik bedoel dit allerminst sarcastisch, een dergelijke vakantie bezorgde veel Sovjetburgers inderdaad onvergetelijke momenten. Maar in onze blasé westerse ogen ging het om shabby oorden waar weinig vreugde te beleven viel, en waar propaganda prevaleerde boven het echte genot van Toscane of de Côte d’Azur.
Vergane glorie met eerbiedwaardige patine
Sanatorium Bahoriston is een plek waar ongetwijfeld wat op aan te merken valt. Maar wie veel in Oost-Europa of de voormalige Sovjet-Unie heeft vertoefd, voelt hier iets aangenaams. Onverklaarbaar. Misschien gewoon omdat als je de moeite doet om met de mensen rondom in contact te komen, dat veel fijner en diepgaander is dan wanneer je in een westerse luxeplek met toeristische soortgenoten te maken krijgt. Honderduit praten met iemand die je voor het eerst ontmoet, het heeft iets magisch.
En de vergane glorie geeft dit complex een soort van eerbiedwaardige patine. Zelfs al zijn de ijzingwekkend witte spaarlampen in de zielloze stolovaja of eetzaal een spelbreker van formaat. Maar de menselijke warmte die wij al sinds de tijd van de Eburonen kwijt zijn, die schept een band. En daar word ik dus redelijk gelukkig van.
Neem nu bijvoorbeeld ook de ongelukkige exploten met de wagen die ons van Peking tot Brussel dienst moet doen. Uitgerekend in dit prachtige land, na meer dan 7000 kilometer uitstekende dienst, gaf de motor van de jeep de geest. De thermostaat wou niet meer mee.
Laten we nu zo’n vijftig kilometer buiten de hoofdstad Dushanbe zijn, in de sneeuw, door god verlaten. De gsm doet het nog. Helaas, geen Touring of VAB, niets van dat alles eigenlijk, en bovendien is het zondag.
En toch komt een vriend van onze tolk de hele weg omhoog en herstelt hij de zieltogende motor. Een verweerde dichting wordt vervangen door een zelf uitgesneden stuk linoleum. Past perfect. Een hartelijke handdruk, en wij opnieuw de bergen in.
Auto herstellen "op zijn Tadzjieks"
Enkele uren later staan we opnieuw stil. Het is al donker, en we beginnen aan een klim tot tegen de 3000 meter. Nog 200 kilometer te gaan tot ons gereserveerd hotel. De oliemeter doet een beetje vreemd. Aan de kant, en nog voor de motorkap open is ontwaren we onder de wagen een stevige straal vettige vloeistof.
De olie stroomt eruit. We zijn net tien kilometer voorbij het laatste dorp. Terug dus, traag en zoveel mogelijk zonder de motor te laten draaien. Bij het enige benzinestation hebben we meteen veel bekijks.
“Carter, carter!” klinkt het verdict meteen in een universele taal. Maar alles is dicht nu. Is er een slaapplaats, vragen we. Nog voor iemand iets over een herberg kan zeggen, maakt de uitbater van het benzinestation duidelijk dat we bij hem zullen overnachten.
Hij lacht zijn gouden tanden bloot. Als we in zijn familiewoning aankomen staat de tafel al vol, we moeten eten. En praten, over onze reis, over zijn land, over de toestand in de wereld, en of Europa nu met Rusland oorlog wil gaan voeren.
Bij het ontwaken alweer een copieuze maaltijd met eieren en fruit en noten uit eigen tuin. Zouden drie Tadzjieken met motorpech eenzelfde lot beschoren zijn in een of ander mooi Vlaams dorp? De volgende ochtend worden we naar een bevriende garagist gebracht, die het euvel herstelt "op zijn Tadzjieks". De lekkende oliesensor – want dat blijkt de boosdoener, niet de carter – wordt eruit gehaald en vervangen door een bout, zorgvuldig geselecteerd uit een hele zak vol ijzeren kleingoed.
We kunnen hiermee voort tot in de grote stad. De garagist zet thee voor ons, want het is koud. En wat de rekening betreft, we mogen geven wat we willen. Hij protesteert bij het zien van de biljetten. Het is teveel, vindt hij van het in onze ogen belachelijk bedrag.
We krijgen er nog een bus motorolie bij. De jeep rijdt probleemloos voort tot in de stad, waar ons eenzelfde behulpzaamheid wacht bij een grotere garage. De mecanicien gaat zelf op zoek naar vervanging van de kapotte stukken in onderdelenwinkels en op autokerkhoven. Een thermostaat uit een Mercedes, een sensor uit een Volkswagen, het past na wat geschaaf en het werkt nog ook.
Apotheker blijkt redding voor autoprobleem
Als we de volgende ochtend aan de volgende etappe bezig zijn en dachten alle pech in één keer te hebben gehad, slaat het noodlot opnieuw toe.
Precies op het moment dat we een vreugdefoto willen nemen bij het bereiken van de helft van de geplande 15.000 kilometer, begint het onder de motorkap te stomen en te sissen, groen vocht spat neer op de modderige weg.
Met ongeloof kijken we naar de barst in de radiator. Dit kan niet waar zijn. Het is waar, en vermits we zonder water zitten moeten we naar een riviertje om de radiator tijdelijk weer bij te vullen. Een stuk plakband helpt ons tot bij de volgende garage.
De uitbater is er niet, een wachtende vrachtwagenchauffeur biedt aan om de klus te klaren. Hij rijdt naar een winkel voor tweecomponentenlijm, en wil dan nog naar het ziekenhuis. Wenkbrauwengefrons. Daar zijn de apothekers, zo luidt de uitleg, daar hebben ze gaas.
En een half uurtje later is de barst gedicht, gaas en lijm vormen samen een ware laag beton. We hebben weer veel geleerd. Over (Zen and) the Art of Motor (-cycle) Maintenance. Maar vooral over hoe wildvreemde mensen toch heel menselijk en warm met elkaar om kunnen gaan.