Naar hoofdinhoud

Exit uit China

Afscheid van China. Na tweeënhalf jaar. De grens over, exitstempel in het paspoort, Kirgiziëwaarts, mijn correspondentschap is nu officieel voorbij. Ik heb het land op een ietwat onconventionele manier verlaten, na een tocht van bijna 6.000 kilometer vanuit Peking, over doorgaans uitstekende wegen.
Stefan Blommaert
Gepubliceerd:

Een stuk of vijf provincies hebben we doorkruist, het langst reden we in de laatste en meest westelijke regio, Xinjiang. Bijna twee jaar geleden werd ik er nog een paar uur vastgehouden op een politiekantoor, gewoon omdat ik mijn job deed: mensen interviewen. Maar in een woelig gebied met geregelde aanslagen en etnische spanningen tussen Chinezen en plaatselijke Oejgoeren (zie mijn vorige blog) is dat bijna een misdrijf.

Ik vreesde het ergste voor deze trip, want op weg naar de grens zouden we de stad Kashgar passeren, waar overwegend Oejgoeren wonen en waar de autoriteiten extra zenuwachtig zijn.

Al bij al viel het nog mee, daar in Kashgar. Weliswaar werden we heel de dag lang vergezeld door twee ‘begeleiders’ – eentje van de waiban, een soort vreemdelingenpolitie in burger, eentje van het propagandadepartement van de communistische partij – maar binnen bepaalde grenzen konden we nog redelijk ons werk doen.

Zelfs rond het heikele probleem van de afbraak van de oude binnenstad kregen we onverwacht veel ruimte om opnames te maken. Bij het afscheid van de twee overheidsmannetjes was er zelfs enige hartelijkheid te bespeuren. Ik had hen nog puur persoonlijk de vraag willen stellen waarom ze toch zo bang zijn van journalisten die alléén de straat optrekken, maar heb het uiteindelijk maar gelaten, ten behoeve van de sfeer.

Postvatten in de lobbyzetels en niet bewegen

Van Kashgar tot aan het stadje Ulugqat waar de douaneformaliteiten moeten worden vervuld is het zowat anderhalf uur rijden. Zondag, helaas zijn de kantoren in het weekend gesloten, we moeten hier dus overnachten om er ’s ochtends als de eersten bij te zijn.

Onze waiban-vriend had een hotel aangeraden tegen een prijs waar de financiële verantwoordelijken in Brussel tevreden mee zullen zijn, en na enig zoekwerk vinden we het Internationaal Business Centrum, want zo heet de plek. Grote ogen bij het meisje achter de balie als ze mij ziet binnenkomen. Onze medewerkster Xiaoshi is in Kashgar achtergebleven om vandaar een vlucht terug naar Peking te nemen, dus ik moet het zelf zien te rooien met mijn gebrekkig Chinees.

Conclusie van het gesprek: buitenlanders kunnen niet logeren in dit hotel, dat nochtans het epitheton "internationaal" in zijn naam draagt. Ik had tijdens mijn tijd in China wel vaker te maken met "vreemdelingenvrije" hotels en heb daar nooit de zin van begrepen (wat mag daar dan wel gebeuren?), maar in elk oord – hoe afgelegen ook – is er wel een slaapplek voor reizigers zonder Chinese ID. Hier niet, voor zover we kunnen uitvissen.

We besluiten post te vatten in de lobbyzetels en niet te bewegen. Ofwel zwichten ze en krijgen we toch een kamer, ofwel komt de politie en dan moet die maar een oplossing vinden, ofwel brengen we de nacht hier door. Een absurde situatie, want het hotel is duidelijk zo goed als leeg, er komt amper om het half uur iemand binnen en het meisje achter de balie verveelt zich te pletter – gelukkig is er tegenwoordig een aan de vingers vastgekleefde smartphone om de leegte op te vullen.

Na viereneenhalf uur komt een flink in het vlees zittende man de lobby binnengestormd, gevolgd door twee kerels in burger die uit een politiewagen zijn gestapt. De plaatselijke waiban die naar eten ruikt (familiefeest dus) spreekt me toe in het Chinees, al is hij duidelijk een Oejgoer. Hij gaat proberen het hotelmanagement te overtuigen, zegt hij. Of veeleer iemand van de partij, denk ik, want een hotelbaas gaat niet over zulke delicate kwesties als het illegitiem logeren van een buitenlander.

Ik zie zijn gezicht na ettelijke telefoontjes opklaren, en als we uiteindelijk ons paspoort tevoorschijn moeten halen, weet ik dat we de nacht in een bed en niet in een lobbyfauteuil zullen doorbrengen.

Het onmogelijke is geschied, ongetwijfeld een primeur voor dit hotel. We moeten beloven de stad niet in te trekken, geen interviews te doen of beelden te maken, en de rekening te betalen. Dat eerste wordt letterlijk genomen, het hotel doet de komende nacht dienst als luxe gevangenis, het avondmaal wordt ons in een kamertje apart geserveerd, en we zijn er zeker van dat elke stap die we zetten nauwkeurig wordt geregistreerd door de alomtegenwoordige camera’s.

Hotel als luxe gevangenis

Intussen heb ik onze ruim 100 kilometer verder achtergebleven Xiaoshi – ook via smartphone – ingeschakeld om alle mogelijke nuttige contacten te mobiliseren. De waiban van Kashgar, de provinciale waiban en uiteindelijk ook de waiban van de plek waar wij ons nu bevinden.

Zucht, zondag. Die van Kashgar zegt dat we ons buiten zijn jurisdictie bevinden, zijn provinciale collega is bezorgd om ons lot en belooft iets te zullen doen maar voorlopig blijft een oplossing uit, de plaatselijke waiban bevindt zich ergens op het platteland, wellicht op een familiefeest.

De klok tikt meedogenloos verder, wij doden de tijd met montage, fotobewerking en schrijverij. Onze leeggelopen laptops worden gevoed met vriendelijk door het hotel aangeboden wisselstroom.

Plots begint de telefoon aan de balie te rinkelen, en dan opnieuw, en nog. De verveelde blik van het meisje verandert in een uitdrukking van wanhoop over zoveel verstoorde zondagsrust. Een hoopvol teken? Ik verneem van onze gedigitaliseerde Xiaoshi dat er wat beweegt, maar we moeten nog even wachten.

Ontelbare prachtige Chinezen tegengekomen

En daarmee neem ik dus afscheid van China. Dat wil zeggen: na nog eens 26 uur paperassengewijs wachten voor we de grens over waren, waarvan 25 uur aan Chinese kant. Eindeloos grensgeduld zullen we wel vaker moeten opbrengen tijdens deze reis.

Oorspronkelijk had ik deze laatste blog willen wijden aan wat ik zou missen en niet zou missen. Een balans als het ware. Evenwichtig en genuanceerd, want ik hou niet van overdreven Chinabashen. Maar mijn laatste uren als correspondent in dit land waren alweer "interessant", zoals zovele daarvoor, en dus hou ik het maar bij dit verhaal.

De ontelbare prachtige Chinezen die ik ben tegengekomen mogen weten dat ik hen in mijn gedachten zal meedragen. De even ontelbare momenten van frustratie en de minder aangename ontmoetingen van de voorbije tweeënhalf jaar doen eigenlijk niet meer ter zake. Byebye China, we’ll meet again.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Maak van VRT NWS jouw voorkeursbron op Google

Google heeft een nieuwe functie gelanceerd waarmee je zelf kunt kiezen welke bronnen je eerst ziet wanneer je zoekt. Zo mis je nooit meer het laatste nieuws van VRT NWS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"