Wanneer komt de seksrobot? - Koen Wauters
Een “Wist-je-dat-je”: de term “robot” wordt voor het eerst gebruikt in een Tsjechisch toneelstuk uit 1920. Het is afgeleid van het woord “robota”, dat “werk” of “verplichte arbeid” betekent. Voor de taalliefhebbers: kijk naar de medeklinkers en u merkt dat “RoBoTa” en ons woord “aRBeiD” terug gaan op hetzelfde indo-europese stamwoord. Robots doen arbeid. Positief geformuleerd: ze werken voor ons, en doen taken die we zelf niet graag doen. Negatiever: ze ontnemen ons werk, en dus werkgelegenheid.
Jobs verdwijnen
De meeste robots worden nu ingezet in de industrie. Daarvoor zijn ze het meeste geschikt: voor hetzelfde zware monotone werk. Audi in Vorst maakt bijvoorbeeld alle A1-modellen wereldwijd, al meer dan vijfhonderdduizend tot nu toe, en het meeste werk wordt gedaan door de bijna vijfhonderd robots. De tweeduizend vierhonderd arbeiders houden vooral toezicht of doen herstellingen aan de machines. Alleen in de laatste fase van de productie, bij de afwerking doen arbeiders nog relatief veel handenarbeid. Maar in het algemeen: er werken in Vorst nu een stuk minder mensen dan dertig jaar geleden. Minder mensen die meer auto’s maken.
Na de zware industrie zullen er ook meer robots komen in kleinere bedrijven en kmo’s. Het Amerikaanse bedrijf “Baxter” biedt nu een robot aan voor kleine bedrijven voor 25.000 dollar, een stuk minder dan het bruto-jaarloon van een arbeider. Die robot is klein, kan samen met mensen eenvoudige taken verrichten én is heel eenvoudig te programmeren voor verschillende taken. Het bedrijf spreekt zelf van trainen: een arbeider doet de handeling voor, de robot herhaalt. Eén arbeider kan zo een aantal robots aansturen. Maar opnieuw zullen jobs verdwijnen.
Eenvoudig repetitief werk
Hoeveel banen de komende dertig jaar verloren gaan door de komst van robots, kan niemand voorspellen. Afhankelijk van de studies tussen enkele honderdduizenden en anderhalf miljoen in België. Vooral mensen die eenvoudig repetitief werk doen moeten schrik hebben. De baan van een kassierster is meer bedreigd dan die van een leerkracht.
Toch een paar bedenkingen over het jobverlies door de robotica:
De individuele arbeider die zijn job behoudt, gaat er wel op vooruit. Robots nemen zwaar werk over. Opnieuw het voorbeeld van Audi Vorst: de arbeiders moesten dertig jaar geleden altijd opnieuw, aan de lopende band, dezelfde vier plaatsen op het koetswerk vastlassen. Het werk nu, toezicht en onderhoud, is gevarieerder en lichter.
Er komen andere banen in de plaats. Jobs waar wel meer opleiding voor nodig is. Richtingen zoals automatisatie en robotica aan hogescholen zitten ook in de lift. Logisch: de gemiddelde wachttijd voor een baan is een weekend: vrijdag afstuderen, maandag beginnen te werken.
De banen voor laaggeschoolden zijn de voorbije jaren niet alleen weggeconcurreerd door robots, maar veel meer door lage-loon-landen zoals China. En misschien kunnen goedkope en eenvoudige robots in de toekomst de concurrentie aangaan met die lage-loon-landen, en dan is het niet meer voordelig om te “delokaliseren” . Dan kan dat werk weer bij ons gedaan worden.
Geen revolutie in de robotica
Uiteraard gaan robots niet alleen werk ontnemen, ze gaan ook voor ons werken en ons helpen. We leven in een samenleving die vergrijst. Met een bevolking die steeds meer verzorging en geneeskunde nodig heeft. De technische universiteit Eindhoven heeft een zorgrobot “Amigo” die drankjes en de krant kan halen, en op termijn misschien zal helpen bij de was en de plas. Voor de chirurgie worden er robots ontwikkeld die de bewegingen van een mensenhand perfect nabootsen, maar kleiner. Zo kunnen robots veel fijner opereren dan een chirurg. Zelfs voor wetenschappelijk onderzoek zijn er robots. KU Leuven heeft nu al een robot ontwikkeld die geneesmiddelen zoekt door systematisch in het lab moleculen te testen. De robot analyseert en interpreteert de testresultaten zelfstandig, en zoekt op die basis gericht verder.
Toch komt er geen revolutie in de robotica. Het zal altijd een evolutie zijn, niet te vergelijken met de informatica- en internetrevolutie van de voorbije twintig jaar. Die snelle omschakeling zal er niet zijn, omdat er bij robotica nog altijd een stuk mechanica aan te pas komt. We willen degelijke en veilige robots, tegen een betaalbare prijs. Maar de mechanica daarvoor zal nooit zo snel evolueren als de software de voorbije twintig jaar.
De functionele robots van de toekomst gaan er ook nooit uitzien als mensen: met armen, een hoofd en benen. Vooral de benen zijn het grootste probleem. Stappen zoals mensen is een uiterst ingewikkeld en subtiel samenspel tussen tientallen spieren, onze evenwichtsorganen en de hersenen. Heel moeilijk om met software en machines na te bootsen, en dus ook niet efficiënt. Er bestaan nu al robots op gesofisticeerde wieltjes die alle kanten uit kunnen, die sneller, beweeglijker en vooral stukken stabieler zijn dan de mens. Schrap de benen dus in het toekomstvisioen. Ze zijn alleen nodig voor robots die per se trappen moeten doen.
Uit psychologisch onderzoek blijkt bovendien dat wij, Europeanen, onze robots liefst niet té menselijk willen. Een robot mag aaibaar zijn, maar als hij teveel op ons lijkt, stuit dat op weerstand. Maar Japanners hebben die weerstand niet. Ze maken hun robots nét het liefst zo menselijk mogelijk, met als meest klassieke voorbeeld de Honda Asimo. En komt er dan ook een seksrobot? Zoals altijd, zal de vraag het aanbod bepalen. Wie genoegen neemt met monotoon en repetitief werk, zal op zijn wenken bediend worden.
(Koen Wauters is VRT journalist en gespecialiseerd in wetenschap en gezondheid.)
