Op 2 augustus verneemt de Belgische regering dat Duitse troepen Luxemburg zijn binnengevallen. Nog diezelfde avond – stipt om 19 uur – meldt de Duitse gezant in Brussel, Karl Konrad von Below-Saleske, zich onverwacht aan bij Julien Davignon, de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, en overhandigt hem het ultimatum, waarin Duitsland "om zich te verdedigen tegen Frankrijk" een vrije doortocht voor zijn legers eist en België 12 uur de tijd geeft om deze eis in te willigen.
België weigert Duits ultimatum! Maar niet zonder discussie!
Zeker koning Albert had dit zien aankomen, want zijn verre neef, de Duitse keizer Willem II had hem meerdere keren in de jaren voordien laten weten dat bij een oorlog Duitsland geen andere keus zou hebben dan Frankrijk aan te vallen via België. Zelfs al had Duitsland mee in 1839 in een verdrag de neutraliteit van België verzekerd.
In allerijl momt de ministerraad samen, onderd voorzitter van de koning. Zoals toen gebruikelijk werden van de ministerraad geen notulen genomen. Pas in 1981 doken van deze vergadering een aantal potloodnotities op van Joris Helleputte, de toenmalige minister van Openbare Werken en Landbouw.
Nadat minister Davignon het Duitse ultimatum had voorgelezen, maakte koning Albert meteen duidelijk dat dit ultimatum totaal onaanvaardbaar is. “Ons antwoord moet “neen” zijn, welke gevolgen dit ook mag hebben”, zegt hij. Nochtans ziet de situatie er niet erg rooskleurig uit: het Belgische leger is onvoldoende voorbereid, terwijl de generaals het niet eens raken over de te volgen strategie.
Een verhitte Kroonraad
Na de kabinetsraad volgt een Kroonraad, een vergadering waaraan naast de ministers ook de ministers van Staat deelnemen. Om te beletten dat alleen katolieken aan de Kroonraad deelnemen (de katholieke partij is op dat moment al dertig jaar alleen aan de macht), heeft de koning in allerijl twee prominente liberalen tot minister van Staat benoemd.
Volgens de geschiedenisboekjes verhief de Kroonraad unaniem hun stem in “één grote golf van vaderlandslievende verontwaardiging”. De potloodnotities van minister Helleputte vertellen een genuanceerder verhaal.
Het oude katholieke kopstuk Charles Woeste stelt voor dat België zich zal beperken tot "symbolisch verzet". België is gewoon niet sterk genoeg. “We kunnen enkel vechten voor de eer van de vlag”, stelt Woeste. De enige die Woeste bijtreedt, is zijn 79-jarige schoonbroer baron Jules Greindl. Als voormalig gezant in Berlijn kan hij zich niet voorstellen dat Duitsland een invasie plant. “De keizer is een zeer eerlijk man”, zegt hij bijna vertwijfeld.
Het voorstel van Woeste stuit op hevige reactie van de kersverse liberale minister van Staat Paul Hymans. Als België aan het Duitse ultimatum toegeeft, zal de uitkomst voor het land sowieso catastrofaal zijn: wanneer Frankrijk wint, staan België zware represailles te wachten, bij een Duitse overwinning zal België worden gedegradeerd tot een Duitse vazalstaat.
Hij krijgt fel bijval van de katholieke minister van Staat Louis de Sadeleer, die buiten zichzelf van woede met de vuist op tafel slaat. “Het is een ware schande!”, roept hij. “En dat zal ik de keizer ook vertellen! Ik ken hem, en ik ga hem vertellen wat ik van hem denk!”
Steeds meer aanwezigen achten het de plicht van België het ultimatum af te wijzen en zich te verdedigen. Rond middernacht neemt de Kroonraad een duidelijk besluit: het Belgisch leger zal zich verzetten en zijn verzet zal totaal zijn. Alle aanwezigen zijn het daarover eens.
België wijst het ultimatum af
Een groepje ministers en ministers van Staat stelt in de volgende uren de tekst van het antwoord van de Belgische regering op. Die wordt in de vroege ochtend van 3 augustus door de Kroonraad unaniem goedgkeurd.
Precies om 7 uur de volgende ochtend wordt de Belgische afwijzing aan de Duitse gezant von Below overhandigd.
Nog altijd leeft de hoop dat Duitsland een internationale afkeuring zal willen vermijden en het Duitse leger uit België zal wegblijven. Albert stuurt die dag nog een telegram aan de Britse koning George V om te vragen dat zijn regering druk uitoefent op Duitsland. De Britten zijn immers de grootste verdedigers van de Belgische neutraliteit.
Het laatste sprankeltje hoop gaat echter in rook op wanneer koning Albert ’s avonds een brief ontvangt van de Duitse keizer Willem II. Het is het antwoord van Willem op een brief van Albert twee dagen eerder, waarin de Belgische koning de keizer garanties vroeg dat Duitsland de Belgische neutraliteit zou respecteren. Een brief met een zeer persoonlijke, familiaire toon, die Albert met de hulp van zijn Duitse vrouw speciaal in het Duits had geschreven.
Maar in zijn antwoord vraagt de Duitse keizer integendeel “met de meest vriendschappelijke bedoelingen” nogmaals de toestemming van België om zijn leger de vrije doortocht te verlenen. Het hangt alleen van Albert af of hun vriendschappelijke relaties zullen standhouden, zo schrijft Willem.
“Voor wie ziet hij mij aan?”, roept de Belgische monarch woedend uit. HIj schrijft meteen een reactie naar zijn Duitse collega - ditmaal in het Frans - dat "Uwe Majesteit ons op wrede wijze dwingt, in het aanschijn van heel Europa, te kiezen tussen de oorlog en het verlies van de eer".
Nog diezelfde avond neemt hij het opperbevel van het leger op zich en geeft het bevel om de Maasbruggen in de buurt van Luik op te blazen en de spoorwegtunnels in de grensstreek met Duitsland en Luxemburg te blokkeren.
Duitsland valt België binnen
Op dinsdag 4 augustus, kort na 8 uur, steken Duitse troepen nabij Aken de Belgische grens over. De invasie waar velen al dagenlang voor gevreesd hebben, is nu een feit.

