Oranje of de Rode Duivels?
U weet het, ik heb hier in Nederland al veel dingen voor het eerst gedaan. Grenzen worden continu verlegd, we treden bijna dagelijks buiten onze comfortzone. Nu kijk ik zelfs al naar het voetbal. Sterker nog, ik vind het heerlijk.
Oranje-gekken
De eerste wedstrijden moesten natuurlijk voor het werk. Hoe gek waren de oranje-gekken nu weer, hoe uitzinnig waren ze na afloop? Maar gaandeweg raakte ik in de ban. Als oranje ’s avonds speelt, voel je het in de stad. Er hangt een vreemde spanning. Mensen zijn zenuwachtig, doen snel inkopen, fietsen haastig naar huis. In de cafés om de hoek wordt de muziek vast luider gezet. En dan begeef ik mij naar telkens weer een ander bruin café.
Eerst moet ik me altijd kenbaar maken. Wie al dronken is, heeft geen benul waar VRT voor staat. Sommigen denken dat ze Frans moeten spreken. Daarna moet ik me altijd even verantwoorden waarom ik juist hun emoties wil registreren. Maar vanaf dan ben ik een van hen: huiverend bij gemiste kansen, juichend bij winst voor oranje. Dat is trouwens nog knap moeilijk: juichen en radio-opnames maken tegelijk. Op die momenten wil je eigenlijk een octopus zijn, om ook nog mooie foto’s te kunnen maken. De spanning wegspoelen kan ook al niet, want ik durf natuurlijk niet naar het toilet. Juist dan valt het mooiste doelpunt, dat zal je altijd zien.
Het mooist zijn de terloopse commentaren. Van Gaal wordt verwenst, er wordt geschreeuwd om hem te wisselen. Sneijder doet het slecht, van Persie is onzichtbaar: de knorpotten met dienst zien het zwart in. Maar daarnaast staan de optimisten: van top tot teen in het oranje uitgedost, laatst zelfs iemand met die foeilelijke hamsters als scalps aan een broekriem. Zij blijven erin geloven en trekken iedereen door de wedstrijd. En ze kregen tot hiertoe telkens gelijk, want op het eind werd oranje altijd ijzersterk.
Liever thuis
Toch zou ik dezer dagen liever thuis zijn. De oranje-gekte valt me wat tegen. In mijn buurt zijn alleen cafés versierd, geen enkel gewoon woonhuis. In Vlaanderen is de driekleur daarentegen onontkoombaar, de vlaggen hangen voor het eerst zelfs tot in mijn eigenste straat. Oranje is gewend aan de triomf, wij Belgen zijn wat dat betreft nog maagdelijk.
De Hollanders houden ons Belgen trouwens goed in het oog. Van bij het begin waren we een beetje hun reserveploeg, voor wanneer het fout zou gaan met oranje. Televisierubrieken richtten er zelfs een aparte Belgenrubriek voor in. Zeker vanaf nu zal ook ik mij moeten verantwoorden voor het spel van mijn landgenoten. Want volgende week kunnen we tegenover elkaar komen te staan, in de halve finales. Ik heb geen idee hoe ik dat ga aanpakken. In m’n hart ga ik juichen voor de Belgen, rondom mij zal gejuicht worden voor oranje. Wat zal ik aantrekken? Moet ik vast bodyguards inhuren? Zal ik niet vergeten de opname-knop in te drukken? Zal ik eigenlijk wel objectief kunnen blijven?
Nu eerst zaterdag. Om 18 uur de duivels kijken en dan alweer op café in opdracht van de baas. Met de moed in de schoenen of strijdlustig, we gaan het zien.
