De kunst van het achteruitlopen
Ik weet niet of u er ooit op lette, maar in de Nederlandse nieuwsprogramma’s is het meer regel dan uitzondering. Er komt een politicus uit een deur gewandeld, een horde journalisten bespringt hem en samen lopen ze als één groot kluwen door de ruimte. Het mag een wonder heten dat er in die wirwar van draden, microfoons en camera’s nog geen mensen gewurgd of vertrappeld zijn.
Maar Nederlandse journalisten hebben de kunst van het achteruitlopen dan ook goed onder de knie. Ik ben een beginneling. De eerste keer was ik stomverbaasd. Het gebeurde op de avond dat Rutte opnieuw werd verkozen tot premier van Nederland. We bevonden ons op het strand van Scheveningen waar een feesttent was neergepoot. Rutte had halverwege de avond een eerste voorzichtige overwinningsspeech gegeven. Daar kon ik niet bij zijn omdat we net dan live moesten gaan in het radionieuws. Na afloop haastte ik mij vol verwachting snel naar de partytent en liep zo recht in de armen van een terugkerende Rutte. Dat wil zeggen: in de enorme armen van zijn boomlange beveiligers die als een dreigend zwart vliegtuigeskadron letterlijk rond hem liepen. De gorilla’s duwden mij aan de kant, maar Rutte herkende de VRT-microfoon, glipte tussen hen in en wou mij welwillend te woord staan.
Opgelucht zette ik m’n toestel aan, maar tot m’n opperste verbazing ging hij lopen en moest ik m’n vragen lopend stellen. Nu wordt een vrouw verondersteld te kunnen multitasken, maar ik vind het knap lastig: verstandige vragen stellen, goed luisteren en ondertussen in het donker ook nog es kijken of je met je kwetsbare apparatuur niet over drempels struikelt of in waterputten valt.
Tippelzone bij de patatbalie
Toen dacht ik nog dat het een kwestie van veiligheid was. Belangrijke targets moeten blijven bewegen, dat is een basiswet. Maar het lopend interviewen is hier helaas een gewoonte. Zo gebeurt het bijna dagelijks bij de patatbalie. Dat is een soort wacht- en wandelruimte naast de vergaderzaal van de tweede kamer. Ze wordt zo genoemd naar een lange, lelijke balie die de ruimte ontsiert. Maar zelf vind ik het meer een tippelzone. Politici en woordvoerders lopen er opzichtig langs, in de hoop aangeklampt te worden door een journalist. Onlangs zag ik een vrouwelijk Kamerlid zelfs in minirok en torenhoge rode lakschoenen langstrippelen. Ze was dan wel van de Partij van de Arbeid, maar het was toch even schrikken.
Hoe werkt dat lopend interviewen dan? Een beleidsman komt tevoorschijn, het journaille klit als een immense bol rond hem en samen schuifelen ze naar een andere deur waar hij weer in verdwijnt. Ik vind het een fascinerend fenomeen. Waarom blijft zo’n politicus niet eventjes staan? Dat is toch beleefder en makkelijker voor iedereen?
Leedvermaak
Intussen zie ik een paar mogelijke verklaringen. Door weg te lopen lijkt het alsof hij haast heeft. Altijd goed: de gekozene is hard aan het werk voor de burgers in het land. Ook maakt hij zich schaars: hij en zijn boodschap lijken hierdoor belangrijker. De spreektijd wordt door het lopen ook korter waardoor de kans kleiner wordt om verkeerde dingen te zeggen, altijd meegenomen. En als belangrijkste loper kan je zelf het tempo bepalen en beslissen wanneer je bent aangekomen. Je bent dus in charge en dat is wat een politicus wil uitstralen natuurlijk.
Het liefst beschouw ik de kunst van het achteruitlopen op afstand. Wilders kan het heel goed uitlokken, maar hij is dan ook letterlijk een doelwit voor sommigen. Diederik Samsom is een goede tweede: hij loopt dan lekker wijdbeens en maakt zich ook breder, een beetje als een kikker die zich opblaast.
Maar als je een beetje leuke quote wil en je microfoon ’s avonds in beeld wil zien, moet je in het strijdgewoel duiken. Hoge hakken zijn daarbij uit den boze, dat is duidelijk. Ook moet ik nog wat werken aan m’n armspieren. Laatst moest ik echt letterlijk snel achteruitlopen voor premier Rutte. Ik wist dat er ergens achter mij een pilaar was, verderop stond een tafel met bloemen. Maar ik zette m’n verstand op nul en maakte dapper achterwaartse passen. In de ogen van de premier meende ik een twinkeling van leedvermaak te zien.