Onlangs kwam ik hier een Belg tegen die zuchtend leegliep. Hij werd door z’n bedrijf al jaren van land naar land gestuurd en nergens was hij zo slecht geïntegreerd als hier. In Italië was hij één geweest met de Italianen, in Brazilië werd hij ontvangen als een verloren zoon, maar in Nederland wilde het maar niet lukken. Als z’n kinderen klasgenootjes uitnodigden voor een verjaardag werden de kleine Nederlandertjes voor etenstijd door hun ouders weggehaald om te vermijden dat er een tegenprestatie moest worden geleverd.
Whiskey en verveling
Hij trok z’n agenda en wilde snel een afspraak maken om de sociale schade onder Belgen in te halen. Ik ben altijd beducht geweest voor expat-kringen. Wellicht heb ik te veel Britse series gezien, maar ik associeer ze met whisky, eindeloze verveling en onverkwikkelijke affaires. Maar dit keer stemde ik gretig in. Ik wou eindelijk wel eens ontvangen worden in een Haags huis. Het is me hier nog amper gelukt en dat is een groot gemis. Iedereen is in Nederland vriendelijk en uiterst behulpzaam. Je kan de hele dag overal koffie drinken met iedereen, maar iemand thuis uitnodigen gebeurt uiterst zelden.
Zuiderlingen gaan anders om met gastvrijheid en hier ben ik een zuiderling geworden. Daarenboven ben ik een groot huizenliefhebber, ik doe niets liever dan bij mensen thuis komen. Mijn ouderlijk huis zat altijd vol mensen en als kind ging ik met m’n ouders continu op huisbezoek. Zo heb ik het leven leren kennen. In mijn tijd als regionale reporter kwam ik elke dag bij mensen thuis, heerlijk was dat. Je kwam binnen bij een onbekende en bij het weggaan had je een volledig beeld van iemand. Als ik in West-Vlaanderen rondtoer, kan ik in bijna elke straat nog altijd een huis aanwijzen waar ik ben binnen geweest.
Hier in Nederland zijn de voordeuren echter van staal, het is aartsmoeilijk om ergens binnen te komen. Nu is Den Haag natuurlijk een beetje een burgerlijke stad. Het was niet voor niets het ideale decor voor Couperus die z’n heldinnen zuchtend liet wegkwijnen achter mooie gevels. Ikzelf ben ook niet bepaald een feestnummer en het correspondenten-ambacht staat veel spontane afspraken in de weg. Maar het kan niet alleen aan mezelf liggen.
Chinees en Tante Leen
Het allerergste dat ik in dit verband meemaakte, gebeurde enkele jaren geleden. In die tijd dreigde ik eventjes voor een Nederlander te vallen. Hij was slim, welbespraakt, charismatisch en ook nog eens vrij en geïnteresseerd. Een vrijwel onmogelijke combinatie, geef toe. Op een mooie lente-avond zou hij voor mij koken. Ik was ietwat beducht, want in Nederland betekent dit zoveel als een huwelijksaanzoek. Maar nieuwsgierig als we zijn, stonden we die avond voor de deur: hongerig, in de mooiste kleertjes en met een doos Belgische chocolade in de hand.
Vol verwachting belde ik aan, maar tot mijn opperste verbazing kwam het heerschap in z’n regenjas naar buiten gestormd. Hij had geen tijd gehad om te koken en zou me meenemen naar de Chinees. De allerbeste Chinees van de stad, dat dan weer wel. Maar ik stond perplex. Bij het aanhoudend opdienen van de schalen gebakken rijst en vis trad ik uit mijn lichaam. Hoe had ik zo stom kunnen zijn om de beste chocolaatjes ter wereld te kopen voor iemand die me niet eens binnen liet?! Ik had op slag ook geen honger meer, hoewel ik later op de avond in zijn bijzijn nog wel de doos chocolade heb aangebroken. Daar ben ik nog altijd blij om.
Maar het wordt erger, christenen bieden altijd de tweede wang aan. Een jaar later was hij verhuisd naar een mooie flat aan het water en ik ging daar koffie drinken. Het was me te machtig, ik wou het nieuwe penthouse absoluut zien. Vol goeie moed ploeterden we door de sneeuw naar de plaats des onheils, want u raadt het al: die flat heb ik nooit mogen aanschouwen.
De man in kwestie kwam gezellig beneden koffie drinken, bij Tante Leen of hoe die koffietenten ook mogen heten. Insult upon injury. Ik hoorde niets van wat hij te vertellen had, zat de hele tijd maar te denken hoe beledigend het voor Vlamingen is om niet binnengelaten te worden. Ik kon me eigenlijk maar twee situaties voorstellen waarin je met iemand koffie zou drinken naast de deur: als je net een moord hebt gepleegd en de sporen zijn nog niet uitgewist, of als je het bezoek in kwestie letterlijk en figuurlijk niet kan luchten. Het spreekt voor zich dat ik verdere uitnodigingen van de man heb afgeslagen.
Oneerbaar voorstel
Ik doe wel mijn best hoor. Soms nodig ik hier in een opwelling zomaar een kennis uit. De gastvrouw in mij moet af en toe een gezelschap kunnen verwennen. In Vlaanderen staat zo iemand dan op het afgesproken tijdstip blij op de stoep met een cadeautje. Maar hier kun je schichtige blikken zien, alsof je een oneerbaar voorstel doet. Sommige mensen durven er niet op ingaan. Of ze komen snel binnen voor een inspectie en durven niet eens gaan zitten, is me ook al gebeurd.
De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik een tijd geleden een Hagenaar heb ontmoet die mij al twee keer uitnodigde. Ik ontmoette hem op een buurtborrel waar ik als Vlaamse curiositeit van alle kanten aanschouwd werd. Deze man getuigde van zelfkennis en begon zelf over het feit dat Nederlanders niet snel iemand uitnodigen. Hij wist dat omdat ie als diplomaat getrouwd was met een buitenlandse en overal in de wereld had mogen ervaren dat het ook anders kan. Hij zou mij uitnodigen! Tot mijn verdriet heb ik al twee uitnodigingen voor etentjes bij het paar moeten afslaan omdat het werk voorging. Misschien komt er nog een derde. Trouwens: alle uitnodigingen die naar aanleiding van dit stukje binnenstromen, tellen natuurlijk niet. Maar we geven niet op.