Reuzeninktvissen zijn allemaal nauw verwant
Reuzeninktvissen (Architeuthis) komen in alle oceanen voor behalve in de Arctische en Antarctische wateren, en ze leven diep in de zee. Er is slechts weinig over geweten. Wat we weten, is voor het grootste deel afkomstig van aangespoelde exemplaren, exemplaren in de maag van aangespoelde potvissen en enkele exemplaren die worden gevangen in diepzeenetten. Slechts onlangs, in juni 2012, werd een levende reuzeninktvis voor het eerst gefilmd in de buurt van de Japanse Ogasawara-eilanden.
Er wordt gezegd dat ze tot 50 meter lang kunnen worden, maar wetenschappers zeggen dat 18 meter een meer realistische schatting is.Daarmee behoren ze tot de grootste ongewervelden. Verhalen over de reuzeninktvis liggen waarschijnlijk aan de basis van het legendarische zeemonster de Kraken, dat schepen kon aanvallen, vernietigen of de diepte insleuren.
Het is ook niet duidelijk hoeveel soorten het geslacht telt: sommige geleerden denken dat het er drie zijn, anderen houden het op acht, nog anderen gaan tot twintig verschillende ondersoorten, gebaseerd op uiterlijke verschillen en waar ze gevonden worden.
"In het algemeen is een reuzeninktvis een lang, schriel beest: het heeft een lang, smal lichaam, en lange, dunne armen", zei professor Thomas Gilbert van het natuurhistorisch museum in Denemarken aan de BBC. "Maar voor de kust van Japan bijvoorbeeld, zijn ze veel korter en plomper. Hun armen zijn dikker en veel korter."
Om uit te vinden hoe de verschillende reuzeninktvissen met elkaar verwant zijn, onderzocht professor Gilbert met collega's van de universiteit van Kopenhagen, en samen met onderzoekers uit Australië, Japan, Frankrijk, Ierland en Portugal, 43 weefselstalen van reuzeninktvissen. Die waren afkomstig van aangespoelde dieren, overblijfselen uit de magen van aangespoelde potvissen en enkele gevangen exemplaren. De resultaten werden gepubliceerd in de Proceedings of the Royal Society B.
"Zeer vreemd"
De stalen werden onderzocht op hun mitochondriaal DNA. Mitochondriën zijn de "energiefabriekjes" van de cellen en ze hebben hun eigen DNA dat enkel via de moeder wordt doorgegeven. Uit de resultaten bleek dat alle reuzeninktvissen tot dezelfde soort behoorden, of ze nu van Californië, Japan, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland of ergens anders kwamen.
Bovendien bleek dat er erg weinig genetische verschillen waren, ondanks het feit dat de reuzeninktvissen over heel de wereld gevonden worden en uiterlijk vaak grote verschillen vertonen.
"Toen we ontdekten dat de algemene genetische verscheidenheid van de reuzeninktvis zo laag was, dachten we dat we een fout hadden gemaakt", zei Gilbert, die het resultaat zeer vreemd noemde. Maar het team controleerde alle gegevens nog eens en zag dat er geen fouten gemaakt waren. "Normaal zijn er plaatselijke verschillen tussen de genetische opmaak van dieren", zei Gilbert. "Dingen die in een bepaald gebied leven, worden uiteindelijk verschillend van dingen in andere gebieden, maar reuzeninktvissen zijn in essentie overal identiek."
Flessenhals
Voor het gebrek aan genetische verscheidenheid zijn er drie mogelijke verklaringen. Eén verklaring is dat de soort door een "genetische flessenhals" is gegaan, dat de soort een tijd geleden bijna uitgestorven was en dat alle exemplaren die nu leven, afstammen van de kleine groep voorouders die toen nog leefden.
De genetische diversiteit van de reuzeninktvis is lager dan bij om het even welk ander zeedier, de reuzenhaai (Cetorhinus maximus) uitgezonderd. Van de reuzenhaai wordt ook gedacht dat zijn huidige populatie afstamt van een klein groepje individuen. In "Nature" zegt de geneticus Phillip Morin uit Californië dat de resultaten tot denken aanzetten. "Wat kan er voor gezorgd hebben dat de reuzeninktvissen op een dergelijke schaal wereldwijd verdwenen zijn? En wat is er veranderd dat hen toeliet opnieuw te floreren?"
Professor Gilbert noemt het "verduiveld moeilijk" om te zeggen wat er verantwoordelijk kan geweest zijn voor de instorting van de populatie. "Ik kan moeilijk geloven dat roofdieren daarvoor verantwoordelijk zijn. Ik zou eerder mijn geld inzetten op veranderingen in de omstandigheden in de oceaan, die de voedselrijke diepe wateren aangetast hebben die de reuzeninktvissen nodig hebben."
Een mogelijke aanwijzing kan misschien gevonden worden door het belangrijkste roofdier voor de reuzeninktvissen te onderzoeken, de potvis. "Wat fascinerend is, is dat potvissen, een wereldwijd verspreide en (vroeger) veel voorkomende jager op reuzeninktvissen, ook een erg lage genetische verscheidenheid hebben. Het zou interessant zijn om de patronen en de timing van die lage diversiteit te vergelijken en te zien of ze overeenkomen met een bepaalde historische gebeurtenis."
Een andere mogelijkheid is dat de huidige populatie zeer verwante exemplaren het resultaat is van een recente explosieve aangroei van de populatie. Die kan veroorzaakt zijn door het afnemen van de roofdieren die jagen op reuzeninktvissen, of door een toename van de prooien waarop ze zelf jagen.
Een derde en laatste mogelijkheid is dat de larven van de reuzeninktvissen in de stromingen over heel de wereld meegevoerd worden en dan naar de dichtstbijzijnde diepe plaats duiken als ze daar groot genoeg voor zijn. Dat zou ook beletten dat er een plaatselijke structuur ontstaat in de populatie. "In plaats van dat de volwassenen en hun jongen op dezelfde plaats leven, verspreiden de jongen zich telkens naar een compleet nieuwe plaats op de aarde", zei professor Gilbert.