Chronologie van een zinkend schip
woensdag 10 april 1912
9.30-11 uur: De passagiers komen aan in Southampton en gaan aan boord van de Titanic.
12 uur: Het schip vertrekt uit de haven van Southampton.
18.30 uur: De Titanic ankert voor de haven van Cherbourg in Frankrijk, waar nog 274 passagiers en vracht met een bevoorradingsschip aan boord worden gebracht. 22 passagiers die alleen het Kanaal willen oversteken, verlaten het schip.
donderdag 11 april 1912
12 uur: De Titanic ankert tegen de middag voor Queenstown (nu Cobh) in Ierland, waar vooral passagiers met een kaartje voor derde klas aan boord gaan. Met in totaal 2.223 opvarenden is het schip voor twee derde vol.
13.30 uur: De reis begint via de traditionele Noord-Atlantische route richting New York. Zoals gebruikelijk is tussen 15 januari en 14 augustus gaat de koers niet direct naar New York, maar via een zuidelijkere route om het ijsrisico door de koude Labradorstroom te vermijden.
vrijdag 12 april en zaterdag 13 april
De Titanic vaart op een kalme zee. Het is windstil.
zondag 14 april
De Titanic krijgt verschillende waarschuwingen van andere schepen over ijsschotsen.
21.20 uur: De kapitein verontschuldigt zich aan tafel na het avondmaal en gaat uitrusten in zijn cabine.
22 uur: De zee is kalm, de lucht is helder. De sterren fonkelen fel en er is geen maan.
23.35 uur: Frederick Fleet, de matroos in het kraaiennest, luidt driemaal de alarmbel wanneer hij direct voor het schip een ijsberg waarneemt. Hij geeft de waarschuwing telefonisch door aan de brug, waar zesde stuurman James Paul Moody opneemt.
23.40 uur: Fleets collega Reginald Lee merkt dat de Titanic al aan het draaien is, omdat eerste stuurman Murdoch de ijsberg eerder al ontdekt heeft, en bezig is met een uitwijkmanoeuvre. Maar de afstand tot de ijsberg is te klein om succesvol uit te wijken. Op volle snelheid ramt de Titanic met de voorste stuurboordkant de bijna 300.000 ton zware ijsberg.
00.00 uur: In het eerste uur stroomt tussen de 22.000 en 25.000 ton water het schip binnen.
maandag 15 april
00. 05 uur: Het bevel wordt gegeven om de reddingssloepen klaar te maken en iedereen moet verzamelen op het dek. Er is maar genoeg plaats in de sloepen voor ongeveer de helft van de 2.223 mensen aan boord. De officieren en de bemanningsleden worden uitdrukkelijk verzocht de evacuatie als een oefening uit te leggen aan de passagiers om te voorkomen dat er paniek zou ontstaan.
00.15 uur: Kapitein Smith geeft de marconisten John Georges Philips en Harold Sidney Bride het bevel noodoproepen CQD naar andere schepen te verzenden. Het dichtstbijgelegen schip kan binnen 4 uur ter plaatse zijn.
00.45 uur: Nadat verschillende bemanningsleden in de verte lichten van een schip hebben menen te zien, wordt bevolen met behulp van vuurpijlen contact op te nemen met het schip, maar een antwoord blijft uit.
00.50 uur: De kapitein geeft het sein tot het verlaten van het schip. De eerste reddingsloep wordt te water gelaten met maar 28 mensen in, terwijl er plaats is voor 65 mensen, eventueel zelfs 70. “Vrouwen en kinderen eerst.”
1 uur: Nog eens 6.000 ton water stroomt naar binnen, wat niet leidt tot een drastische verandering in de trim naar voren. Toch vinden op dat moment steeds meer kleinere overstromingen plaats in niet-waterdichte openingen in het schip, zoals patrijspoorten, luchtschachten en laadluiken in de onder de waterlijn gelegen boeg. Daardoor wordt het zinkproces aanzienlijk versneld.
1.15 uur: De machinisten die in ketelruimte 4 werken, krijgen het bevel het dek op te gaan en reddingsvesten om te doen. Ze belanden op het kuildek, de derde klaspromenade in de achtersteven. Vanaf nu worden de reddingssloepen pas echt goed gevuld.
2.05 uur: De laatste reddingssloep verlaat de Titanic. Hoewel de marconisten van hun plichten zijn ontslagen, zenden ze nog enkele berichten uit. “We zijn heel snel aan het zinken…het kan niet lang meer duren.” Er zijn nog meer dan 1.500 mensen aan boord van het zinkende schip.
2.10 uur: Ketelruim 4, het zevende waterdichte compartiment vanaf de boeg gezien, is compleet met water gevuld. Ongeveer 40.000 ton water drukt de boeg naar beneden en het water bereikt bijna de scheepsbrug en begint op het dek te stromen. De voorste schoorsteen breekt af en stort in het water, waarbij hij een aantal mensen verplettert.
2.17 uur: De laatste radio-oproep wordt uitgezonden. De kapitein vertelt de bemanningsleden: “Het is ieder voor zich.” Het orkest op het dek stopt met spelen. Een pastoor neemt de biecht af en geeft absolutie aan 100 eerste- en tweedeklaspassagiers. Veel mensen springen overboord.
2.18 uur: Het scheepsnet wordt verbroken door een algemene kortsluiting en alle lichten van het schip vallen uit, waardoor het schip in het donker ligt.
2.20 uur: Het zinkproces bereikt zijn hoogtepunt. Door de onevenredige verdeling van het water over het schip wordt een enorme kracht uitgeoefend op het voorste deel van de Titanic, waardoor het buigend moment de scheepssterkte overschrijdt en het schip ter hoogte van ketelruimte 1 doormidden breekt.
2.25 uur: De boeg van het schip ligt na de breuk compleet onder water terwijl de achtersteven opnieuw omhoog wordt getrokken en naar de ruim 3.800 meter diepe bodem van de oceaan zinkt.
3 uur: De laatste hulpkreten uit het water verstommen. Het is heel koud en de watertemperatuur ligt onder het vriespunt. De meeste slachtoffers sterven aan onderkoeling. 3.30 uur: De mensen in de reddingssloepen vangen de eerste glimp op van het schip de Carpathia.
4.10 uur: Na het zinken van het schip duurt het ongeveer 2 uur voordat de mensen in de eerste reddingssloep aan boord van de Carpathia kunnen worden genomen.
8.10 uur: De mensen uit de laatste reddingssloep kunnen aan boord van de Carpathia.
De ochtendkranten in New York City berichten alleen over het feit dat de Titanic tegen een ijsberg is gevaren. Later kopt de New York Times wat niemand ooit voor mogelijk heeft gehouden: “De Titanic is gezonken!”
woensdag 17 april 1912
Normaal zou de Titanic vandaag aankomen in New York, aan de White Star Line’s Pier 60.
donderdag 18 april 2012
's ochtends: De Carpathia komt aan in de haven van New York City. Op pier 54 staan ruim 30.000 mensen in de gietende regen te wachten. Nadat alle overlevenden geïdentificeerd zijn, kunnen zij hun familie opzoeken. Passagiers uit de eerste klasse vertrekken naar luxehotels of naar hun klaarstaande privévoertuig. Anderen worden door hulpverleners opgevangen.