"De schoonste dag van 't jaar, en we zijn hem kwijt"
Geraardsbergen is een stadje dat er eerder Waals dan Vlaams uitziet. Dat komt door het reliëf: klimmen doe je hier echt niet uitsluitend op de Muur. Het komt ook door zijn industriële verleden. De luciferfabriek mag dan al lang haar deuren hebben gesloten, de mentaliteit blijft die van een werkmansstadje: meer joie de vivre dan kneuterigheid.
In deze zonnige week in de aanloop naar de Ronde zitten alle terrassen vol. In de zijstraatjes zit hier en daar een bejaard echtpaar voor de voordeur naar voorbijgangers te kijken. En toch ontbreekt er iets. In tegenstelling tot de voorbije jaren zijn er geen gemeentearbeiders te bespeuren die naarstig nadarhekken klaarzetten. Er staan geen mobilhomes met buitenlandse nummerplaten geparkeerd. Er rijden geen wielerploegen rond die trainen voor de grote dag.
Wielertoeristen zijn er wél. Met de regelmaat van een klok komen ze -al dan niet gezwind- de kasseien van de Muur opgereden. Kevin en Niels zitten boven op een bankje uit te blazen. Het is mooi weer, dus zijn de twee tieners ter ontspanning zomaar even van Aalst naar Geraardsbergen gefietst.
“We zijn de Muur opgereden langs de Vesten, zoals het hoort”, zeggen ze met kennis van zaken. Hoe jong ze ook zijn, ze vinden het jammer dat ze zondag niet de traditionele Ronde van Vlaanderen zullen zien. “De Muur is toch een monument, hé”, zeggen ze. “Het is spijtig”.
VIP-tentje in de voortuin
“Spijtig” is ook het woord dat Didier Heggerick en Patrick Flamez hoofdschuddend in de mond nemen. Ik heb met de heren afgesproken op het terras van café ’t Hemelryck, bovenop de Muur. Heggerick heeft samen met enkele andere artistieke stadsgenoten een afscheidsliedje voor de Muur gecomponeerd.
“’t Afschout van de Muur” klinkt het in het “Giesbaargs”. Het staat nog niet zo heel lang op YouTube, maar is toch al meer dan vijfduizend keer bekeken. Didier Heggerick is zowat opgegroeid op de Muur. De Ronde van Vlaanderen was voor hem en zijn familie elk jaar een feest. “We maakten bij wijze van spreken een VIP-tentje in onze eigen voortuin”, zegt hij. “Het was de schoonste dag van het jaar, en we zijn hem kwijt. Hoe dichter de dag van de Ronde nadert, hoe slechter ik me voel”.
Patrick Flamez, schepen van Sport, kan er nog altijd niet bij dat de traditionele scherprechter van de Ronde zomaar is geschrapt. “Ik ben zelf wielertoerist. Mijn club is verbroederd met een Italiaanse vereniging. Toen ik de Italianen het nieuws vertelde, geloofden ze hun oren niet. Ze dachten dat het een aprilgrap was! In Italië zou zoiets ondenkbaar zijn. Stel je Milaan-Sanremo voor zonder de Poggio, Parijs-Roubaix zonder de velodroom! Dat zijn plaatsen die ik als wielertoerist speciaal heb bezocht. Net zoals zoveel buitenlandse wielerliefhebbers absoluut de Muur willen zien”.
De Kwaremont zal de rol van de Muur niet overnemen, daarover zijn de twee mannen het eens. Bij de enorme VIP-tent die er oprijst, hebben ze ook hun bedenkingen.
“Ze maken van de koers een arena. De gladiatoren binnenin en de rest errond”, vindt Flamez. Hij zal dit jaar hoegenaamd niet langs het parcours staan. Niet omdat burgemeester Guido De Padt daarop heeft aangedrongen, maar omdat hij met skivakantie is.
“Het is in het verleden nog wel eens gebeurd dat ik op de latten stond tijdens de Ronde van Vlaanderen. Maar toen was het een halve dag skiën en daarna een café zoeken waar de de koers konden zien. Ik denk dat ik nu zondag de hele dag op de berg zal blijven”.
Heggerick sluit zich bij hem aan. Als muzikant treedt hij zondag, net als elk jaar, op in een van de VIP-tenten aan de rand van het parcours. Hij zal daar ook zijn “Afschout van de Muur” spelen, denkt hij. “Dat moet toch kunnen, hé?”. Maar of hij naar de finale op het grote scherm gaat kijken? “Het kan goed zijn dat ik me omdraai”.
"Eerst industrie weg, nu ook het toerisme"
Geraardsbergen verlaten doe je niet zonder een paar mattentaartjes mee te nemen. Ik koop ze bij Olav, die vlak bij de Markt een bakkerij-annex-koffiesalon uitbaat. Olav is een levende reclame voor zijn stad. In zijn gezellige familiezaak staan de hoofden van de stadsreuzen naast heiligenbeeldjes en hangen er krakelingen in de luster.
“Geraardsbergen, dat zijn drie M’en”, zegt hij. “Mattentaarten, ons Manneken Pis, dat 160 jaar ouder is dan het Brusselse, en de Muur. Maar de Muur is toch het belangrijkste, zeker internationaal gezien”.
Olav zegt dat er de laatste jaren meer en meer b&b’s zijn gekomen in Geraardsbergen. “Die draaiden goed, zeker in de aanloop naar de Ronde. De voorbije jaren liepen er in deze tijd van het jaar Engelsen rond, Canadezen, Fransen,... Ik serveerde zelf elk jaar een Ronde-ontbijt”.
Olav vertelt dat zijn overbuurman jarenlang werkte aan een b&b’tje dat hij op 1 april 2012, de dag van de Ronde, wou openen. “Eerst is alle industrie hier weggegaan, nu maken ze ook het toerisme kapot”.
“De aanloop naar de Ronde was al levendig, maar de Ronde zelf was één groot feest. Daar kon zelfs de kermis in de verste verte niet aan tippen. De straten die helemaal vol stonden, het moment dat de helikopters arriveerden. En als de renners de Muur over waren, stroomde al dat volk naar beneden om ergens in een café naar tv te kijken. De bevolking van Geraardsbergen leefde elk jaar toe naar die ene dag”.
Vandaag, nu het nieuws van het verdwijnen van de Muur nog fris is, komen er nog wel journalisten, zegt Olav. Maar hij vreest de dag dat de persbelangstelling helemaal zal opdrogen. “Ik ben bang dat de naambekendheid van de Muur internationaal zal afnemen”.
Buiten in het zonnetje zit een zestiger in wielertenue op zijn gemak een sigaretje te roken, leunend tegen een vensterbank. Clovis heet hij -“Ja, dat hoor je niet veel, hé?”. Hoewel hij niet meteen een sportief postuur heeft, gaat hij zo meteen toch de Muur beklimmen.
“Ik moet wel, ik woon daar”, klinkt het. “Ik heb dit jaar nog niet veel per velo gereden, maar ik ben de Muur gewoon, ik heb hem in de benen”.
Wat vindt Clovis ervan dat Vlaanderens bekendste helling geen deel meer uitmaakt van de Ronde? “Triestig, hé”, zegt hij. Hij steekt zijn hand omhoog en wrijft duim tegen wijsvinger -het alom bekende gebaar. Maar goed, zelf ging hij toch nooit kijken langs het parcours, nochtans maar 200 meter verderop. “Dan had ik daar om negen uur ’s morgens al moeten staan wachten tussen al dat volk. Neenee, dan liever op mijn gemak voor de tv”.
Sara Van Poucke
